Liefde tussen India en VS bloeit op

Op 26 januari 1950 werd de Unie van India met het aannemen van een grondwet een republiek, een gebeurtenis waaraan New Delhi liever wordt herinnerd dan aan de onafhankelijkheid van 15 augustus 1947, die ook de betreurde scheuring van Brits-Indië bezegelde.

Het was een historische dag gisteren voor Frank Kelso. De Amerikaanse admiraal woonde namens zijn land in de Indiase hoofdstad New Delhi de militaire parade bij ter gelegenheid van de Dag van de Republiek, de eerste militair uit de Verenigde Staten die in India zo veel eer te beurt viel - Kelso als belichaming van de spectaculaire ommezwaai van de verhoudingen in Zuid-Azië.

“India en de Verenigde Staten gaan hun strijdkrachten en defensieve activiteiten voor elkaar openstellen en de banden aanhalen bij samenwerking in grote projecten”, zei de Indiase minister van defensie, Sharad Pawar, vorige week. Gezamelijke vlootoefeningen staan inmiddels op het programma.

India was jarenlang de trouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie, de enige grote niet-communistische vriend van Moskou. "Amerika' was voor New Delhi het rijk van het kwaad, met de verkeerde vrienden: India's aartsvijanden Pakistan en China en verkeerde, "kapitalistische' opvattingen.

India wierp zich op als de advocaat van het anti-kolonialisme, de neutraliteit en van de solidariteit met andere Derde-wereldlanden.

De Amerikanen zagen in de Indiërs degenen die te zeer meeleefden met naar onafhankelijkheid strevende volkeren. Nehru en de Gandhi's waren begaan met het "lot van de wereld' en dat kwam Washington lang niet altijd goed uit.

De Koude Oorlog is voorbij, de Sovjet-Unie bestaat niet meer, de Beweging van Ongebonden Landen gaat naar het voorbeeld van haar vorige voorzitter Joegoslavië haar ontbinding tegemoet en in de Derde Wereld is de solidariteit verdrongen door de wet van het Internationale Monetaire Fonds.

Zo liep de buitenlandse politiek van India binnen luttele jaren op de klippen. Het wegvallen van de oude externe zekerheden viel samen met interne instabiliteit.

India kende tussen november 1989 en mei 1991 vier regeringen van drie verschillende partijen, respectievelijk onder de premiers Rajiv Gandhi, V.P. Singh, Chandra Shehhar en onder de zittende premier Narasimha Rao.

De snelle regeringswisselingen leidden tot een zwalkende binnenlandse politiek, waarvan afscheidingsbewegingen profiteerden. De sikhs in Punjab voerden hun guerrillaoorlog op, in Jammu & Kashmir en in Assam staken separatisten de kop op. Hoewel geen van de vier premiers ook maar een moment dacht aan het opgeven van de Unie van India, baarde het separatistische geweld New Delhi grote zorgen. Vooral toen in Oost-Europa de desintegratie begon en die andere Unie, van Sovjet-republieken, uiteenviel moet menig Indiaas politicus hebben gedacht "Nu wij?'

Een verandering in de binnenlandse en buitenlandse politiek was onvermijdelijk geworden. Premier Rao presenteerde vorig jaar juni plannen voor verregaande economische hervormingen en de buitenlandse politiek ging ook in het dok.

Niet alleen India wendde de steven, ook de VS zagen zich in de regio geconfronteerd met een kantelende atlas. De terugtrekking van het Sovjet-leger uit Afghanistan, in 1989, maakte dat dit land, nog voordat de Sovjet-Unie de laatste adem uitblies, niet langer van strategisch belang was voor de Amerikanen.

Pakistan kon niet meer rekenen op de Amerikaanse gunst ten gevolge van het oprukken van de mullahs. Sinds vorig jaar is de shari'a, de islamitische wetgeving, van kracht. Washington staakte in 1990 de economische en militaire hulp aan Islamabad, omdat de Pakistanen geen inspectie van nucleaire installaties wilde toestaan en daarmee de verdenking op zich laadden in het geheim aan een atoombom te werken. In Amerikaanse regeringskringen wordt al gesproken van het Groene Gevaar van de islamitieten dat het Rode Gevaar heeft vervangen.

