Na NK sprint hoop op afvaardiging naar Winterspelen; Loorbach wijst op progressie

HEERENVEEN, 27 JAN. Toen ze net achter favoriete Christine Aaftink over de streep was geflitst keek schaatsster Anita Loorbach gisteren hoopvol naar de klokken. “Shit”, ging het door de 27-jarige Groningse heen, terwijl ze de tijd van 41,39 op het scorebord zag verschijnen. Loorbach kwam in Heerenveen op de 500 meter van de nationale sprintkampioenschappen 0,19 seconde tekort op de limiet voor de Winterspelen.

En dat deed natuurlijk pijn. Vanavond beslist het Nederlands Olympisch Comité over het lot van Loorbach. De kans dat ze alsnog mee mag naar Albertville, waar de Winterspelen op acht februari beginnen, is heel klein. De rijdster meende echter dat de deur voor haar nog op een kier staat. Ze klampte zich daarbij vast aan het feit dat ze deze maand steeds vooruitgang heeft geboekt. Op de NK afstanden in de Thialfhal, herinnerde ze zich, kwam ze tot 41,51, daarna noteerde ze in het Italiaanse Collalbo 41,49 en gisteren ging ze weer ééntiende seconde harder.

Bondscoach Wopke de Vegt van de Nederlandse sprintploeg zei bij het NOC nog “een lans te zullen breken” voor Loorbach, maar het klonk niet erg overtuigend. De Vegt maakte in Heerenveen bepaald geen gelukkige indruk. Hij was er zichtbaar met tegenzin. De trainer had de bond tevoren tevergeefs verzocht deze sprinttitelstrijd te mogen overslaan. Hij was met zijn snelle groep graag in Davos gebleven, omdat hij dat beter vond passen in de belangrijke voorbereiding op Albertville.

Loorbach had dit weekeinde ook liever in het Zwitserse wintersportoord vertoefd. Zeker toen ze hoorde dat de Amerikaan Dan Jansen in Davos het wereldrecord op de 500 meter had verbeterd. “Blijkbaar was dat hoog gelegen ijs optima forma. En had ik daar een mooie mogelijkheid gehad aan de eis van het NOC te voldoen. Jammer, heel jammer.” Ex-schoenenverkoopster Loorbach, die dit jaar alles op het schaatsen heeft gezet, was overigens realiste genoeg om te bekennen dat ze eerder deze competitie “kansen genoeg” heeft gehad om zich van een Olympisch startbewijs te verzekeren. Dat ze die had laten liggen, legde ze uit, was een gevolg van “allerlei tegenslagen”.

Na een goede seizoenstart begon het leed in de laatste weken van november. Bij wereldbekerwedstrijden in Oost-Berlijn en Warschau was ze verkouden. Bovendien moesten de experts zich in die tijd steeds weer buigen over haar schaatsschoenen, omdat die haar aan de voorkant irriteerden. Loorbach zei dat ze "niet lekker in haar vel zat', stapte door die mentale problemen zelfs een paar keer vroeg van het ijs. In december trad er verbetering op. “Het begon ineens weer lekker te lopen”, weet ze nog. De Groningse begon vol vertrouwen aan een laatste aanloop voor Albertville, maar die is bijna zeker net te kort geweest.

Op de NK sprint werd Loorbach in Heerenveen op de 500 meter twee keer tweede, op de kilometer twee maal derde. De vier afstanden werden alle gewonnen door Christine Aaftink. De doctoranda uit Baambrugge werd daarmee voor de vijfde keer nationaal kampioen. Maar die titel deed haar niet veel. Net als De Vegt en Loorbach was ze in gedachten steeds in Davos. De Vegt weer: “Als Christine in Zwitserland had gereden, had ze wellicht eindelijk onder de veertig seconden kunnen komen op de 500 meter. Was ze een grens gepasseerd, waar ze al een tijd tegenaan zit te hikken. Dat zou een prachtige stimulans zijn geweest voor haar optreden bij de Winterspelen.”

Bij de mannen ging de Nederlandse sprinttitel volgens de verwachting naar Gerard van Velde. Zonder de concurrentie van de geblesseerde Arie Loef was de 20-jarige rijder uit Heerde een klasse apart. De kleine groep toeschouwers in de sfeerloze Thialfhal zag hem vier afstanden winnen, telkens in een respectabele tijd.