Prinselijke aanmoediging voor bobbers

Er zijn sporters die trainen, goed zijn, beter worden, de toelatingseis voor de Olympische Spelen ruimschoots halen en naar dat evenement worden afgevaardigd. Je hoort ze niet foeteren op het NOC en dat college behandelt ze, althans wanneer de voordracht wordt besproken, als een hamerstuk. Veel anders is dat met de groep sporters die balancerend op het slappe koord, dat is gespannen tussen gaan of thuisblijven, met doodsverachting de goede kant probeert te bereiken.

Omdat hun uitslagen in de ogen van de keuzecommissie niet overtuigend zijn, spreken ze al hun vindingrijkheid aan om de iets te marginale verrichtingen op te tuigen met weinig verder relevante verklaringen en smeekbeden. De skischansspringer Gerrit Jan Konijnenberg bewees via het NIPO dat hij van het Nederlandse volk te Albertville de lucht in mocht vliegen, bobsleeër Rob Geurts wappert onder meer met twee brieven van prins Albert van Monaco. Dit IOC-lid, zelf bobber geweest, drong er dit jaar bij NOC-voorzitter F. Wouter Huibregtsen op aan toch vooral ten minste één Nederlandse bobslee - en dan natuurlijk met name die van Geurts - aan de start te laten verschijnen.

Het is zeer de vraag of de brief van prins Albert, wanneer vanavond de beslissing over de aanwijzing wordt genomen, zelfs maar uit de map "ingezonden stukken' zal komen. Want Ard Schenk, chef de mission naar de Winterspelen, was afgelopen weekeinde zelf bij de Europese kampioenschappen in het Zuidduitse Königssee en kon persoonlijk de resultaten noteren. Bovendien kon hij er zich op de hoogte stellen van de onderlinge verhouding tussen de twee Nederlandse bobsleeteams, een sfeer die Schenk volgens één van hen wil laten meetellen bij de definitieve aanwijzing van één of twee ploegen. Schenk weerspreekt dat het om een "kwalificatie-eis' zou gaan.

Geurts en Minjon spraken, om te vermijden dat ze daarmee de toorn van Schenk over zich afriepen, af in de aanloop naar de Spelen in het openbaar geen lelijke dingen over elkaar te zeggen. De resultaten moesten voor zich spreken. Geurts vindt dat hij door een uitstekende trainingstijd op de olympische baan (“toen er bijvoorbeeld door de Letten heel hard werd gevochten om een olympische nominatie”) en enkele goede prestaties in de wereldbeker (achttiende plaats op de ranglijst, tien boven Minjon) al aan de NOC-eis van een gerede kans op een klassering bij de eerste acht heeft voldaan. Maar het NOC wilde de Europese kampioenschappen afwachten, waar Minjon een laatste kans kreeg en Geurts - al genomineerd - moest vormbehoud tonen. Volgens Geurts paste de titelstrijd niet in een behoorlijke voorbereiding op de Olympische Spelen en valt de baan in Königssee niet te vergelijken met die in Albertville.

Onder protest reisde Geurts naar Königssee, waar hij donderdag crashte en een schouderblessure opliep. Fysiotherapeuten en artsen van de Bob en Sleebond zouden hem hebben verzekerd dat hij voor het weekeinde fit zou zijn. Op eigen risico, maar de twijfel die Geurts achter dat voorbehoud vermoedde is volgens bondsvoorzitter Wiltfried Idema niet meer dan het normale opstellen van een medisch protocol. Geurts startte toch, had uitsluitend dank zij het goede werk van remmer Jan Langeveld een snelle start, maar kon bij de finish niet eens meer zelf uit de bob komen waarop de wedstrijdarts hem een startverbod oplegde. Omdat Minjons remmer Drost een rugblessure heeft stelde de bond voor uit de twee fitte sporters een combinatie te maken voor het EK. De snelle starter Langeveld met stuurman Minjon, met wie hij in het verleden al vier jaar de bob heeft gedeeld. “Het leek mij een zinnige oplossing, die heel gebruikelijk is in alle grote boblanden”, aldus Idema.

Die combinatie kwam er niet omdat volgens Geurts Schenk dat duo bij een behoorlijke prestatie als olympisch kandidaat wilde voorstellen aan het NOC-bestuur. Geurts en Langeveld wilden alleen meewerken als een goed resultaat zou uitmonden in de aanwijzing van twee bobs. Minjon en Drost vonden die voorwaarde niet nodig en volgens Idema waren ook beide (ex-DRR) coaches van de Nederlanders er voor. “Wij hadden aan het gelegenheidsteam willen meewerken als een gebaar van verbroedering”, zegt Langeveld. Niet om een partner in de steek te laten. “Ik heb er veel voor gedaan om de Spelen te halen, alleen wil ik niet op deze manier. Zo de kwalificatie willen halen is een sporter onwaardig.”