Pakistan haalde de toch al stevige banden met Peking daarna nauwer aan, China leverde M-9 en M-11 middellange afstandraketten en een kerncentrale "voor vreedzame doeleinden'. De Pakistaanse premier Nawaz Sharif zei tijdens een recent bezoek aan Parijs: “Het lijdt geen twijfel dat wij de atoombom kunnen maken, maar wij zullen daar geen gebruik van maken”, waarbij hij in het midden liet of van de produktie dan wel van de inzet “geen gebruik” zal worden gemaakt.

Dit alles leidde tot grote ergernis bij de Amerikanen, die ook nog met de Volksrepubliek China in hun maag zitten. Een orthodox-communistisch bewind als bondgenoot is in de wereld van 1992, vooral na het verdwijnen van de Sovjet-Unie, nog maar moeilijk te verkopen.

Een toenadering tussen India en de Verenigde Staten was in deze omstandigheden een logische stap, tot wederzijds voordeel. Voor de VS is New Delhi in militair opzicht een zeer aantrekkelijke partner. Weliswaar is India straatarm, maar de strijdkrachten zijn op die van de VS zelf en China na de grootste ter wereld (ervan uitgaand dat het Russische Rode leger sterk wordt ingekrompen). Het Indiase leger kan putten uit een schier eindeloos bevolkingspotentieel, momenteel 850 miljoen zielen.

Niet alleen de omvang van het leger (1,3 miljoen man) ook de bewapening, de goede organisatie en de discipline van het Indiase leger hebben op de Amerikanen indruk gemaakt. Washington beseft dat de democratische, anti-fundamentalistische opvattingen van de federale regering van India eigenlijk veel beter aansluiten bij het eigen gedachtengoed dan die van islamitisch Pakistan, laat staan van communistisch China.

De Indiase regering heeft alle scrupules en vooroordelen ten aanzien van de Amerikanen over boord gezet. New Delhi hoopt met de Amerikanen de regionale dreiging van met name Pakistan af te wenden en tevens de afscheidingsbewegingen in eigen land te kunnen verslaan. Washington steunt India inmiddels in zijn permanente twist met Pakistan om Kashmir.

Zal de Unie van India blijven bestaan of eveneens ten onder gaan in dit tijdperk van revolutionaire veranderingen? Daar lijkt het vooralsnog niet op. Anders dan in de voormalige Sovjet-Unie bestaat in India een democratisch gekozen regering die voor het bijeenhouden van het land op grote steun kan rekenen van de - hindoeïstische - meerderheid.

India's eerste premier Jawaharlal Nehru zei in 1947 in een romantische bui: “De aardrijkskunde: de ligging, de bergen en de zeeën hebben India gevormd zoals ze is. Menselijk ingrijpen kan hier niets aan veranderen of in de weg staan van haar uiteindelijke bestemming.” Twee maanden later had hij al ongelijk toen Brits-Indië doormidden scheurde in India en Pakistan, niet door ingrijpen van hogerhand, maar door de tegenstelling tussen moslims en hindoes.

Alle pogingen van separatisten om het land daarna te splijten liepen spaak door de harde opstelling van de federale overheid. Punjab is met zijn grote graanproduktie goed voor de helft van de tarweopbrengsten, van onschatbare waarde voor het land. New Delhi zal dat niet opgeven en dat geldt ook voor Assam, dat behalve de befaamde thee veel olie produceert. Kashmir zal India willen behouden als buffer tegen Pakistan.

Het opgeven van Jammu & Kashmir zou voor India niet het einde betekenen van de onrust, New Delhi vreest dat daarna de radicale moslims in andere deelstaten (11 procent van de Indiërs is moslim) zouden willen proberen hun macht uit te breiden. Dan liever permanente onrust aan de onherbergzame noordwestgrens op de koop toegenomen.

New Delhi zal zijn nieuwe bondgenoot Amerika ervan proberen te overtuigen dat het uiteenvallen van India een slechte zaak is, ook voor Washington en het is niet ondenkbaar dat de Amerikanen die opstelling van harte onderschrijven.