"Joegoslaven schenden bestand al om een varken'

Nu Nederland het voorzitterschap van de EG heeft overgedragen aan Portugal, wordt het aantal Nederlandse EG-waarnemers in Joegoslavië geleidelijk teruggebracht van 36 naar 14. Generaal G.H. Eleveld, die drie maanden lang met ambassadeur Van Houten aan het hoofd stond van de waarnemers, is weer terug in Nederland.

DEN HAAG, 27 JAN. Zijn grootste teleurstelling was het mislukken van het kerstbestand, het zoveelste geschonden akkoord tijdens de Joegoslavische burgeroorlog. “We dachten die 21ste december echt: het is gelukt. Na taaie onderhandelingen tussen het federale leger en de Kroaten hadden we iets goeds op papier staan. Net toen alles gereed was voor de plechtige afkondiging van het bestand, met de internationale pers erbij enzo, wilde de generaal van het federale leger nog even "wat correcties' aanbrengen. Drie uur later kwam hij terug en was er niets meer over van de oorspronkelijke tekst. De Kroaten vonden de wijzigingen onaanvaardbaar en zo ging ons kerstbestand de mist in. Toen had ik wel even een heel vervelend gevoel, ja.”

Enige troost put brigade-generaal G.H. Eleveld, die van begin oktober tot 1 januari plaatsvervangend hoofd was van de ruim 200 EG-waarnemers in Joegoslavië, uit het feit dat het bestand dat op 2 januari onder auspiciën van VN-waarnemer Cyrus Vance tot stand kwam, nog steeds intact is. “Jammer dat het niet is gelukt ten tijde van het Nederlandse EG-voorzitterschap, maar ik zie dit nieuwste akkoord toch als een uitvloeisel van onze pogingen.”

De waarnemers houden sinds juli toezicht op de veelvuldig geschonden bestanden tussen het federale leger en de naar onafhankelijkheid strevende Kroaten en Slovenen. Eleveld noemt de directe bemoeienis van de EG met het conflict een “historisch ogenblik”.

De EG-operatie stond onder leiding van de Nederlandse diplomaat J. van der Valk, die half oktober werd opgevolgd door ambassadeur Van Houten uit Costa Rica. Als oud-diplomaten in Belgrado hadden beiden een ruime ervaring met de conflicten in het land en spraken zij de taal. Een absolute voorwaarde voor deze functie, aldus het ministerie van buitenlandse zaken, dat de waarnemingsoperatie in Joegoslavië coördineerde in nauwe samenwerking met het ministerie van defensie.

Minder stringente eisen werden gesteld aan de waarnemers en aan het ondersteunend personeel. Het betrof vrijwilligers uit verschillende onderdelen van de krijgsmacht, die ooit te kennen hadden gegeven eventueel in aanmerking te willen komen voor uitzending naar conflictgebieden. Een enkeling had ervaring opgedaan in Libanon.

De EG-taak in Joegoslavië beperkte zich niet tot waarnemen. Eleveld heeft zich er naar eigen zeggen ontwikkeld tot een vaardig onderhandelaar. “Na het bijwonen en vaak leiden van al die onderhandelingen en het sluiten van zoveel bestanden krijg je routine.” De taak van de waarnemers was binnen de eigen gelederen niet altijd onomstreden, volgens Eleveld. “Onze taak was toezicht houden op wapenstilstanden. Maar als het ene akkoord na het andere wordt geschonden, vraag je je wel af of je aanwezigheid nog zin heeft. Het is gebeurd dat de ene partij tijdens een bestand een door een granaatscherf getroffen varken van de tegenpartij afschoot. De andere partij hoorde een schot, begon ook te schieten, weg bestand!”

Ook het feit dat het gevaar voor de ongewapende, in het wit geklede EG-waarnemers toenam naarmate het conflict bloediger en onoverzichtelijker werd - in december kostte de oorlog het leven aan vijf Italiaanse waarnemers - veroorzaakte openlijke twijfel aan het nut van de missie. Regelmatig werden konvooien en hotels waarin waarnemers verbleven, beschoten. Er restte de waarnemers dan weinig anders, al dan niet op bevel van de eigen regering, rustiger tijden af te wachten op hun kamer.

Per dag konden de waarnemers, die voor de gelegenheid een diplomatiek paspoort hadden gekregen, gemiddeld drie bezoeken afleggen aan de strijdende partijen. Eleveld: “Ik heb veel hoogwaardigheidsbekleders gesproken en ieder zaagde mij door over zijn eigen gelijk. Die mensen zijn sterk in het ophalen van eeuwenoude verhalen. Dat hoor je dan maar aan, je peilt de stemming en probeert emotie en feiten te scheiden.” 's Avonds werden de gebeurtenissen van de afgelopen dag en het programma voor de volgende dag besproken tussen vertegenwoordigers van alle EG-waarnemers.

Ook werd getracht via de meegebrachte communicatie-apparatuur besprekingen tot stand te brengen tussen de partijen. “Voor fysiek overleg was het wantrouwen vaak te groot, overleg via de techniek ging soms nog wel”, aldus Eleveld. “Het was elke dag opnieuw proberen om die kerels aan het verstand te brengen dat ze moesten ophouden met vechten.”

De meeste tijd waren de Nederlandse waarnemers kwijt aan het doorbreken van de impasse rond de door de Kroatische troepen belegerde federale kazernes. “De spanning rond die kazernes en andere federale militaire instellingen was groot”, vertelt Eleveld. “In de omgeving daarvan woonden veel Servische gezinnen van militair personeel. Die mensen werden enorm getreiterd; de post werd achtergehouden, het vuil niet opgehaald. Voortdurend was het de vraag of de Kroaten de kazernes zouden bestormen of dat de federalen zich in hun tanks schietend een weg naar buiten zouden banen of hun munitiedepots zouden opblazen, zoals ze dreigden.”

Dankzij akkoorden tussen de Servische president Milosevic en zijn Kroatische ambtgenoot Tudjman over de ontruiming van de kazernes, konden de waarnemers beginnen met de voorbereiding van de evacuatie. “Dat ging niet zonder slag of stoot, want de Kroaten wilden niet dat de militairen hun wapens zouden meenemen. Die konden ze prima zelf gebruiken.” Naar verluidt draaiden de Kroaten pas bij toen de EG-waarnemers dreigden hun taak neer te leggen. De Kroaten gebruikten de waarnemers maar al te graag om de bevolking te "bewijzen' dat de EG het onafhankelijkheidsstreven steunde.

De evacuatie voltrok zich uiteindelijk onder regelmatige schotenwisselingen. “Op zulke momenten trokken de strijdende partijen zich weinig aan van de EG-waarnemers”, aldus Eleveld. “We hebben een aantal benauwde ogenblikken gekend, als konvooien werden beschoten.” Bij luchtaanvallen gingen enkele EG-voertuigen verloren.

Generaal Eleveld keerde onlangs terug in Nederland. Terugziend op zijn Joegoslavische periode zegt hij "verbaasd' te zijn over de succesvolle evacuatie van de federale troepen. “Ik had niet gedacht dat dat zou lukken toen ik de situatie daar voor het eerst overzag.” Met enige trots voegt hij eraan toe: “Het is natuurlijk niet toevallig dat dat bestand van 2 januari nog intact is. Na de evacuatie van die kazernes was de spanning voor een groot deel weg.”