Moord op Ouko brengt Moi in het nauw

Kenianen waren sinds de onafhankelijkheid al enkele malen eerder opgeschrikt door moorden op hoge politici.

Dit keer zouden de gevolgen echter veel ingrijpender blijken. Toen half februari 1990 het zwaar verminkte lichaam werd gevonden van minister van buitenlandse zaken Robert Ouko leek het even of er een spontane opstand zou uitbreken tegen het politieke establishment. De bevolking leek ontwaakt uit haar politieke passiviteit. De regering van president Daniel arap Moi heeft sindsdien continu onder zware druk gestaan. De zaak-Ouko, zoals de dood van de minister in de volksmond ging heten, dreigt voor het Keniase regime fataal te worden.

De gerespecteerde Ouko behoorde tot Afrika's topdiplomaten. Hij slaagde er als een van de weinige ministers in het steeds meer autoritaire bewind van zijn baas Moi in het buitenland met succes te verdedigen. Amerikaanse beleidsmakers in het State Department begonnen in het geheim te mijmeren over de vraag of hij niet president Moi zou moeten opvolgen. Leden van de inmiddels gelegaliseerde oppositie bestempelen Ouko nu als naïef. ""Hoe heeft Ouko ooit gedacht te kunnen strijden tegen officiële corruptie, hoe heeft hij ooit kunnen geloven enige moraliteit te brengen in een regime dat bestaat uit boeven,'' gaf een oppositieleider onlangs als commentaar.

Een herdersjongen vond op drie kilometer van 's ministers boerderij in West-Kenia het goeddeels verbrande lichaam van Ouko. In zijn rechterslaap bevond zich een kogelwond, darmen dropen uit zijn buik. De patholoog van de regering stelde onmiddellijk de doodsoorzaak vast: zelfmoord. Menige Keniaan vroeg zich verbijsterd af hoe Ouko zich zelf zo had kunnen verminken. Het Luo-volk van West-Kenia had zijn conclusies snel getrokken. In 1969 hadden de Luo's hun populaire leider Tom Mboya verloren door een nooit opgehelderde politieke moord. De regering leek opnieuw de moord op een prominent Luo-politicus in de doofpot te willen stoppen. Maar de geschiedenis kon zich niet herhalen. Na enkele dagen van ongekend hevige rellen moest Moi toegeven. Hij riep de hulp in van een team van Scotland Yard. De president zwoer ten overstaan van de natie de zaak-Ouko tot de grond te zullen uitzoeken.

Twee jaar later wacht de natie nog steeds op een definitief antwoord. Het Britse team onder leiding van detective John Troon ondervroeg in 109 dagen honderden getuigen. Dat de regering iets te verbergen had werd duidelijk toen Troon in september 1990 zijn één meter dikke rapport overhandigde aan de Keniase procureur-generaal. Tot ieders verbazing besloot de president het rapport niet openbaar te maken. Hij stelde daarentegen een gerechtelijk openbaar onderzoek in, geleid door drie rechters van het Hooggerechtshof. Met het oog op de pro-regeringshouding die rechters vaak in hun vonnissen aannemen, kwamen de meeste Kenianen snel tot hun conclusie. Het rapport van toen bevatte belastend materiaal tegen hoge politici en daarom ging de zaak-Ouko alsnog de doofpot in.

Mocht Moi ooit deze intentie hebben gehad, dan is hij bedrogen uitgekomen. Met een verrassend onafhankelijke instelling leidden de drie rechters in het Westkeniase Kisumu maandenlang de openbare hoorzittingen. De drie dagbladen drukten ieder gesproken woord van de hoorzittingen af. Er werd over vrijwel niets anders meer gesorken in Kenia.

De eerste sensatie kwam toen een van Ouko's vertrouwelingen getuigde dat de minister enkele gezworen vijanden had in het kabinet. Een volgende getuige vroeg de rechters om een garantie voor zijn veiligheid als hij de waarheid zou onthullen. Inmiddels had Ouko's broer Barrack Mbajah illegaal het land verlaten omdat hij wegens zijn kennis van de moord door hoge autoriteiten met de dood bedreigd zou zijn.

De grote onthullingen volgden elkaar daarna in snel tempo op. Ouko's zuster Dorothy Randiak vertelde over gesprekken met haar broer vlak voor zijn verdwijning. Eindelijk viel de naam van een verdachte: Nicholass Biwott, een vertrouweling van Moi, minister van energie en vermoedelijk de op één na machtigste man van het land. Ouko zou grote onenigheid hebben gehad met Biwott over de heropbouw van een melassefabriek bij Kisumu. Biwott zou tot ergenis van Ouko grote sommen smeergeld hebben geëist van een buitenlands bedrijf als tegenprestatie voor het verlenen van het contract. ""Over corruptie praten is alsof je het opneemt tegen Biwott'', zou Ouko zich tegen zijn zuster hebben laten ontvallen. En ""dit zijn de zaken die mij het leven zullen kosten''.

Volgens Randiak die als een van de laatsten Ouko levend had gezien, was de minister op 13 februari om drie uur in de ochtend door enkele mannen in een witte auto bij zijn boerderij opgehaald. Kennelijk kende hij de mannen, want hij was zonder vragen te stellen meegegaan.

