Kooijmans: martelen in deel Indonesië routine

GENÈVE, 25 JAN. In Indonesië is het martelen van verdachten, vooral tijdens de eerste dagen van hechtenis, geen uitzondering. In politiek onstabiele regio's zoals Atjeh, Oost-Timor en Irian Jaya zijn martelingen zelfs routine. Dit concludeert de speciale rapporteur van de Verenigde Naties, de Nederlandse hoogleraar P.H. Kooijmans, in zijn net uitgebrachte verslag van een onderzoek in Indonesië, dat tussen 4 en 17 november vorig jaar plaatshad. Het is voor het eerst dat de VN martelingen in Indonesië in een officieel document ondubbelzinnig bevestigen.

De constatering is van groot politiek belang omdat Portugal, als EG-voorzitter, Indonesië per speciale VN-resolutie wil laten veroordelen voor de schietpartij in Oost-Timor op 12 november, waarbij volgens Kooijmans' bron, bisschop Belo, tussen de 50 en 60 doden vielen. Jakarta houdt het op 50 doden.

De Portugese minister van buitenlandse zaken, Joao de Deus Pinheiro, heeft gisteren bij de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, bepleit om onder auspiciën van de VN direct overleg te beginnen met Indonesië over de toestand in Oost-Timor. De regering in Jakarta liet naderhand weten hier in principe niet afkerig van te zijn. De VN hebben de inlijving van Oost-Timor door Indonesië in 1976 overigens nooit erkend. De Portugese premier, Anibal Cavaco Silva, zegt vandaag in een gesprek met deze krant (pagina 8) dat er volgens zijn informatie de afgelopen jaren 200.000 mensen in Indonesië zijn vermoord.

In een bijlage van 24 pagina's bij zijn jaarrapport aan de commissie mensenrechten van de VN, die vanaf maandag zes weken vergadert, schrijft Kooijmans: “De rapporteur kan de slotsom niet uit de weg gaan dat martelen voorkomt in Indonesië, met name in gevallen die worden verondersteld de veiligheid van de staat in gevaar te brengen”. Als voorbeeld hiervan noemt hij pogingen van fundamentalisten Indonesië tot een islamitische staat uit te roepen.

Kooijmans is in de VN-commissie - 's werelds belangrijkste controle-orgaan voor de naleving van mensenrechten - behalve speciale rapporteur ook leider van de Nederlandse delegatie. Hij was geen getuige van de schietpartij in Oost-Timor, maar was wel op het eiland aanwezig. Pogingen van Kooijmans om de gewonden in het ziekenhuis in Dili te bezoeken werden door de autoriteiten verijdeld.

Kooijmans wijt de schendingen van de rechten van de mens in Indonesië aan “de nagenoeg onbeperkte en ongecontroleerde macht van de politie”. De politie heeft volledige controle over de eerste twintig dagen van hechtenis, schrijft hij. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat klachten over martelingen serieus in behandeling worden genomen. Sommige gevangenen die Kooijmans heeft gesproken zaten straffen uit van meer dan tien jaar zonder ooit een advocaat te hebben gezien.