De groeiende kloof tussen beleid en cultuur

Hoe komt het dat cultuur en beleid steeds vaker botsen? De afstand tussen de Haagse ambtenaren die het beleid maken en "de consument' (het publiek) is gegroeid. De onverschilligheid neemt toe. Zal de kloof worden overbrugd door het beleid beter af te stemmen op de heersende cultuur? Of is er meer nodig? De redactie heeft enkele auteurs met verschillende gezichtspunten uitgenodigd om hun visie te geven.

Zonder draagvlak in de cultuur is overheidsbeleid tot mislukken gedoemd. Lange tijd was het benodigde draagvlak als vanzelfsprekend beschikbaar. Het gaat hier om het geheel van normen en waarden zoals dat richting geeft aan de manier van leven. Na de Tweede Wereldoorlog heerste een cultuur van samen hard werken zonder individueel al te hoge eisen te stellen. Daarop steunde het beleid om het land te herbouwen. Het succes van deze culturele context kreeg een impuls bij de aanleg van de deltawerken na de Watersnood van 1953. Ook in de internationale politiek heerste bij de burgers een overeenkomstige drang tot het leveren van een gemeenschappelijke inspanning om samen sterk te staan tegen de gevaren van het communisme.

Zo vormde de culturele context een vanzelfsprekende steun voor het te voeren beleid en de vruchten van het gevoerde beleid versterkten op hun beurt het vertrouwen in de heersende normen en waarden. Maar inmiddels lijkt deze vruchtbare wisselwerking doorbroken. Steeds vaker komen cultuur en beleid met elkaar in botsing. Waarom is dit het geval en waartoe daagt dit uit?

Afgewend zijn de gevaren die van buiten af generaties lang de mensen in de westerse wereld hebben uitgedaagd, zoals honger, koude, droogte, stormvloed en angst voor vreemde overheersing. Toch kwam er geen paradijs op aarde. Want nieuwe gevaren ontstonden binnen de eigen cultuur als gevolg van menselijke gedragingen, van milieuvervuiling tot groeiende arbeidsongeschiktheid en van voortgaande atoombewapening door instabiele landen tot onbeheersbare overheidstekorten. Om niet slechts symptomen te bestrijden, moet nu het eigen gedrag en daarmee de eigen cultuur veranderen. Daarop is dan ook steeds vaker nieuw beleid mede gericht.

Daarmee is een bron van spanningen ontstaan tussen cultuur en beleid, evenals tussen bevolkingsgroepen al naar gelang ieders rol bij het ontstaan van de nieuwe gevaren en ieders belang bij de aanpak daarvan. Soms zijn de spanningen zo groot dat afzonderlijke bevolkingsgroepen eigen normen en waarden ontwikkelen en versterken, met een eigen taal, soms ten koste van de overheid: Uw rechtsstaat is de onze niet. Dit alles bemoeilijkt communicatie en daarmee het vinden van een eenduidig draagvlak voor het te voeren beleid.

Bij het ontwikkelen van nieuw beleid loopt de overheid soms vooruit op de culturele ontwikkeling, maar meestal blijft de overheid achter. De overheid is de gevangene van tradities van wetgeving, bestuurspraktijken, adviesorganen, ambtelijke belangen en belanghebbende bevolkingsgroepen. Waar vernieuwing van beleid achterblijft, ontstaan fricties als bij euthanasie en abortus. Fricties ontstaan ook wanneer het beleid verder wil gaan dan de cultuur toestaat, zoals in de jaren tachtig bij het verzet tegen de plannen om het ziekteverzuim terug te dringen, te beginnen bij de afwijzing van de voorstellen van minister Den Uyl in 1982

De zorg voor samenhang tussen beleid en cultuur ligt niet primair bij de overheid, maar bij het politieke denken. Politieke partijen staan voor de opgave de cultuur te vernieuwen op de plaatsen waar binnen de eigen samenleving mede als gevolg van de heersende cultuur knelpunten optreden. Dat is geen eenvoudige opgave. Immers, politieke partijen berusten eerder op geloof in de eigen normen en waarden dan op twijfels daaromtrent. Het is in dit verband niet toevallig dat een moderne partij als D66 in dit tijdsbestek enerzijds succes boekt door dogmatische geloofswaarheden te verwerpen en het accent te leggen op de vorming van een pragmatisch en redelijk beleid inclusief de structuren die nodig zijn om de burgers daartoe in de praktijk de vereiste macht te geven.

