Laat vrachtwagens rijden en vliegtuigen vliegen; Vrouwenarchief wacht op Russische zending

Het stond er zo sec: het nieuws dat de Russische autoriteiten bereid zijn om tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland verdwenen archiefcollecties, waaronder stukken van het Internationaal Archief van de Vrouwenbeweging, terug te geven. Maar dit kleine bericht over archiefstukken die door de Duitsers uit bezet gebied werden gestolen en vervolgens door het Sovjet-leger op de Duitsers werden buitgemaakt, in de krant van dinsdag 14 januari 1992 , zal de harten van heel wat feministen, historici en andere geïnteresseerden sneller hebben doen kloppen.

Het IAV, dat ook internationaal gezien tot de mooiste collecties op het gebied der vrouwengeschiedenis behoort en dat zich sinds de tweede feministische golf in de jaren zeventig in een zeer grote belangstelling mag verheugen, is - anders dan velen denken - niet pas met die golf ontstaan. Het Archief werd opgericht in 1935, door drie feministen: Johanna Naber (1859-1941), Rosa Manus (1881-1943) en Willemijn Posthumus-van der Goot (1897-1989). Mede met het oog op de aanvallen op het recht op arbeid wilden zij materiaal verzamelen, bewaren en publiceren over "de geschiedenis van de vrouw en de vrouwenbeweging'.

Hun initiatief was een succes. In Nederland werden tal van vrouwen en vrouwenorganisaties lid en velen schonken geld of spullen. In Amerika was een soortgelijk plan mislukt en daaraan, en aan de goede contacten van Rosa Manus die jarenlang een vooraanstaand activiste was in de International Woman Suffrage Alliance, is het waarschijnlijk te danken dat ook de internationale vrouwenbeweging kisten vol materiaal naar Amsterdam zond. Manus leverde bovendien de eerste juwelen van wat volgens de bibliothecaresse een "schatkamer' van feministische kostbaarheden beloofde te worden: ruim driehonderd boeken en brochures uit haar eigen bezit plus alle boeken die Aletta Jacobs haar had nagelaten. Mineke Bosch en Annemarie Kloosterman, die uit de nagelaten brieven van Jacobs het mooie Politics and Friendship (Ohio State University Press, 1990) samenstelden, opperen zelfs dat het veiligstellen van Jacobs' erfenis het belangrijkste oprichtingsmotief was.

Uit de Jaarboeken die het IAV in 1937 en 1938 uitgaf valt een beeld te krijgen van wat er zoal binnenkwam. Nabestaanden schonken papieren van de socialiste Marie Rutgers-Hoitsema, anderen gaven persoonlijke plakboeken en knipselarchieven, de Nederlandsche vrouwenclub overhandigde haar collectie vrouwendissertaties plus een bibliografie van door vrouwen geschreven boeken, de International Association for Social and Moral Reform schonk een verzameling brochures van de Engelse Josephine Butler, strijdster tegen de reglementering van de prostitutie en de Amsterdamse afdeling van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen stalde haar bibliotheek in de twee zalen die het IAV op de Keizersgracht, in het gebouw van het eveneens in 1935 begonnen Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), in gebruik kreeg.

Met gepaste trots maakte de bibliothecaresse, onwetend van de ramp die komen zou, nog apart melding van de verwerving van enige “zeer bijzondere documenten”: een zeldzame eerste druk van Mary Wollstonecrafts A Vindication of the Rights of Women (1792) en het handschrift van de emancipatie-roman waardoor Nederland decennialang op zijn kop stond: Hilda van Suylenburg (1897), afgestaan door de schrijfster, Cecile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Volledigheid in dezen is onmogelijk: de opvallend internationale en veelzijdige lijst van personen, verenigingen en instellingen die materiaal afstonden, bedraagt in de twee Jaarboeken totaal acht pagina's. In 1940 bevatte de IAV-collectie behalve archieven vijfenveertighonderd boeken en honderdvijftig lopende tijdschriften, uit drieëntwintig landen. Uit dat tijdschriftenbestand blijkt dat de geformuleerde doeleinden ruim werden geïnterpreteerd; men verzamelde niet alleen toenmalige feministische tijdschriften maar ook bladen met mode en Frauen und Mädchen im Dritten Reich. Vooral dat laatste is achteraf gezien een grimmig gegeven.

