Volharding gaat van klassenstrijd naar baljurk

Orkest De Volharding twintig jaar: concert met werken van Torke, Strawinsky, Van Zeeland, Torstensson, Zuidam, Mengelberg en Andriessen. Gehoord: 23/1 Beurs van Berlage, Amsterdam. Herhalingen: 28/1 Rotterdam, 31/1 Zwolle en 13/2 Velp.

Op 30 april 1972 speelde een groepje klassieke en jazz-musici het stuk De Volharding van Louis Andriessen in het Amsterdamse Bos tijdens een bijeenkomst van "Jongeren voor Vietnam'. Twaalf dagen later klonk de officiële première, nu in het theater Carré op een Inklusief Konsert, en in de herfst was de oprichting van het gelijknamige orkest een feit. Men speelde voornamelijk strijdmuziek en vierde het tienjarig jubileum in het alternatieve Paradiso. Weer tien jaar later stonden de dertien musici, gedirigeerd (sinds 1989) door Cees van Zeeland, in de sjieke Beurs van Berlage. Aan het eind van het programma verscheen het orkest vóór de uitvoering van Misja Mengelbergs Dressoir zelfs in rokkostuums en hadden de beide dames in het ensemble zich gehuld in kleurige strapless ball-roomjaponnen. En dan te bedenken dat het orkest eens solidair met de klassenstrijd optrad in fabrieken, op een werf, op het strand en waar niet al, ter opluistering van 1-mei- en buurtfeesten, vóór krakers en tegen stadssanering, vóór Chili en tegen kernenergie: massaal van klank, strijdvaardig swingend voor de eenheid van links, - wie weet er nog wat links is?

Schrijver Jan Bernlef werkte in het seizoen 1983-84 mee met De Volharding en is een verwoed verzamelaar van lp's en cd's. De oudere lp's van De Volharding staan in zijn jazz-collectie, de nieuwere cd's in de afdeling klassiek: ook dat is tekenend. De Volharding wil graag af van het eenzijdige oude jazzy strijdimago, maar treedt met het feestprogramma weer wel op in het Festival Interjazz te Sint Petersburg, op 7 en 8 februari met Guus Janssen. Mengelberg sprak van Vol-hard-ding en dat het orkest nog steeds stevig speelt, met versterking van de piano, blijft een feit. Het staande musiceren houdt de longen vrij en alleen al dat aspect maakt een gespierde indruk. Maar een feit is ook dat de programma's geschakeerder zijn geworden. Järn van Klas Torstensson zou je eerder een "Asko-compositie' kunnen noemen dan een typisch Volharding-werkstuk. De Andriessen-composities blijven na al die jaren moeiteloos overeind door hun geraffineerde instrumentatie, minder blokmatig massaal dan de meeste stukken voor De Volharding. Trouwens, ook Mengelberg weet in zijn opzettelijk slappe-behangmuziek wel degelijk wat "kleuren' is. Een probleem vormt de onhandige combinatie van fluit en hoorn. Torstensson loste dit op door de fluit te mengen te midden van de saxofoons en de hoorn te verwijzen naar de trombonesectie.

Er was veel applaus voor de alerte uitvoering, gewaagd van tempo en geheel los van de noten. Het filmprogramma dat dit jubileumconcert nog tussen de composities door opluistert, kreeg een gemengder onthaal, ik zag ook weinig samenhang tussen die korte minimal experimenten op het doek en de klinkende presentatie.

Niet bekend