Ruim een jaar nadat Troon zijn rapport had overhandigd kwam de Britse detective getuigen voor de commissie. Het werd even doodstil in Kenia. De voordracht uit zijn tot dan toe geheime rapport sloeg in als een bom. Naast Biwott noemde Troon als hoofdverdachte Hezekiah Oyugi, eveneens een vertrouweling van Moi. Ouko zou vlak voor zijn dood aan een rapport hebben gewerkt over corruptie in Kenia, waarmee hij, behalve Biwott en Oyugi, vice-president George Saitoti en minister van landbouw Elijah Mwangale in verlegenheid zou brengen. Dit rapport en de onenigheid over de melassefabriek vormden volgens Troon de motieven voor de moord. Verder zouden Biwott en Ouko ruzie hebben gehad tijdens een presidentieel bezoek aan Washington vlak voor Ouko's dood. Biwott zou Ouko hebben gegroet met ""goedemorgen, meneer de president''. Troon adviseerde de Keniase autoriteiten het onderzoek voort te zetten om voldoende bewijzen te verzamelen om Biwott en Oyugi aan te klagen.

Zo mogelijk nog schokkender waren Troons onthullingen over de tegenwerking die hij had ervaren. Het rapport over corruptie waaraan Ouko werkte evenals ander essentieel bewijsmateriaal bleken te zijn verduisterd, vermoedelijk door de politie. Tijdens zijn werkzaamheden hielden Keniase geheim agenten een parallelonderzoek en intimideerden getuigen. Biwott ontweek ieder contact met Troon. Oyuki's antwoorden waren ontwijkend. Tijdens een gesprek met de provinciale bestuurder Julius Kobia merkte deze tegen Troon op: ""Pas op je leven, u heeft te doen met heel machtige mensen.''

Toen de openbare onderzoekscommissie steeds dichter bij de waarheid bleek te komen, en vlak voordat Oyuki zou komen getuigen, greep Moi opnieuw in. Hij ontbond met onmiddellijke ingang de openbare onderzoekscommissie. Zonder daarvan op de hoogte te zijn hadden de drie rechters zelf al besloten hun werk neer te leggen. Zij klaagden erover door onbekenden met de dood te zijn bedreigd en hun telefoongesprekken waren door de geheime dienst afgeluisterd. De president droeg de zaak-Ouko over aan de Keniase politie, dezelfde politie die volgens Troon zijn werk had proberen te saboteren. Er ging een gevoel van anticlimax door Kenia.

De temperatuur zou onmiddellijk weer stijgen. Speciale extra krante-edities verschenen op de straten en de Kenianen konden hun ogen en oren niet geloven: de eens onaantastbare Biwott en Oyugi waren, samen met enkele anderen, gearresteerd. Maar het ongeloof zou niet lang duren. Enkele dagen later liet de politie hen vrij. ""Wegens gebrek aan bewijs.''

Alleen de districtscommissaris Jonah Anguka zit nu nog vast. Hij is officieel aangeklaagd voor de moord. Anguka fungeerde als gastheer voor Troon tijdens diens onderzoek. In zijn rapport had de Britse detective hem aanvankelijk niet als verdachte vermeld. Later zou hij Anguka beschrijven als ""een mogelijke verdachte in de periferie van de moord. Bij nader inzien is het me duidelijk dat hij me vergezelde en mijn vertrouwen probeerde te winnen met een specifiek doel. De enige persoon die zo'n plan kon bedenken is Oyugi,'' aldus Troon.

Gaat Anguka als zondebok dienen? Of zullen er nog meer moorden volgen om ieder bewijs uit te wissen? Anguka's lijfwacht werd twee weken geleden dood aangetroffen na te hebben geklaagd over hevige maagpijnen. Volgens Anguka's advocaat deze week beschikte de lijfwacht over wezenlijke bewijzen betreffende de moord op Ouko. Kennelijk uit vrees te worden vermoord weigerde Anguka in de gevangenis een onderzoek te ondergaan door artsen, aangesteld door de politie.

Moi schokte opnieuw de natie toen hij in december verklaarde de namen van de moordenaars al een jaar lang te kennen. Bovendien zouden volgens hem de moordenaars begin vorig jaar hebben geprobeerd vice-president Saitoti te vergiftigen. Voor een persoonlijke betrokkenheid van Moi bij de moord bestaan geen harde bewijzen. De vermoedelijke daders lijken zijn naaste medewerkers. Zij kennen alle geheimen van Moi's presidentschap en kunnen dus grote druk op hem uitoefenen om de zaak-Ouko niet verder uit te zoeken.

Wordt de zaak-Ouko ooit opgehelderd? Het antwoord hangt af van de vraag hoe Kenia zich de komende paar maanden politiek verder zal ontwikkelen. Door het openbare gerechtelijke onderzoek ging er een diepe beerput open van officiële corruptie, moord en intimidatie. Er werd de Kenianen een zeldzame blik gegund op het machtsspel van hun leiders van wie enigen zich als grote boeven blijken te gedragen. De toen nog illegale oppositie kreeg het best mogelijke wapen toegespeeld om te ijveren voor een opener samenleving en de introductie van het meer-partijenstelsel. De oppositiepartijen zullen de zaak-Ouko nu gebruiken om de verkiezingen te winnen.

Moi's politieke loopbaan loopt gevaar. Robert Ouko stelde zich tijdens zijn leven op als een van de trouwste medewerkers van de president. Nu dreigt zijn dood Moi's politieke ondergang te worden. Ouko moet zich vele malen hebben omgedraaid in zijn graf.