Prijsuitreiking voor Vlaams dictee; Een c voor een k, en ks voor een x

Vanaf zijn sokkel kijkt Jan van Eijck uit over de dichtgevroren Spiegelrei. Op dit vroege uur in het winterse Brugge zijn uit heel West-Vlaanderen mensen op weg naar het Huis van de Schoenmakers in de Steenstraat. Daar zullen de prijzen worden uitgereikt aan de "laureaten' van een grote dicteewedstrijd die werd gehouden op 9 november vorig jaar in Kortrijk. De organisatie van dit dictee was in handen van de Vereniging Algemeen Nederlands, afdeling West-Vlaanderen.

Wat in Frankrijk al jarenlang een goed gebruik is, komt nu overwaaien naar het noorden. In Nederland trof een gezelschap particulieren een bont stelletje Bekende Nederlanders in de Eerste Kamer om zich gezamenlijk in een direct uitgezonden televisieprogramma aan Het Groot Dictee te onderwerpen.

Na vele jaren van onachtzaamheid en sloddervosserij bestaat kennelijk weer de behoefte om, ook in de taal, verzorgd voor de dag te komen. Maar dat valt niet mee, want de regels zijn complex en verwarrend, en de geleerden zijn het er nog niet over eens.

Om de prijsuitreiking in Brugge extra cachet te geven, hielden twee deskundigen ieder een verhandeling over de perikelen met de spelling van het Nederlands door de eeuwen heen. Kollewijn, Siegenbeek, De Vries en Te Winkel, Marchant, Pée Wesselings, Kruyskamp, een hele boekenkast met bekende en soms ook beruchte namen werd even omvergetrokken.

Dr. F. Debrabandere, voorzitter van de Vereniging Algemeen Nederlands, afdeling West-Vlaanderen, trok een heldere conlusie over de stand van zaken sinds de invoering van de Nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal, het zogenoemde Groene Boekje, in 1954: “De Woordenlijst heeft een spellingchaos in het leven geroepen die zijn weerga niet heeft”. Debrabandere heeft ervaren dat voorstellen tot ingrijpende wijziging steevast leiden tot een storm van protest. Een al te grote breuk in onze spellingtraditie is volgens hem dan ook geen haalbare kaart. Bovendien zou alles wat geschreven is in één klap een verouderde indruk maken. En dat is niet alleen een sterk emotioneel argument, maar ook een kwestie van “een commercieel verlies voor uitgevers en boekhandelaren”.

Toch ziet hij mogelijkheden voor een beperkte spellingwijziging. Hoofdpunten daarin zijn de kwesties c of k (kultuur), t of th (teologie), kw (kworum), ks (eksamen), z (-izeren), e voor ae (mecenas) en oe voor ou (goeverneur). Verder is er het probleem van de tussenletter n. Is het boekenkast of boekekast, mussennest of mussenest? En er zijn complicaties bij het trema, het koppelteken en het aaneenschrijven van woorden.

Hoe een wijziging van de spelling uiteindelijk een officiële status kan krijgen, werd uiteengezet door dr. G. Verhoeven, hoofdmedewerker taal en onderwijs bij de Nederlandse Taalunie. Ook hij repte van spellingonzekerheid, moeilijk toepasbare regels en van “logica die soms ver te zoeken is”. Maar de Spellingcommissie van de Taalunie zal zich uitspreken over drie welomschreven kwesties: de bastaardwoorden, de tussenletters n en s en de trits: afkappingsteken, trema en koppelteken. De Spellingcommissie zal op 10 september de voorstellen indienen bij het comité van ministers van de Taalunie. In Nederland volgt dan de normale weg via Tweede en Eerste Kamer.

Verhoeven kon intussen de verleiding niet weerstaan een hint te geven over de nieuwe voorstellen. Hij "vermoedt' dat die wijzigingen een heel eind gaan in de richting van de progressieve spelling waarvan de vorige spreker enkele voorbeelden had gegeven. De toegewijde spellingcontestanten kunnen hun borst dus weer natmaken. Verhoeven verwacht overigens niet dat vóór 1995 een en ander al daadwerkelijk van kracht zal kunnen zijn.

In het hartje van de stad staat de grote wis- en natuurkundige Simon Stevin, geboren in Brugge, op zijn sokkel temidden van het winkelende publiek. In zijn "Uytspraeck van de Weerdichheyt der Duytsche Tael', geschreven in 1586 en de inleiding tot zijn "Weeghconst', houdt Stevin een vurig pleidooi voor zijn moedertaal. Hij zou die taal blijven gebruiken, ook in zijn wetenschappelijke werken en verrijkte het Nederlands met woorden als wiskunde, driehoek, evenwijdig en evenaar. Aan zijn voeten staat op een etalageruit in hardroze letters: SOLDEN SOLDES.

De flamingant mag een afkeer hebben van cultuur met een c, omdat dat te Frans zou zijn, maar het leven blijkt vaak harder dan de leer.