Slapeloze nachten door de dreigende afbraak van de dijk; Comité strijdt voor behoud van historische dijk

VOORST, 25 JAN. Tussen het IJsseldal en de Veluwse zandgronden, even ten noorden van de Gelderse gemeente Voorst, ligt het landgoed De Poll. Het natuurgebied, 900 hectare groot, is een bezienswaardigheid in het Nederlandse rivierenlandschap: langs de IJssel ligt slechts een klein stukje polder, dat al snel overgaat in een eeuwenoud landschap van heggen, eikehakbosjes en loofhout.

Het landgoed wordt doorsneden door de Veluwse Bandijk, een kronkelige, smalle bomendijk die al omstreeks 1300 dienst deed als waterkering en omgeven wordt door zogenoemde wielen: poelen die zijn ontstaan na kleine dijkdoorbraken. De combinatie van water, moeras en bos, en het feit dat in dit gebied nooit ruilverkaveling is toegepast zorgden voor een unieke flora en fauna op het landgoed. Natuurkenners telden er 52 soorten bomen en struiken, acht soorten vleermuizen, vijftien verschillende kikkers en salamanders en vele vogels, vlinders, bloemen en zoogdieren.

De fraaie Bandijk, vanwaar men schitterende vergezichten heeft over de IJssel en haar zijarmen, is een van de zorgenkindjes van het waterschap Oost-Veluwe. Het schap heeft in totaal 70 kilometer IJsseldijk onder zijn hoede, waarvan de helft moet worden opgeknapt wegens achterstallig onderhoud. De toestand van de Bandijk is volgens P. Spaan van het waterschap “zeer slecht”: de met zware bomen begroeide dijk, die voor 100 procent uit zand bestaat, is door de vele wortels en konijnenholen erg poreus. De norm die Rijkswaterstaat hanteert is een overstromingskans van één maal in de 1250 jaar, de Bandijk loopt éénmaal in de 70 jaar het risico te overstromen.

Niet de hoogte van de dijk, maar de stabiliteit is het probleem, volgens Spaan. Door hoog water of omvallende bomen kunnen er gemakkelijk gaten in de dijk ontstaan. Het waterschap ziet zich dan ook genoodzaakt de dijk te verzwaren door aan de buitenkant een kleischerm aan te brengen en aan de binnenkant het niveau van het maaiveld te verhogen zodat het water van onderaf minder makkelijk toegang krijgt.

Voor het landschap zullen de gevolgen van de voorgenomen dijkverzwaring desastreus zijn: zo'n 11.000 bomen moeten worden gekapt, de poelen langs de dijk moeten worden gedempt en in plaats daarvan wordt een veel bredere, boomloze dijk aangelegd. Van de rijke flora en fauna zal naar verwachting weinig overblijven.

In november gingen Gedeputeerde Staten van Gelderland akkoord met verzwaring van de Bandijk. Volgens het plan zal een derde van de 3,5 kilometer lange dijk verloren gaan. Ten noorden van het 19de eeuwse huis De Poll wordt de dijk verzwaard, langs het resterende deel (ruim twee kilometer) wordt een tweede dijk aangelegd. Daarbij wordt de eigenlijke bomendijk gespaard, maar over een strook van 45 bij 2.500 meter op het landgoed wordt kaalslag gepleegd ten behoeve van de nieuwe dijk.

Het is alsof je een mooi, oud kerkje op de monumentenlijst plaatst en er vervolgens een flatgebouw voorzet, vindt het actiecomité Vrienden van de Bomendijk, dat zich sinds enkele maanden inspant voor het behoud van de historische dijk. Het comité, bestaande uit drie natuurminnende inwoonsters van Voorst, erkent dat de dijk “zo lek als een mandje” is, maar is tevens van mening dat Rijkswaterstaat de IJssel te veel vergelijkt met een zee, die watersnoodrampen kan veroorzaken als in 1953. “Een rivier gedraagt zich niet zo onverwacht als een zee. Drie dagen van te voren weet je wanneer het hoog water bij Lobith wordt, dus iedereen kan zich op tijd uit de voeten maken”, aldus de dames Strijbos, Van Hall en De Jonge. Voor zover zij weten deden de laatste doorbraken bij de Bandijk zich voor in de Middeleeuwen. De IJssel komt bij de jaarlijkse hoogwaterstanden in het voorjaar maar een klein stukje de uiterwaarden in en het is reeds vele decennia geleden dat het water tot aan de Bandijk stond.

Het comité (“soms kunnen we 's nachts niet slapen van het idee dat de bomendijk wordt gesloopt”) heeft Rijkswaterstaat dan ook gevraagd alternatieven te onderzoeken voor verzwaring van de Bandijk, zoals verhoging van de direct langs de IJssel gelegen zomerdijk tot winterdijk. Probleem hierbij is, volgens Rijkswaterstaat, dat het water bij hoge standen geen kant op kan, omdat de uiterwaarden door de hoge dijk niet meer beschikbaar zijn als tijdelijk overstromingsgebied. Sluizen in de dijk zouden volgens het actiecomité echter uitkomst kunnen bieden.

Een andere mogelijkheid die de dames onderzocht willen zien is de aanleg van een hoge dijk op enkele honderden meters landinwaarts van de huidige bomendijk. Het bezwaar van Rijkswaterstaat tegen deze "binnendijkse' oplossing is dat het een "on-Hollandse' manier van dijkverbetering is, omdat er bij overstroming meer land onder water komt te staan.

Het actiecomité heeft de hoop nu gevestigd op minister Alders die deze week heeft aangekondigd dat hij Milieu Effect Rapportage (een onderzoek naar de gevolgen van bepaalde landschappelijke ingrepen voor landschap en natuurschoon) verplicht wil stellen bij dijkverzwaring. Nu is zo'n rapportage alleen verplicht bij het verzwaren van dijkvakken die langer zijn dan vijf kilometer. Om onder rapportage uit te komen "knippen' veel waterschappen de te verzwaren dijken in kleinere stukken.

Als uit een dergelijk onderzoek zou blijken dat het landgoed De Poll bij dijkverzwaring inderdaad onherstelbaar wordt beschadigd, is behoud van de Bandijk misschien mogelijk, hopen de dames. Tot het zo ver is blijven zij actievoeren en handtekeningen verzamelen. “Voor elke boom één!”