Opsporing treinvandalen is zeker mogelijk; Nederlandse Spoorwegen inmiddels een grote sponsor van het betaald voetbal

Voetbalsupporters krijgen op weg naar een belangrijke voetbalwedstrijd te maken met verschillende ordehandhavers. Op de plaats van verzameling worden ze begeleid door de lokale politie, maar tijdens de treinreis wordt de preventieve openbare ordehandhaving en de rechtsordehandhaving overgelaten aan de spoorwegpolitie en het bedrijfspolitiekorps van de NS. En op de plaats van aankomst is er weer een plaatselijk korps - ook tijdens het vervoer per bus of tram. Het gevolg is een onbegrijpelijke onevenwichtigheid in het overheidsoptreden. De bedrijfsbeveiliging van de NS pleit daarom voor een gezamenlijke aanpak.

Het hoofdartikel over de vernieling van een treinstel door Groningse voetbalvandalen besluit met de constatering, dat de rechtsstaat in deze situatie de prijs van een treinstel waard is (NRC Handelsblad, 20 januari). Die conclusie lijkt voornamelijk gebaseerd op de vergelijking van het wangedrag van de voetbalvandalen met dat van de krakers van het Wolters-Noordhoffcomplex. Als de uitwassen van afgelopen zondag worden geplaatst in de context van de bestrijding van het vandalisme bij vervoer van voetbalsupporters, dan blijkt noch de conclusie, noch de vergelijking houdbaar.

Gedurende het voetbalseizoen wordt de NS nagenoeg elke zaterdag en zondag en veelal ook op woensdag- en vrijdagavond geacht de supporters van uitspelende voetbalclubs op een voor reizigers en personeel veilige manier te vervoeren.

De kosten van dit vervoer bedragen voor NS inmiddels zo'n 5 miljoen per jaar, wat president-directeur Ploeger de uitspraak heeft ontlokt, dat NS inmiddels een van de grootste sponsors van het betaald voetbal in Nederland is geworden. NS (en indirect het openbaar vervoer in Nederland) krijgt daar uitsluitend narigheid voor terug, zoals onder meer ernstige aantasting van de kwaliteit van het openbare vervoer, onveiligheidsgevoelens bij personeel en reizigers, het wegblijven van reizigers, aantasting van het imago van het openbaar vervoer en last but not least frustraties bij het personeel na afloop van een voetbaldag.

Hoewel alle bij de bestrijding van het voetbalvandalisme betrokkenen hebben onderschreven, dat het een maatschappelijk probleem is, heeft dit voor het vervoer van voetbalsupporters nog niet echt geleid tot een integrale en interdisciplinaire aanpak. Bij dat vervoer ontstaan regelmatig excessen, zoals afgelopen zondag in Groningen en een paar maanden geleden in Den Haag.

Naar in de loop van de afgelopen jaren is gebleken, heeft het ontstaan van dergelijke excessen een structurele oorzaak. Het openbare ordetoezicht op reizende voetbalsupporters omvat het verzamelen op de plaats van vertrek, het vervoer per trein en het vervoer van het station naar het stadion. Op de plaats van verzameling is de lokale politie volop aanwezig om in preventieve zin de openbare orde te handhaven. Tijdens de treinreis wordt de preventieve openbare ordehandhaving en de rechtsordehandhaving overgelaten aan de spoorwegpolitie, het bedrijfspolitiekorps van NS met een beperkte opsporingstaak en belast met de handhaving van de bedrijfsorde op NS-terrein. Op de plaats van aankomst voert het plaatselijke korps - ook tijdens het vervoer per bus of tram - de preventieve openbare ordehandhaving in volle omvang uit, soms zelfs met behulp van bijstand uit andere korpsen. Deze bijstand moet de spoorwegpolitie ontberen. Er is weliswaar een assistentieregeling voor de spoorwegpolitie, maar deze is beperkt en op geen enkele wijze vergelijkbaar met de bijstand die andere korpsen kunnen krijgen.

De achterliggende "oorzaak' moet gezocht worden in de verdeling van de bevoegdheden voor de openbare orde. De burgemeester is daarin immers het bevoegde gezag en de politie het overheidsapparaat, dat bij uitsluiting van andere organen met de handhaving daarvan is belast. Een logisch gevolg hiervan is, dat voetbalvandalisme dan ook veelal een lokale benadering geniet, maar het vervoer van voetbalsupporters is per definitie interlokaal en interregionaal.

