Dr. OKKE JAGER 1928-1992; Omroeppredikant

In zijn woonplaats Kampen is gisteren dr. Okke Jager overleden. Dr. Jager, die 63 jaar werd, was vele jaren lang een bekende maar in christelijke kringen ook zeer omstreden omroeppredikant voor de NCRV-radio en televisie. Zijn "dagsluitingen' trokken de aandacht van zeer velen.

In 1973 werd dr. Jager, die bekend stond als een wat stille, solitaire man met veel esprit, docent aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Kampen. Okke Jager werd op 23 april 1928 in Delft geboren. Na zijn theologische studie aan de Vrije Universiteit werd hij gereformeerd predikant in het Zeeuwse Vrouwenpolder en vervolgens in Almelo. Sinds 1957 combineerde hij die functie met die van radio- en televisiepredikant bij de NCRV. Na Almelo was Jager ook nog pastor in Haarlem en in Hilversum. In 1973 verruilde Jager het gemeentewerk en zijn NCRV-activiteiten voor de functie van hoofddocent ethiek, evangelistiek en massacommunicatie in Kampen.

Toen hij de Theologische Hogeschool in Kampen verliet, hield dr. Jager, die zichzelf als letterkundige beschouwde en bijzonder veel proza en poëzie heeft gepubliceerd, een pleidooi voor een dichtelijker en zakelijker spreken over God. “Geloof moet worden gewekt door verhalen en symbolen, zoals de pioniers van de zondagsscholen al begrepen. Als evangeliseren niet meer lukt, is de grondoorzaak dat wij niet hebben geleerd door dramatisering van begrippen als verzoening de verbeelding van anderen in werking te stellen.”

Van de circa vijftig publicaties die op Jagers naam staan, werden vooral "De humor van de bijbel', "Opklaring, bijbellezen met verbeeldingskracht', "De dood in zijn ware gedaante' en "Geloven wordt onwennig' bekend. Jager was een spreker op vele kerkelijke bijeenkomsten. Tot de onderwerpen waar hij veel op in ging, behoorde de kerkverlating van velen, waarvan hij de oorzaak vooral zag in het feit dat de kerken niet kunnen luisteren naar de geestelijke behoeften van hun leden.

De onverschilligheid die hij in de maatschappij signaleerde, vond dominee Jager een van de ergste zaken van deze tijd. Hij vreesde een "ondergang van de moraal' in Nederland, vooral doordat de overheid onverschillig blijft staan tegenover bepaalde bevolkingsgroepen, door het no-nonsense denken en door geestelijke en culturele waarden volstrekt ondergeschikt te maken aan de economie.