Deelraad binnenstad laat de mensen koud

Politiek Amsterdam is sinds enkele maanden in rep en roer over de toekomstige bestuursvorm voor de binnenstad van de hoofdstad.

Burgemeester Van Thijn keert zich voor de eerste keer in zijn ruim achtjarige ambtsperiode openlijk tegen een besluit van de rest van het College. Ook Jan Schaefer, een van de ”godfathers' van de ”binnengemeentelijke decentralisatie' in Amsterdam, gaat de confrontatie met de huidige bestuurders aan omdat het volgens hem nooit in de bedoeling heeft gelegen dat óók de binnenstad een deelraad krijgt. De belangenorganisaties van bewoners en bedrijfsleven, natuurlijke tegenstanders, zijn het gloeiend met elkaar eens. Op een door de gemeenteraad georganiseerde, massaal bezochte, hoorzitting blijken alleen leden van de politieke partijen voorstander van een deelraad te zijn.

In 1988 zag het College van B en W af van het instellen van een deelraad voor de binnenstad van Amsterdam, nadat al eerder besloten was dat de andere stadsdelen in mei 1990 door een deelraad bestuurd zouden worden.

De hoofdstedelijke binnenstad is een historisch, cultureel en toeristisch centrum. De duizenden monumenten van Amsterdam staan vrijwel allemaal in de binnenstad. Daarnaast is de binnenstad het middelpunt van een omvangrijk vervoersnet. De belangrijkste ruimten zijn in sterke mate bepaald door de eisen van het openbaar vervoer; relatief kleine veranderingen hebben regionale en soms nationale gevolgen. Daarnaast is de binnenstad een economisch centrum met internationale uitstraling. Een kwart van de totale stedelijke werkgelegenheid bevindt zich in de binnenstad. Vele onderwijsinstellingen zijn gehuisvest in het centrum. Veertig procent van alle bouwaanvragen heeft betrekking op de binnenstad. Het gevolg van al deze grootstedelijke voorzieningen is dat het vloeroppervlak in de binnenstad maar voor achtendertig procent voor wonen wordt gebruikt en dat er meer ”werkzame personen' (circa 81.000) dan bewoners (circa 75.000) zijn.

Een stadsdeelraad richt zich vooral op het lokale beheer van de woonomgeving. De gemeenteraad van Amsterdam bestuurt ”op hoofdlijnen' en houdt zich vooral bezig met ”grootstedelijke' aangelegenheden. In de binnenstad zijn lokale beheerstaken en grootstedelijke aangelegenheden vaak moeilijk te scheiden. In verband met deze verwevenheid en de vele complexe en grensoverschrijdende problemen die de binnenstad van Amsterdam kent, is het tot mei 1990 de bedoeling geweest dat de binnenstad géén deelraad zou krijgen. Enorme coördinatieproblemen en competentiestrijd tussen de twee bestuurslagen zouden immers bijna niet te vermijden zijn.

Op dit moment zijn er competentieproblemen rond de afbraak van het Olympisch stadion in Amsterdam-Zuid. De deelraad wil de oude plannen tot sloop doorzetten. De gemeenteraad wil, onder zware druk van allerlei belangengroeperingen, het stadion nog enige tijd openhouden en bezint zich op manieren om de deelraad ”tot de orde te roepen'. Dergelijke competentiegeschillen zullen zich in geval van een deelraad Binnenstad waarschijnlijk nog veel vaker voordoen.

Inmiddels is het stadsbestuur van standpunt veranderd: in 1994 moet ook de binnenstad een stadsdeelraad krijgen. Verscheidene redenen worden hiervoor genoemd: (1) de burgers van de binnenstad bevinden zich in een ongelijke situatie in vergelijking met de bewoners van andere stadsdelen en (2) er zijn belangrijke regionale ontwikkelingen die het instellen van een deelraad Binnenstad noodzakelijk maken. Het gemeentebestuur wenst homogeniteit: alle (ongelijke) stadsdelen een deelraad met gelijke taken en bevoegdheden.

Op deze argumenten valt veel af te dingen. De kritiek van de laatste maanden geeft aan dat het eerste argument niet sterk is: de burgers voelen zich niet ongelijk behandeld en wensen helemaal geen deelraad. Bovendien bleek uit onderzoek dat de gemiddelde bewoner nauwelijks weet wat een deelraad is. Uit andere onderzoeken werd duidelijk dat de meeste bewoners alleen wensen ten aanzien van de ambtelijke dienstverlening hebben. De vorm van het politieke bestuur laat de meeste burgers koud. Met een ”stadhuisje in de buurt' zijn de bewoners niet echt te lokken: het echte stadhuis en de meeste ambtelijke ”loketten' zijn al in de binnenstad. De belangenorganisaties van zowel bewoners als bedrijfsleven vragen al jaren om een ”ambtelijke organisatie' zonder ”politieke decentralisatie' in de binnenstad.

Het tweede argument is verreweg het belangrijkste: het gemeentebestuur van Amsterdam heeft grote regionale plannen. Een direct gekozen regionaal bestuur moet in de nabije toekomst het werk van de gemeenteraad van Amsterdam gaan overnemen; bij voorkeur in 1995. De deelraden moeten vrijwel zelfstandige gemeenten gaan worden; zij worden vergelijkbaar met de randgemeenten van Amsterdam.

Het is op dit punt dat het gemeentebestuur de meeste kritiek krijgt van de belangenorganisaties in de binnenstad: het is nog lang niet zeker dat er in 1995 rechtstreekse verkiezingen voor een regiobestuur komen. Gezien de huidige opstelling van de randgemeenten en de rijksbestuurders is het zelfs onwaarschijnlijk. Alleen het rijk kan gemeenteraden ”opheffen' en via wetgeving regionale besturen mogelijk maken. De randgemeenten moeten de wil hebben om taken en bevoegdheden over te dragen aan een regioraad (waaraan de bewoners van Amsterdam de meerderheid van de stemmen te vergeven hebben). De Gemeente Amsterdam is bezig oude schoenen weg te gooien zonder dat zij nieuwe heeft. De deelraden, bezig zich te ontwikkelen tot vrijwel zelfstandige gemeenten, dreigen de rekening gepresenteerd te krijgen. De binnenstad wordt opgezadeld met een bestuur dat alleen door de politieke partijen gewenst wordt.

Is er een alternatief voor een deelraad voor de binnenstad? Zowel bewoners als gebruikers willen alleen ”eigen ambtenaren'. Zolang er onduidelijkheid is omtrent de regionale ontwikkelingen is het niet verstandig ook politiek te gaan reorganiseren. Twee omvangrijke en geldverslindende reorganisaties zullen dan waarschijnlijk niet te voorkomen zijn. De andere stadsdelen eisen op dit moment een deelraad voor de binnenstad omdat de gemeenteraad ”een meevoetballende scheidsrechter' is: de gemeenteraad bestuurt zowel de binnenstad als de stad in zijn geheel. De randgemeenten zijn wantrouwend in de richting van ”grote sterke broer' Amsterdam; een opdeling van Amsterdam kan gevoelens van onmacht wegnemen.

Een oplossing: een politieke decentralisatie binnen de gemeenteraad. De deelraden zijn formeel gemeenteraadscommisssies met niet-gemeenteraadsleden. Waarom geen (tijdelijke) commissie (art. 61 Gemeentewet) speciaal voor de binnenstad met louter gemeenteraadsleden, eigen (gedelegeerde) taken en bevoegdheden en eigen ambtenaren? Een mooie voorbereiding op een eventueel regiobestuur, goedkoop, slechts één bestuurslaag en tóch op gelijk niveau met de andere deelraden.