Magnapop: naar huis met een glimlach

Concert: Magnapop. Bezetting: Linda Hopper (zang), Ruthie Morris (gitaar), Shannon Mulvaney (bas), David McNair (drums). Gehoord: 26/1 Melkweg, Amsterdam. Herhaling: 28/1 Tivoli, Utrecht, 29/1 Nighttown, Rotterdam, 30/1 Paard, Den Haag, 31/1 Effenaar, Eindhoven, 1/2 Gigant, Apeldoorn, 2/2 Atak, Enschede, 4/2 Patronaat, Haarlem, 5/2 Bolwerk, Sneek, 6/2 Beest, Goes.

De leden van het Amerikaanse Magnapop stonden er versteld van, hoe gretig ze in ons kleine landje werden binnengehaald als nieuwe sensatie. In eigen land heeft het prille gitaargroepje nog vrijwel niets te betekenen. Een optreden tijdens het Rotterdamse festival met de bedrieglijke naam "Ein Abend In Wien" maakte hen vorig jaar op slag geliefd, vanwege de energieke muziek en de ontwapenende uitstraling van zangeres Linda Hopper. Haar aanstekelijke glimlach en onbeholpen danspasjes doen denken aan een naïeve plattelandsversie van Blondie's Debbie Harry, die door stom toeval nu zelf in het middelpunt van de belangstelling staat.

Ook muzikaal heeft Magnapop veel weg van de oersimpele punk-rock uit de begindagen van Blondie, zij het dat het ontbreken van een jengelend orgeltje wordt gecompenseerd door zware, vervormde gitaarpartijen. Gitariste Ruthie Morris was de avond tevoren zelfs zodanig tekeer gegaan, dat ze haar hand tot bloedens toe verwondde. De liedjes ontlenen hun dynamiek aan melodieuze baspartijen van Shannon Mulvaney, de enige die ook uiterlijk de indruk wekt dat de rattekopjes van de punk hem gestuurd hebben in zijn muzikale dadendrang. De rest van de band ziet er zo braaf en verzorgd uit, dat de openingswoorden van Alex Chilton's klassieke rocksong Thirteen hen op het lijf zijn geschreven. "Won't you let me walk you home from school," zong de recentelijk geblondeerde Hopper zonder een spoor van ironie. Het publiek reageerde uitbundig, ook al was de uitverkochte zaal zo vol gepropt dat maar de helft van de aanwezigen voldoende zicht op het podium had.

De aan een uitgebreide Nederlandse tournee voorafgegane reputatie berust voor een deel op een alleen in ons land uitgebracht debuutalbum, dat voornamelijk bestaat uit ruwe proefopnamen. De helft werd geproduceerd door zanger en Magnapop-fan Michael Stipe van het eveneens uit de Amerikaanse staat Georgia afkomstige R.E.M. Muzikale overeenkomsten zijn er nauwelijks, maar in haar naïef-poëtische teksten toont Hopper zich net zo ongrijpbaar als de enigmatische Stipe. Op blijmoedige toon declameert ze een tekst over de dood van een Favorite Writer, waarbij het lijzige refreintje "angel engineer, peaceful pioneer" door ingewijden hartstochtelijk wordt meegezongen.

Magnapop is zo'n zeldzame popgroep die niet alleen met veel plezier musiceert, maar die dat plezier ook ten volle aan het publiek kan overdragen. Na afloop van drie welverdiende toegiften, namen veel nieuwe fans een stralende glimlach mee naar huis.