Het gevolg is evenwel, dat (het openbaar vervoerbedrijf) NS moet trachten het supportersvervoer ook qua openbare orde- en rechtsordehandhaving naar behoren uit te voeren. Aan dat vervoer worden bovendien door de lokale overheden nog bijzondere voorwaarden gesteld, die een extra belasting voor NS vormen, waardoor het toezicht op reizende voetbalsupporters regelmatig onvoldoende is om wangedrag van die supporters op een redelijk niveau te beheersen. Zo ook het vorige weekend.

Bij elk voetbalsupportersvervoer gedrag van de supporters uit de hand door overmatig alcoholgebruik, druggebruik, molest, bedreiging, vernieling, discriminatie en overlast. Dat betekent dan ook, dat niet alleen de openbare orde, maar ook de rechtsorde regelmatig wordt verstoord. Dat gebeurt altijd in groepsverband, zonder dat evenwel sprake is van een homogene groep. Datzelfde gedrag van dezelfde groep supporters bij gelegenheid van dezelfde wedstrijd krijgt evenwel niet dezelfde reactie. Het supportersvervoer per trein krijgt een louter repressieve aandacht van de politie. In de ogen van NS is dit een onbegrijpelijke onevenwichtigheid in het overheidsoptreden.

Het werken in een dergelijke constructie maakt de afstemming en communicatie voor en tijdens het vervoer er niet gemakkelijker op. Dat daarbij fouten worden gemaakt en "storingen' optreden is normaal. Dat er keuzes worden gemaakt door daartoe bevoegde autoriteiten en dat die keuzes verkeerd kunnen uitvallen ook.

De moeilijkheden in de opsporing en bewijsvoering bij massale ordeverstoringen zijn genoegzaam bekend, maar dat neemt niet weg, dat het wel degelijk mogelijk is. Weliswaar beperkt, omdat de beschikbare opsporingscapaciteit voornamelijk voor de ordehandhaving moet worden aangewend, maar het is mogelijk en het gebeurt ook, zelfs bij massale ordeverstoringen. Voetbalsupporters hullen zich niet met bivakmutsen in de anonimiteit en de niet vandalistisch ingestelde supporters willen zich graag distantiëren van het geweld in de trein. Dat maakt, dat supporters niet vergelijkbaar zijn met krakers. Dat maakt ook, dat elke aanhouding van voetbalsupporters de mogelijkheden biedt om door verder onderzoek dichter bij de werkelijke vandalen te komen. En dát biedt weer mogelijkheden voor gerichte opsporing bij een volgende wedstrijd. Hieruit blijkt, dat uit de groep niet alleen een aantal vandalen kan worden aangehouden zonder in de juridische problematiek van de bewijsvoering, zoals bij het Wolters-Noordhoffcomplex, te belanden, maar ook dat vervolgonderzoek succesvol kan zijn. Voetbalvandalisme is een taai fenomeen. De praktijk in Nederland heeft aangetoond, dat een maatschappelijk probleem als dit, alles in zich heeft om door te woekeren en verschillende etiketten te krijgen. Het gevaar daarbij is niet alleen, dat een generalisering en stigmatisering optreedt, maar ook een verzwaring en uitbreiding van de problemen om het aan te pakken. De nog te beperkte samenwerking tussen alle bij de bestrijding van dit vandalisme betrokkenen speelt daar als een rode draad doorheen. Daar moet eerst wat aan gedaan worden, waardoor het door Mart Smeets in NOS-Laat gekarakteriseerde zwartepieten als het geliefde nationale gezelschapsspel tot het verleden kan behoren. Het belasten van de beheersing van het voetbalvandalisme met de frustraties uit de Wolters-Noordhoffzaak bevordert die samenwerking evenmin. Dat het ook anders kan, heeft de samenwerking met de Utrechtse politie al enige jaren aangetoond. Daarbij wordt uitgegaan van een gezamenlijk probleem, dat gezamenlijk maar met inachtneming van ieders verantwoordelijkheden en mogelijkheden wordt aangepakt met de inzet van de gezamenlijk beschikbare middelen. Die aanpak verdient een bredere toepassing.

Foto: "Supporters' na een voetbalwedstrijd Feyenoord-Ajax (Foto Ton den Haan).