Steden gelden als cruciaal onderdeel van afschrikking

Voor strategische kernwapens onderscheidt men gewoonlijk drie soorten doelen. Als primair doel gelden de onderdelen van de vijandelijke strategische strijdkrachten (zogeheten counter-force targets); daartoe behoren vijandelijke raketsilo's, commando- en verbindingscentra, vliegvelden met strategische bommenwerpers, treinen en vrachtauto's met mobiele kernraketten, en onderzeeboten met ballistische raketten aan boord.

Een tweede categorie bevat andere militaire doelen (other military targets; zogeheten OMT's). Daaronder vallen waardevolle "niet-nucleaire' elementen van de vijandelijke strijdkrachten, zoals depots en bases en commandocentra.

Een derde categorie bestaat uit steden en vitale industrieën (zogeheten counter-value targets). Door de beveiliging en versterking van militaire doelen uit de eerste twee categorieën bezitten de nucleaire supermachten naar wordt aangenomen het vermogen om zelfs na een massale nucleaire aanval op elkaars lange-afstandsraketten terug te slaan (zogeheten second-strike capability).

Door een deel van de strategische kernkoppen te richten op deze doelen, zou zo'n aanval dan vergolden kunnen worden met het vernietigen van deze counter-value targets. Het axioma bestaat dat beide partijen dat vooruitzicht te afschrikwekkend vinden en zich daarom wel drie keer bedenken alvorens de ander aan te vallen. Steden als doel hebben daarom steeds een cruciaal onderdeel van de wederzijdse nucleaire afschrikking gevormd.

Om de nucleaire deterrence zo effectief mogelijk te maken zijn de doelen van de derde categorie voor een belangrijk deel toegewezen aan de intercontinentale raketten die zich aan boord van onderzeeboten bevinden. Deze gelden immers als moeilijk tot uiterst moeilijk op te sporen. Ook sommige op land gestationeerde raketten hebben steden als doel; het gaat dan om oudere en onnauwkeuriger raketten, die niet effectief zijn tegen versterkte militaire (hardened) doelen en wel tegeneen soft target als een stad. De Sovjet-Unie beschikt op dit ogenblik over in totaal zo'n 2.500 strategische "lanceersystemen' die samen in totaal ruim 11.000 kernkoppen kunnen lanceren. De VS bezitten 1.900 lanceersystemen en iets minder dan 10.000 kernkoppen.

Hoeveel doelen beide partijen in elke categorie precies onderscheiden is onduidelijk. Bovendien hebben militairen aan beide zijden in het verleden hun normen een aantal maal verlegd, bijvoorbeeld om uitbreiding of inkrimping van het kernwapenarsenaal te rechtvaardigen.

Voorafgaand aan het SALT-2 akkoord (1991) circuleerde echter aan beide zijden het aantal van zo'n 10.000 doelen in de drie categorieën samen. De VS hebben ruim 160 steden met meer dan 100.000 inwoners, de voormalige Sovjet-Unie ruim 250.

Toch is het nog te vroeg om te kunnen zeggen wat het door de Russische president Jeltsin geopperde idee om VS-steden af te voeren van zijn target-list nu feitelijk betekent. Het zou kunnen betekenen dat Rusland niet langer de oude nucleaire doctrines onderschrijft, maar hoge militairen in de voormalige Sovjet-Unie hebben juist laten weten die te willen bewaren. Ook eerdere manoeuvres van Jeltsin, zoals de concentratie van kernwapens op Russisch grondgebied, wijzen daarop.

Onduidelijk is ook of de betreffende kernkoppen op non-actief worden gesteld, dan wel een ander - militair - doel krijgen. Wanneer het laatste het geval is, rijst de vraag of daarin nog niet was voorzien, en, indien niet, of de nucleaire ontspanning die Jeltsin met zijn uitspraak lijkt te beogen, daarmee zou winnen.

Ook is het onduidelijk om welke raketsystemen het precies gaat. Beoogt Jeltsin alleen de onnauwkeurige en verouderde raketten die op land zijn gestationeerd, of heeft hij ook de vanuit zee gelanceerde SLBM's op het oog.