Oostenrijk

In het artikel over Oostenrijk ("Vergeet wat je niet veranderen kunt', Zaterdags Bijvoegsel, 18 januari) schrijft correspondent André Spoor: ""Maar vast lijkt te staan dat een meerderheid van de Oostenrijkers in 1938 niet voor aansluiting bij Hitler-Duitsland voelde. Een referendum (...) afgelast.''

Hier is uw correspondent in een val getrapt die de Oostenrijkse historici hebben opgesteld. Wie de toenmalige situatie objectief beschouwt, kan slechts tot de conclusie komen dat een meerderheid der Oostenrijkers voor de Anschluss was.

Hieronder tracht ik puntsgewijze een samenvatting te geven van de periode 1918-1938:

- In 1918 viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar waarbij "Deutschösterreich' ontstond. Het gaf zijn onderhandelaars bij het vredesverdrag in St. Germain de opdracht mee aansluiting bij het Duitse Rijk te bereiken, mede omdat men van mening was dat de nieuwe staat geen overlevingskansen had. In genoemd verdrag verboden de overwinnaars praktisch deze gewenste aansluiting.

- Onder protest moest het parlement te Wenen het verdrag in oktober 1919 accepteren; de naam van het land werd - als consequentie - Österreich.

- Elke in het parlement vertegenwoordigde partij bleef tot ten minste oktober 1933 de Anschluss nastreven. De politieke en economische toestanden waren weinig minder dan catastrofaal in het naoorlogse Oostenrijk.

- De laatste verkiezingen voor het nationale parlement werden in november 1930 gehouden, zodat over de periode daarna tot 1939 geen exacte uitspraken te doen zijn op basis van verkiezingsuitslagen.

- De regering-Dollfuss bleef, nadat het parlement zichzelf in maart 1933 praktisch uitschakelde, aan de macht op basis van een "Ermächtigungsgesetz'.

- Dollfuss verbood in juni de snelgroeiende Oostenrijkse NSDAP (dè Anschluss-partij toen) en verklaarde, na het inzetten van het leger in februari 1934 om acties van de socialistische partij SPÖ met grof geweld te onderdrukken, deze grootste partij van het land tot een illegale organisatie.

- In mei 1934 werd een nieuwe grondwet afgekondigd die van Oostenrijk een corporatieve staat maakte met een eenheidspartij genaamd "Vaterländische Front' (VF). Buitenlandse steun had Dollfuss eigenlijk alleen nog van Italiaanse en Vaticaanse zijde.

- In juli 1934 kwam Dollfuss om bij een lokaal geplande NSDAP-poging tot een Putsch die totaal mislukte, waarna Schuschnigg hem opvolgde.

- Schuschnigg onderhandelde in februari 1938 - nadat hij de steun van Mussolini had verloren - met Hitler waarbij de laatste ook voorstelde een verkiezing te houden in Oostenrijk met als inzet: de Oostenrijkse kanselier of Hitler. Daarna werd Seyss-Inquart minister van binnenlandse zaken, mede om de integratie van de Oostenrijkse NSDAP in het VF begeleiden.

- Op 6 maart 1938 besloot Schuschnigg geheel onverwachts op korte termijn (13 maart) een plebisciet te houden waarbij met Ja of Neen gestemd zou moeten worden in antwoord op een "getructe' vraagstelling.

- Hitler eiste afgelasting van het plebisciet en Seyss-Inquart stelde voor gewone verkiezingen te houden op een later tijdstip.

- Göring kreeg de opdracht "de zaak Oostenrijk' te regelen: kort daarna kon Hitler onder hysterisch gejuich van een enorme Oostenrijkse menigte mededelen dat zijn Heimat in het Rijk was teruggekeerd (15 maart 1938).

De hamvraag is: wat is het percentage van de Oostenrijkse kiezers dat de Anschluss in maart 1938 wilde? Niet te ontkennen is dat een minderheid het VF ondersteunde: de pauselijke nuntius in Wenen - het Vaticaan ondersteunde Dolffuss en Schuschnigg - schatte in 1934 dat niet meer dan 30 procent achter de regering stond en er is geen enkele reden om aan te nemen dat het percentage toenam tot 1938.

De meeste Oostenrijkers wilden af van het clericaal-fascistische regime, de werkloosheid en de chaos en dat verwachtten zij van een Anschluss aan het Rijk; het is bijvoorbeeld niet onder de tafel te werken dat de roomskatholieke bisschoppen openlijk hun vreugde over de opname in het "Reich' in maart 1938 uitspraken zoals eveneens in een interview (gepubliceerd in een Weense krant in dezelfde tijd) Karl Renner deed, ondanks het feit dat hij voorzitter was van de SPÖ. Overigens werd dezelfde Renner de eerste president van Oostenrijk na 1945, terwijl Schuschnigg, na een verblijf in Buchenwald, na de Tweede Wereldoorlog tot aan de jaren zestig niet welkom was in zijn vaderland en dus als balling in de VS verbleef.

De these dat ten minste driekwart van de Oostenrijkse kiezers de Anschluss van maart 1938 met grote instemming begroette, is met redelijke argumenten niet te ondergraven.

Een ander punt is dat velen later, na annexatie van het Alpenland door Hitler, een geheel andere mening zijn gaan aanhangen, maar men kan het ook die Oostenrijkse burgers niet al te zeer kwalijk nemen dat zij in 1938 niet voorzagen wat Hitler van plan was met zijn Grossdeutsche Reich. Ook de uiterst intelligente Seyss-Inquart heeft ongetwijfeld nog wel eens betreurd dat hij zo onkritisch achter die Oostenrijker uit Braunau is aangerend.