"Regio's de dupe van Kunstenplan'; Negen provincies protesteren tegen bezuinigingsbeleid

DEN BOSCH, 27 JAN. De besturen van de negen provincies buiten de Randstad hebben vandaag (maandag) in een brief aan minister H. d'Ancona van Cultuur ernstig bezwaar gemaakt tegen de manier waarop de minister in haar voorstel voor het Tweede Kunstenplan eenzijdig de bezuinigingen afwentelt op Nederland buiten de Randstad.

In de brief, vandaag door de commissaris der koningin dr. J.C. Terlouw van Gelderland aangeboden aan d'Ancona, pleiten de negen provincies er voor dat de verdeling van de financiële middelen zal gebeuren onder het motto: “voor vergelijkbare voorzieningen, randstedelijk of niet, vergelijkbare budgetten.” De provincies vinden het volstrekt onjuist dat voor de 8,5 miljoen mensen, die buiten de Randstad wonen, slechts eenderde van het totale budget voor de kunsten is gereserveerd. Zij wijzen er op dat het handhaven van goede culturele voorzieningen van essentieel belang is voor de economische ontwikkeling van gebieden. Vooral de zogenoemde stedelijke knooppunten, zoals aangegeven in de vierde nota ruimtelijke ordening, hebben, zeggen ze, economisch baat bij een goed cultureel klimaat.

In het Tweede Kunstenplan voor de jaren 1993-"96, dat minister d'Ancona ter advisering heeft voorgelegd aan de Raad voor de Kunst, worden de bezuinigingen van 9 tot 16 miljoen gulden uitsluitend gezocht in de culturele voorzieningen buiten de Randstad. De minister wil de bezuiningingen geheel halen in de opera- en symfonische sector. Volgens de negen provincies heeft de bezuiningsoperatie van 1985 al geleid tot een vermindering van de rijkssubsidie van enkele tientallen miljoen guldens in de gebieden buiten de Randstad.

De besturen van de provincies wijzen erop dat het bij het wegvallen van de Europese grenzen voor de grensprovincies van groot belang is dat de culturele voorzieningen op peil worden gehouden. “Juist de regio zal zich in een veranderend Europa ook in cultureel opzicht sterker moeten kunnen profileren. Internationalisering is geen privilege van de Randstad alleen.”

De provincies weerleggen de opvatting van de minister dat de gezelschappen in de Randstad voor meer dan 40 procent hun voorstellingen in de provincie geven. Uit nader onderzoek over het seizoen 1989-"90 zou blijken dat dat percentage slechts 19,8 procent is.

De provincies wijzen er tenslotte nog op dat ze tegenover de vijf orkestaccomodaties in de Randstad tesamen elf accomodaties kunnen aanbieden. Volgens de provincies kan de kwaliteit van de regionale orkesten de toets der kritiek uitstekend doorstaan, terwijl de publieke belangstelling al jaren groot is en wat wordt genoemd “een stabiele opwaartse trend” vertoont.