Verzekerde eist duidelijke rekening van specialist; KNO-artsen handelen volgens de regels; zij kunnen volstaan met vermelden van codenummers

UGCHELEN, 25 JAN. Kostenbeheersing in de gezondheidszorg begint bij de verzekerde, vindt M.P.H. Campman uit het Gelderse Ugchelen. Hij is er inmiddels achter dat het een helse klus is om een helder inzicht te krijgen in de medische kosten die hij met zijn gezin maakt. Er is zelfs een rechtszaak voor nodig. Inzet: principes en een rekening van 404 gulden en 50 cent.

Campman: “ Als specialisten en particuliere verzekeraars afspraken maken die inhouden dat patiënten verplicht zijn om gespecificeerde nota's te betalen, ontbreekt voor patiënten de mogelijkheid om de rekening te controleren. Daarmee vervalt de betalingsplicht. De samenleving als geheel zal daarbij de controle op de gezondheidszorg verliezen en dat kan kostenverhogend werken.”

De maatschap keel-, neus- en oorartsen uit het Juliana-Lucas-Ziekenhuis in Apeldoorn sloeg Campmans echtgenote in juni 1990 aan voor twee consults, vier "verrichtingen' en "kosten 9930'. Nadere specificatie op de rekening ontbrak, met uitzondering van een reeks codenummers. Het zou ruim een jaar duren voordat de specialisten een toelichting op de nota stuurden, bezorgd via een deurwaarder.

Campman, met vrouw en twee kinderen particulier verzekerd (ƒ 1.100 eigen risico), vroeg een maand later in een brief aan de maatschap of de KNO-artsen hem een specificatie wilden geven omdat hij aan de nota geen touw kon vastknopen. “Wij vonden de declaratie zo exhorbitant hoog en ongedefinieerd, dat wij meenden een specificatie te mogen vragen”, aldus Campman.

Ook na enkele telefoontjes en een brief kreeg Campman geen uitsplitsing van de rekening. Wij doen dat nu eenmaal zo, netjes in overeenstemming met de afspraken die op landelijk niveau tussen organisaties van specialisten, verzekeraars en ziekenhuizen zijn gemaakt, kreeg Campman van de maatschap te horen. En dat klopt. De maatschap handelt volgens de regels en laat niet na dat te onderstrepen, tot aan de kantonrechter toe.

Campman besloot zijn rekening niet te betalen zolang hem een specificatie onthouden werd. “Ik moet betalen en dan wil ik weten waarvoor. Punt uit. Als ik op mijn rekening niet meer kan zien waar ik voor betaal, dan is dat niet goed. En dat in een tijd waarin iedereen de mond vol heeft van kostenbeheersing. Enkele verzekeringsmaatschappijen hebben ons verteld dat sommige ziektekostenverzekeraars nota's betalen zonder er zelfs maar naar te kijken. Het enige dat een individuele verzekerde dan nog kan doen is zelf een heel klein beetje de kosten in de gaten houden.”

De maatschap is er niet van onder de indruk en besluit de deurwaarder opnieuw op wanbetaler Campman af te sturen. Op 15 april 1991 wordt hij gesommeerd binnen zeven dagen ƒ 512,32 te voldoen; het oorspronkelijke bedrag, vermeerderd met ƒ 30,50 rente en ƒ 77,32 incasso- en administratiekosten, samen ƒ 107,82. In zijn brief schrijft de deurwaarder dat het om een nota gaat, “U verder voldoende bekend”. Dat was nou net niet het geval.

Campman schrijft terug, op 13 mei 1991: “Het inschakelen van een deurwaarder door de maatschap is volstrekt onterecht en kosten verbonden hieraan zullen door mij natuurlijk ook niet worden voldaan.” Campman houdt zich daaraan, ook als op 12 juni de langverwachte specificatie in Ugchelen door de postbode wordt besteld. Na ruim een jaar heeft Campman eindelijk waar hij zo lang op had gewacht. Hij maakt ƒ 404,50 over, het bedrag van de eerste rekening, en laat bij de maatschap een rekening openstaan van ƒ 107,82 aan rente en incasso- en administratiekosten. De KNO-artsen geven de deurwaarder opdracht te procederen om dit bedrag binnen te halen en op 17 oktober 1991 wordt mevrouw Campman gedagvaard voor het kantongerecht in Apeldoorn. De zaak is daar nog in behandeling.

“De maatschap kan volstaan met het vermelden van codenummers”, zegt een woordvoerder van de organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars, het KLOZ. “De nummers zijn openbaar, een lijst waarop staat wat de nummers betekenen kunnen we zo geven.” Overkoepelende organisaties van specialisten, verzekeraars en ziekenhuizen besloten eind 1989 als onderdeel van het "Vijfpartijenakkoord' dat nummercodering met korte omschrijving op specialistennota's voldoende was, uit overwegingen van privacy.

Namens de maatschap wijst KNO-arts J.B. Antvelink er op dat de behandelingen gecodeerd zijn om te voorkomen dat bijvoorbeeld de "tikjuffrouw' bij de verzekeringsmaatschappij waar de nota terechtkomt kan zien waarvoor de verzekerde behandeld is. “Stel dat u Aids-onderzoek heeft laten doen, dan kan Jan en Alleman dat zien. Derden die niet hoeven te weten welke behandelingen zijn uitgevoerd, behoren dat ook niet te weten.” Antvelink weet niet het fijne van de zaak-Campman maar wijt de commotie aan "communicatieproblemen'. “Campman had daar van iedereen uitleg over kunnen krijgen, want aan die code is verder niks geheimzinnigs.” Desondanks gebeurde dat een jaar nadat de oorspronkelijke rekening was verstuurd. “Het is gelopen zoals het gelopen is. Hij heeft op een bepaalde datum een specificatie gehad”, zegt KNO-arts Antvelink.

Het commentaar van de Consumentenbond is kort: het gebruik van code-nummers is vanuit privacy-overwegingen begrijpelijk, maar als de patiënt om informatie vraagt moet hij die direct krijgen.

Als Campman de rechtszaak verliest, betaalt zijn ziektekostenverzekeraar, Géové in Velp, de onkosten. J. Huinink, hoofd verstrekkingen bij Géové: “Het is heel goed denkbaar dat verzekerden moeite met die vage omschrijvingen hebben. Wij hadden hem zo kunnen vertellen wat die code-nummers betekenen, maar hij wil die informatie per se op de rekening van de specialist. Die moet hij dan ook krijgen. De nota viel weliswaar onder Campmans eigen risico, hij moest hem dus zelf betalen. Maar wij vinden de zaak dermate interessant dat wij desnoods de kosten van de rechtszaak voor onze rekening nemen.”

Het kantongerecht in Apeldoorn doet op 12 februari uitspraak.