Extra surveillance bij moskee

AMERSFOORT, 27 JAN. Het was juist zo rustig deze vrijdag, zeggen twee bewoners van de Van Galenstraat in Amersfoort. Anders staan op die dag de auto's “tienhoog” voor de Mevlana-moskee in de straat. En toch zijn juist deze vrijdagnacht drie molotov-cocktails ontploft bij het gebouw.

Overburen zagen vrijdagnacht “vier of vijf” figuren rondscharrelen bij de moskee en belden de politie. Toen die arriveerde waren de brandjes al gedoofd. De imam, die boven de moskee woont, bleef ongedeerd. Tien agenten van de Amersfoortse politie houden zich bezig met het onderzoek. Bovendien is de moskee “verhoogd in de surveillance”, aldus een woordvoerder van de politie.

Minister d'Ancona (WVC) heeft de aanslag gisteren scherp veroordeeld. Ze meent dat Nederland geen "blanco strafblad' meer heeft waar het om vreemdelingenhaat gaat.

De twee bewoners schudden hun hoofd. De aanslag is minderwaardig, dat stellen ze voorop. Maar “ze overlopen ons gewoon”. Vroeger was het een leuke buurt, maar sinds een jaar of twee - zolang staat de moskee hier - is dat voorbij. Nu willen ze verhuizen.

Het is druk zondag in de Turkse moskee. Zo'n driehonderd mensen komen hier in het weekeinde, volgens R. Iman, vice-voorzitter van het moskeebestuur. Het is meer dan alleen een gebedsruimte voor de moslims, het is een ontmoetingsplaats. Er is een kruidenierswinkeltje waar Turkse broden, zonnebloempitten en runderworstjes worden verkocht.

Een molotov-cocktail die hier naar binnen werd gegooid heeft een zware benzinelucht achtergelaten. Iman laat de schade zien: gesneuvelde ruiten, een geblakerde muur, een niet geheel begrijpelijke kreet op de muur "Holland is voor Handers' en de Zuidafrikaanse variant op de swastika.

Pag 3:

Buurt liet zich nooit iets gelegen liggen aan moskee

De Mevlana-moskee staat sinds 1990 in de Van Galenstraat en er zijn eigenlijk nooit problemen geweest, vindt Iman. Toch tekenden meer dan honderd buurtbewoners een bezwaarschrift toen bekend werd dat de moskee in de straat zou komen. Zijn imam, M. Isler, valt hem in het Turks in de rede. Iman vertaalt dat de moskee een paar maanden geleden voor het eerst brieven kreeg waarin geklaagd werd over de oproep tot gebed die vrijdags uit de luidsprekers van de minaret galmt. “Eén keer per week een paar minuten”, zegt Iman. Vorige week is de politie zelfs langsgekomen omdat op het bureau telefoontjes waren binnengekomen dat er voortdurend “gejengel” vanaf de minaret zou klinken. Voorzitter van het moskeebestuur M. Atalay laat de sleutel zien waarmee hij de microfoon heeft afgesloten. Een keer per week gaat hij maar van slot.

Met de kerken onderhoudt de moskee een goed contact, aldus Iman. Na de aanslag hebben verscheidene christelijke kerken laten weten het onbegrijpelijk te vinden dat dit heeft kunnen gebeuren. Namens de hervormde en gereformeerde kerk in Hoogland komt M. Verhulst een bloemetje brengen. “Geen bom kan ons het geloof ontnemen”, zegt hij met overtuiging. Hij neemt snel weer afscheid: “Dat u het geloof maar mag behouden.”

Buiten bouwen de Turkse moslims een steiger op om de schade te herstellen. De blauw-witte moskee is laag, zelfs de minaret steekt maar een klein stukje uit boven de twee verdiepingen hoge huisjes in de straat. Vanachter hun ramen houden de overburen een oogje in het zeil. De straat vult zich met steeds meer moskeegangers.

De katholieke mevrouw A. Andringa uit Amersfoort komt aanfietsen om zich te verontschuldigen. Ze is “ontzettend geschrokken” van de aanslag en heeft een bloemetje meegenomen voor de schrik. “Ik hoop vooral dat ze het vergeven”, zegt ze. Ze kijkt aarzelend naar de mannenmenigte. “Mag ik als vrouw wel naar binnen?”

Twee buurtbewoners hebben hun zondagse ommetje uit nieuwsgierigheid verlegd naar de Van Galenstraat. Het is nooit goed om eigen rechter te spelen, zeggen ze. En het is zo'n leuk winkeltje, zegt de vrouw een beetje spijtig, met goedkope druiven. Maar, begint de man: “Als ik het mag zeggen, je ziet er te veel.” Hoe kan het ook anders: “Die vrouwen hebben altijd drie kinderen en nog een dikke buik.”

Op zich hebben ze niks tegen buitenlanders. Maar de Turken en Marokkanen zijn zo arrogant. Dat merk je in de winkels: “Het Engelse volk wacht keurig, maar zij dringen voor. En ze moeten altijd de onderste tomaat hebben en raken alles aan. En ze spreken geen Nederlands, maar ze weten wel precies waar ze het geld kunnen halen als ze werkloos zijn. En dat zijn ze bijna allemaal.” Dit is ook geen buurt voor een moskee, vinden ze, het is er zo rommelig door geworden. Overal auto's.

Hun naam noemen ze liever niet. “Ik ben maar een grijs mannetje.” De vrouw is bang dat als ze hun naam noemen, ze de krant misschien niet meer thuisbezorgd krijgt. Ze zien een stoet van vrouwen en meisjes uit de moskee komen. De Van Galenstraat is nu gevuld met vrouwen met hoofddoeken. Een grote groep Turkse jongens hangt wat rond de uitgang, bij hun fietsen of hun auto's. Als ze vrij hebben, komen ze altijd naar de moskee, vertelt Y. Aslam.

De aanslag zal consequenties hebben, zegt hij. “Wij weten wie het gedaan heeft.” Mensen uit de buurt. Die hebben zich nooit iets gelegen laten liggen aan de moskee. “Wij hebben avondjes gegeven voor de buurt om kennis te maken. Niemand komt. En dan staat in de krant dat wij niet met de mensen hier willen omgaan.”

Hij moet opzij stappen als een vriend zijn auto van de stoep af manoeuvreert. De straat is even verstopt. “Eén ding staat kant en klaar vast”, zegt Aslam: “de buurt mag ons niet.”