De muziek van Peter Schat hoort thuis in het operatheater

Concert: Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Kenneth Montgomery, met: Valery Alexeev, Ernst Daniël Smid, Charles van Tassel, Andrea Poddighe, Lieuwe Visser en Anne Maria Dür. Werken van Sjostakowitsj en Schat. Gehoord: 25/1 Concertgebouw, Amsterdam. Uitzending: 27/1 Radio 4 Vara 20.02 uur.

De combinatie van symfonie (Sjostakowitsj) met opera (Peter Schat), afgelopen zaterdag in de Vara-matinee, leek geforceerd. Maar Sjostakowitsj' De terechtstelling van Stepan Razin op een gedicht van Jevtoesjenko voor bas-solo, koor en orkest is in feite een symfonisch gedicht met het accent op het vocale aandeel. Sterker: het begint zelfs met zo'n tomeloze aria met schreeuwende uithalen waar Moessorgski het patent op had en het is dan ook veelbetekenend dat Sjostakowitsj kort vóór zijn opus 119 werkte aan herinstrumentaties van zowel Moessorgski's Boris Godoenov als Khovansjtsjina.

Anderzijds: Peter Schats opera Symposion, (1981-'89) is tot nu toe vooral bekend geworden in zijn puur instrumentale vorm als Tweede Symfonie: een voorstudie bestaande uit een adagio (de ouverture), presto (visioen van Aristofanes) en adagio (zang van Agathon). Schats Houdini-Symfonie is daarentegen achteraf, dus na de compositie van de opera Houdini ontstaan.

Beide opera's hebben het een en ander gemeen, bij voorbeeld in de instrumentatie met een voorkeur voor de marimba. Houdini kent al een Tsjaikowskiaanse vijfkwartsmaat, maar die muziek speelt een nog veel belangrijker rol in Symposion. Het werk is geïnspireerd op zowel Plato's Gastmaal als op de laatste episode uit Tsjaikowski's leven: zijn liefde voor zijn jonge neef Wladimir Dawidow die hem fataal zou worden. Want volgens een theorie zou Tsjaikowski op 31 oktober 1893 ter dood veroordeeld zijn door een geheim tribunaal en pleegde hij met arsenicum zelfmoord.

Zaterdag bood de matinee de eerste uitvoeringen van de scènes II (Het Hof) en XII (De Trein), vooraf gegaan door scène I. Verwarrend: een symfonie van Sjostakowitsj blijkt uit te pakken als een opera en de operascènes die mij het meest overtuigden waren de geconcentreerde, puur instrumentale symfonische naspelen.

Aan het eind van de tweede scène, waarin het tsaristische hof in het winterpaleis bijeenkomt om de aanklacht tegen Tsjaikowski te bespreken, veegt een nieuw orkestraal changement het toneel schoon en slaat de deur achter de hovelingen dicht. In de twaalfde, laatste scène, waarin dokter Bertenson vertwijfeld over zijn verraad alleen achterblijft (“Ik joeg een vriend de dood in”) "overdenkt' een zo mogelijk nog indringender orkestrale schildering nog één keer de tragische gebeurtenissen, alvorens definitief het doek valt.

De vocale delen klinken korreliger en nerveuzer. Vaak smoren korte uithalen en felle accenten in een langer aangehouden akkoord, zodat een rusteloze beweging ontstaat in snel wisselende emoties. Typerend is hoe in de laatste scène de dreiging van de fagotten wordt "gefilterd' door de beschouwelijke fluiten.

Hoewel Schat Tsjaikowski citeert, klinkt bij verrassing in het eerste koor uit de tweede scène (“Wie kent ooit de stormen die woeden in ongenaakbare zielen?”) ook Bachs Blitze und Donner uit de Matthäus Passion.

Tenslotte is er in de twaalfde scène een lange beschouwing van Wladimir. Centraal staat de zinsnede "stuk is de wereld, stuk' en het libretto van Gerrit Komrij is met trefwoorden als schaduw en droom zeker geen tearjerker. Reflectie overheerst en Schats muziek past zich daarbij aan in ijl zwevende zin. Geraffineerde verstrengelingen in het muzikale lijnenspel lijken symbolisch bedoeld.

Dat al die nuances aan wankele gevoelens, rillend en smeltend, melancholiek en nukkig, volledig gerealiseerd werden, zou ik niet willen beweren - menige stem had moeite om zich over het orkest heen verstaanbaar te maken. Maar het venijn van de tsarina of de introvertie van Wladimir, om me te beperken tot twee uitersten, maakten zeker indruk.

De gebeurtenissen eind 1893 rondom de merkwaardige dood van Tsjaikowski zullen door de Nederlandse Opera op het podium worden gebracht. Ik herinner me nog goed dat de per container transporteerbare Opera Mundi de opera al in 1986 zou brengen in een samenwerking van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de Opera van Brussel en het Holland Festival. Het wordt nu dan eindelijk begin 1994. Want als er iets duidelijk is geworden dan wel dat Schats muziek thuis hoort op het podium, afgezien natuurlijk van die Tweede Symfonie. Sjostakowitsj' brallerig freewheelen hoort in de kast.