ASEAN voor vrijhandel in ZO-Azië

SINGAPORE, 27 JAN. In Singapore is de tweedaagse topontmoeting begonnen tussen de zes landen van de ASEAN, de Associatie van Zuidoostaziatische landen. De leiders van Indonesië, Thailand, Maleisië, de Filippijnen, Brunei en Singapore spraken vandaag hun steun uit voor het instellen van een vrijhandelszone in de regio. Op de agenda staan behalve handelsovereenkomsten ook gevoelige politieke kwesties zoals de eventuele toelating van Vietnam tot de ASEAN.

De premier van Singapore, Goh Chok Tong, hield vanmorgen in zijn opneningsrede een fel pleidooi voor het opvoeren van de interne samenwerking naar het voorbeeld van de Europese Gemeenschap. “Wanneer wij onze krachten niet samenballen, missen we de boot in een wereld waarin regionale economische samenwerking steeds belangrijker wordt”, aldus Goh. Binnen de associatie bestaat consensus over het instellen van een vrije markt, die in januari 1993 op beperkte schaal begint.

Indonesië en Maleisië verschillen sterk van mening over de richting van de economische integratie. Maleisië is voorstander van een Oostaziatisch blok, waaraan ook andere landen in de regio kunnen deelnemen. Indonesië, het grootste land van de ASEAN, is daar tegen.

Pag 5:

Vietnam staat op de agenda

De Indonesische president Soeharto stelde zich vandaag in zijn openingstoespraak op het standpunt van de Verenigde Staten dat het bestaan van de APEC (Asia-Pacific Economic Cooperation), tot nu toe een orgaan waarin alleen wordt gepraat, voldoende is. Washington en Jakarta vrezen de samenwerking van de sterkste Aziatische handelsnaties (onder meer Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Maleisië) die de kwakkelende economie van de VS en die van Indonesië, met zijn grote bevolking van 180 miljoen, geen goed zullen doen.

Intussen beijveren met name Maleisië en Thailand zich voor het toelaten van Vietnam, eerst als waarnemend lid, tot de ASEAN. De Maleisische premier Mohamad Mahathir liet vorige week in bilaterale besprekingen met zijn Vietnamese ambtgenoot Vo Van Kiet weten dat hij de toelating van Vietnam op de agenda van de ASEAN-top zal zetten.

De Maleisische opstelling is een radicale breuk met het verleden van de ASEAN, die in 1967 juist werd opgericht als een ideologisch antwoord op het oprukkende communisme in Zuidoost-Azië. Vietnam, Laos en Cambodja kregen in de jaren zeventig desondanks communistische regime's, waarna ze door de ASEAN-landen, in navolging van de Verenigde Staten in de ban werden gedaan. De ASEAN volgden het Amerikaanse embargo, dat vooral Vietnam hard trof, maar ten dele. Zakenmensen uit de sterkere landen (Maleisië, Singapore en Thailand) reizen al jaren met grote regelmaat naar Hanoi om handel te drijven.

Hoewel Vietnam nog steeds communistisch is vrezen zijn buurlanden door de nieuwe machtsverhoudingen op mondiaal niveau niet langer een uitbreiding van het communisme. De Vietnamese economie is de laatste jaren verregaand geliberaliseerd en dat trekt buitenlandse investeerders. Waarnemers voorzien zelfs een wedstrijd tussen de verschillende landen in en buiten Zuidoost-Azië om de gunsten van Vietnam, dat weliswaar nog steeds straatarm is, maar naar verwachting over veel economische potentie beschikt. (AP, Reuter, UPI)