Samenwerking van basis- en speciale scholen mislukt

UTRECHT, 25 JAN. Verplichte samenwerkingsverbanden tussen basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs zullen mogelijk mislukken. Op het platteland is de afstand tussen scholen een probleem. In het algemeen is het de vraag of binnen een verplicht samenwerkingsverband scholen bereid zullen zijn zich in te zetten. Onder het motto "Weer Samen Naar School' pleit staatssecretaris Wallage (onderwijs) voor een landelijk dekkend netwerk van samenwerkingsverbanden. Hierdoor zou de groei van het speciaal onderwijs worden ingedamd.

Maar de scholen die zich sinds 1989 op vrijwillige basis hebben verenigd in samenwerkingsverbanden hebben bedenkingen bij deze plannen. Uit een onderzoek naar het functioneren van deze 160 vrijwillige samenwerkingsverbanden door de Rijksuniversiteit Utrecht blijkt dat de samenwerking vlot verloopt: leraren uit het speciaal onderwijs komen moeilijk lerende kinderen in het basisonderwijs helpen, onderwijzers in het basisonderwijs worden door hun collega's uit het speciaal onderwijs bijgeschoold en er zijn afspraken gemaakt over de toelating tot het speciaal onderwijs.

Maar de samenwerkingsverbanden tekenen bij deze positieve effecten aan dat ze grotendeels terug zijn te voeren op het vrijwillige karakter van de samenwerking: alle betrokkenen zetten zich voor 100 procent in. Verder menen zij dat de verplichting van staatssecretaris Wallage (onderwijs) om de nieuwe samenwerkingsverbanden uit ten minste 15 scholen te laten bestaan, problemen oplevert voor het platteland. Daar zal een leraar van het speciaal onderwijs die zijn collega's in het basisonderwijs moet bijscholen zoveel reistijd kwijt zijn dat er voor nascholing weinig overblijft.