Maar een pragmatische benadering is niet voldoende. Dan domineert een bestuurstechniek die in zichzelf niet motiveert tot het brengen van de nodige offers en die evenmin toereikend is om richting te geven aan de geschiedenis. Daarom blijven beginselpartijen onmisbaar, juist in tijden van verandering, mits de eigen identiteit mee verandert met de eisen die de tijd stelt. Naast het vertalen van de eigen doeleinden in beleid, is het noodzakelijk de altijd weer verrassende effecten van dat beleid te beoordelen en op grond daarvan de eigen doeleinden bij te stellen en te ontwikkelen. Vanuit deze open en kwetsbare benadering kunnen nieuwe normen en waarden zich vormen. Zo kwam het CDA tot een voortgezette groei van de eigen identiteit met de introductie van "rentmeesterschap' en "zorgzame samenleving'.

Terugkoppeling van de effecten van het gevoerde beleid op de ontwikkeling van een nieuw waardenbesef kan leiden tot vergaande vernieuwing. Illustratief is het milieubeleid. In de eerste fase van de beleidsontwikkeling werden vooral symptomen bestreden zonder het vervuilende gedrag te veranderen. Dat gebeurde door hinderlijk vuil en gif te verstoppen in de grond, te storten in zee of met extra hoge schoorstenen de lucht in te blazen. Pas nu de ongewenste effecten in hun volle omvang duidelijk gaan worden, groeit de politieke bereidheid het eigen gedrag te veranderen en minder te vervuilen. Tot zover biedt de traditie van het welbegrepen eigenbelang het motief voor verandering. Maar hiemee lijkt de vorming van nieuwe waarden nog niet te zijn voltooid. Want de inspanning om het beleid echt effectief te laten zijn, vereist meer dan eigenbelang. De te brengen offers zijn zo groot, dat het nodig wordt eigen belangen te onderschikken aan gemeenschappelijke belangen, aan volgende generaties of aan gevoelens van respect voor het milieu.

Naast christen-democratische zijn socialistische tradities beschikbaar om richting te geven aan de politieke vernieuwing. Waar de markt faalt, behoeft de burger overheidsinterventies en afgedwongen solidariteit. Dat geldt bij de aanpak van de milieuvervuiling. Dat kan ook gelden voor de arbeidsmarkt naarmate machines voortgaan het werk van mensen over te nemen bij een cnsumptiegroei die door het milieu wordt afgeremd. Reeds nu is er sprake van een vergaand afgenomen belang van betaalde arbeid bij de allocatie van inkomens. Ook hier staat de waarde van principes niet los van de resultaten. Het is de oogst die in de oogst doet geloven.

Zo zien wij dat beleid om effectief te zijn een voortgaande ontwikkeling van normen en waarden vergt. Nieuwe afhankelijkheidsrelaties nopen tot een geleidelijke vereenzelviging met deze belangen van anderen. Het eigenbelang verdwijnt niet, maar het verandert van inhoud. Het krijgt een lading die bij uitstek normatief is: meer te rekenen met de belangen van de ander. Nadat eerst zelfbehoud centraal stond, gaat het nu om de bereidheid zichzelf waar nodig te onderschikken. Ondertussen brengt de groeiende omvang van de milieuproblemen ook andere culturele waarden in beweging, rond ieders persoonlijke vrijheid, sociale gelijkheid, economische groei en de verdeling van schaarse middelen.

Kortom, lange tijd was de samenhang tussen cultuur en beleid zo vanzelfsprekend, dat deze niet werd herkend en geen object van zorg was. Nu er sprake is van een verklaarbare toename van botsingen tussen cultuur en beleid, lijkt het de eenvoudigste oplossing om als voorheen beleid af te stemmen op de heersende cultuur. Maar keer op keer zien wij dat dat niet voldoende is. De groei van door mensen zelf opgeroepen problemen, vergt vernieuwing van de eigen cultuur. Aanzetten tot vernieuwing geven keer op keer de confrontaties met ongewenste effecten van het gevoerde beleid. Uitzichtloos lijden als gevolg van toepassingen van de medische techniek stelt mensen voor de vraag of dit is wat beantwoordt aan hun traditionele respect voor het leven. Het massale beroep op asielrecht door buitenlanders die economische verbetering zoeken brengt de traditionele asielregels in de knel. Nieuwe normen worden gevormd nu de effecten van ieders handelen zo veel verder dan voorheen strekken in ruimte en tijd. Wie meer kan, is genoodzaakt meer na te denken over wat hij wil.