Publieke omroep behoudt positie

DEN HAAG, 27 JAN. Omroepen die uit het publieke bestel treden, krijgen niet de garantie dat ze over een etherfrequentie kunnen beschikken. Commerciële gegadigden moeten zich in eerste instantie houden aan wet die sinds december vorig jaar geldt voor commerciële omroep via de kabel.

Dat zijn de voornaamste conclusies van de commissie-Donner, die vanmiddag haar rapport "Verdeel de frequenties, verander de omroep' aan minister d'Ancona (WVC) aanbood. De commissie, bestaande uit mr. J.P.H. Donner, prof.mr. J.M. de Meij en prof. K.J.M. Mortelmans, aanvaardde in augustus de opdracht om te onderzoeken hoe een duaal bestel met publieke naast commerciële omroep in de ether zou moeten worden ingericht. Het onderzoek van de commissie is ingesteld nadat een aantal publieke omroepen initiatieven nam om de overstap naar de commercie te wagen.

Vrijkomende radio- en tv-frequenties moeten volgens de commissie via objectieve procedures en criteria worden toegewezen aan commerciële gegadigden. Omroeporganisaties die vrijwillig uit het publieke bestel stappen, kunnen volgens de commissie-Donner zonder meer meedingen bij de verdeling van de door hun overstap vrijkomende frequenties. Zij kunnen echter geen aanspraak maken op verworven rechten of anderszins in het voordeel worden gesteld. De commissie meent dat dit niet te verenigen is met het EG-recht. De overheid kan ook geen overgangsregeling maken voor publieke omroepen die commercieel willen worden, die verder gaat dan de huidige regeling. Juist door in een overgangsregeling omroepen meer vrijheden te geven voor commerciële activiteiten kan de rechtvaardiging van de bijzondere positie van de publieke omroep ter discussie komen, aldus de commissie. Nederlandse commerciële omroep in de ether is feitelijk en juridisch onafwendbaar, maar de bijzondere positie van de publieke omroep blijft gerechtvaardigd, aldus de commissie.

De commissie-Donner stelt een "provisorische oplossing' voor bij de verdeling van de schaarse etherfrequenties. Hiertoe zouden na goede afstemming tussen de ministers van WVC en Verkeer en Waterstaat en de zenderexploitatiemaatschappij Nozema de richtlijnen van de minister van WVC als basis moeten dienen. Het is volgens de commissie noodzakelijk dat één overheidsinstantie de beschikbare frequenties verdeelt, bij de toewijzing mag geen onderscheid worden gemaakt tussen binnen- en buitenlandse omroep. Juridisch is het tevens mogelijk de frequenties bij opbod te verkopen.

Binnen de huidige wet- en regelgeving kan al worden begonnen met de inrichting van een duaal bestel, concludeert de commissie, want door de wijziging vorig jaar van de Mediawet kunnen de commerciële omroepen die via de kabel worden doorgegeven eveneens in de ether uitzenden. De Mediawet maakt het bovendien mogelijk dat, indien er frequenties beschikbaar zijn, buitenlandse omroepen hun programma's via Nederlandse zenders heruitzenden.

Minister d'Ancona zal naar eigen zeggen zo snel mogelijk een procedure van toewijzing en criteria ontwikkelen. Op basis van een "frequentiebeleid' kunnen vervolgens frequenties aan publieke en commerciële omroep worden toegewezen.