In juni 1940 werd het IAV door de Sicherheitspolizei gesloten. In augustus liet het bestuur de leden per brief weten dat de verzamelingen in beslag genomen waren. Naar het gerucht wil met de woorden: dit bezit komt de Duitse vrouwen toe. In 1945 kon worden vastgesteld dat alles was verdwenen: boeken, brochures, archieven en memorabilia, portretten, prenten en insignes, zelfs de meubelen en gordijnen. Goddank zagen de Duitsers de kluis bij de "Vrouwenbank' over het hoofd, waarin behalve geld, diverse antiquarische boeken en tijdschriften en een deel van de papieren van Jacobs lagen. Wat er precies weg was, weten we niet, want de bezetter nam ook de catalogi mee, maar zeker is dat kostbaar cultuurbezit werd ontvreemd. Bijvoorbeeld ook brieven van Rilke, eerste drukken van Jane Austen, het archief van Manus, de boeken van Frida Mackay-Katz (die vanaf 1922 tot 1941 voor de CHU in de Tweede Kamer zat), de complete collectie Evolutie - afkomstig van de uitgeefster ervan, Wilhelmina Drucker (1847-1925) - en de knipselalbums van kiesrechtstrijdster Jeanne van Lanschot Hubrecht (1864-1918). Van wat ik heb opgesomd overleefden - althans naar het zich tot nu toe liet aanzien - alleen de archiefstukken van Marie Hoitsema de oorlog. En zelfs op de financiële vergoeding voor hun roof, zoals die in het kader van de Wiedergutmachung gebruikelijk was, wisten de Duitsers te beknibbelen.

Het IAV verloor niet alleen bezit, het verloor ook zijn joodse presidente, Rosa Manus. Op 17 augustus 1941 werd zij, bijna zestig jaar oud, door de Gestapo gearresteerd. Waarschijnlijk overleed ze in 1943 in het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het is bijzonder pijnlijk om te lezen hoe Manus in februari 1940 in een brief aan een Amerikaanse kiesrechtvriendin uitlegde dat ze in verband met de ernstige toestand in Europa haar huis opruimde en haar bezit naar het IAV deed. In een in 1946 verschenen herinneringsboekje schreef een collega-IAV-bestuurster dat Rosa deze “slag”, dat “haar liefde en trots”, het IAV, “de eindpaal van haar feministisch werken”, was leeggeroofd, niet te boven was gekomen. Het nazisme maakte onder betrokkenen bij het IAV meer slachtoffers: van Charlotte Polak-Rosenberg, gepakt toen ze via Parijs trachtte te vluchten, is nooit meer iets vernomen. Persoonlijke archiefstukken van haar berusten nog in het IAV, evenals stukken van de Vereniging Onderlinge Vrouwenbescherming, waarvan zij het voorzitterschap vervulde. Het archief echter van de Nederlandse Vrouwenraad, die zij eveneens lange tijd presideerde, ging in de oorlog verloren en hetzelfde geldt voor de papieren die tussen mei en augustus 1940 binnenkwamen van de oude Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht waarvan zij hoofdbestuurslid was.

Het IAV werd in 1947 heropgericht zoals de enige nog in leven zijnde oprichtster, dr. Posthumus-van der Goot bij die plechtigheid zei, “niet zonder een gevoel van triomf op de Duitsers”. Bij die opening werd door haar man, mr.dr. N.W. Posthumus, de schepper van het IISG en het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie in Amsterdam, bekend gemaakt dat een deel van het bezit was teruggevonden. Dat bleken uiteindelijk vier van de veertig weggevoerde kisten te zijn. Het IAV moest dus zo goed als opnieuw beginnen. Daar is het goed in geslaagd, maar archiefverliezen zijn per definitie natuurlijk nooit herstelbaar. In de loop der jaren werd af en toe iets geretourneerd. Zo ontving het IAV nog in 1967 uit Tsjechoslowakije een boek waarin het vooroorlogse stempel stond.

Naar wat er nu uit Moskou komt en in welke staat dat verkeert, valt alleen maar te gissen: staan daar die andere zesendertig dozen? Onwaarschijnlijk. Ik denk dat velen met mij de stille hoop koesteren dat er in elk geval papieren en boeken van Rosa Manus bij zijn. De Duitsers hebben haar het leven benomen. Hoe fantastisch zou het niet zijn als een halve eeuw na haar dood haar documenten terugkomen op de daartoe door haar bestemde plaats, beschikbaar voor "de wetenschappelijke studie der vrouwenbeweging in den uitgebreidsten zin', zoals dat in de notariële akte van 1935 heette. Maar wat er ook in die enkele duizenden dossiers in het Russische "speciale Archief' zit: de betreffende ministeries en instanties mogen deze kans niet laten glippen. Laat vrachtwagens rijden en vliegtuigen vliegen, doe de diplomatenkoffers open en rol de rode loper uit. We wachten met spanning af.

Foto: Rosa Manus (links) en Carrie Chapman Catt, een van de kopstukken uit de Amerikaanse vrouwenkiesrechtbeweging, in 1923 in Rome