KAL 007

Todesflug KAL 007. So wurde der koreanische Jumbo abgeschossen. Eine Enthüllung aus der Sovjetunion door Andrej en Jelena Illesch 250 blz., Rowohlt Taschenbuch Verlag 1991, f 19,05 ISBN 3 499 19317 5

Acht jaar nadat de Koreaanse Boeing 747 vlucht KAL 007 door de Russische luchtmacht werd neergeschoten, gonst het nog steeds van de theorieën over de ware toedracht. Deze theorieën hebben echter nog geen uitsluitsel kunnen geven over het precieze lot van de Boeing en haar 269 inzittenden. Wisten de Sovjets dat zij met een civiel toestel te doen hadden? Had de Boeing een spionage-missie? Zijn het vliegtuig en de passagiers ooit teruggevonden? En is de "zwarte doos', die een verklaring kan geven voor de koersafwijking van de Boeing, geborgen en geanalyseerd?

Eind 1990 besloot de Russische krant Izvestiya, in het kader van glasnost in de Sovjet-Unie, te pogen nieuw licht op de zaak te werpen. Hoofdredacteur Andrej Illesch startte samen met zijn vrouw Jelena een onderzoek, waarbij met vele tientallen getuigen werd gesproken. Ze onderhielden zich met de piloot die de Boeing neerschoot, met reddingswerkers en duikers die het wrak vonden, met officieren van de luchtmacht en marine, en met vele andere experts.

In het begin van 1991 verscheen het resultaat van het onderzaak in liefst eenendertig artikelen in Izvestiya, en nu is een Duitse vertaling van het speurwerk verschenen. Todesflug KAL 007 is beslist opmerkelijk te noemen. Het boek bekijkt de zaak vanuit een tot nu toe geheel onbelichte (Russische) invalshoek, en bevat een aantal nieuwe feiten.

Zo onthult Gennadi Ossipowitsch, de piloot van de Sovjet-onderscheppingsjager die de Boeing neerschoot, dat hij het passagiersvliegtuig als zodanig heeft herkend en dat hij niet heeft geprobeerd met de bemanning in contact te komen of het toestel tot landen te dwingen. Dit in tegenstelling tot de officiële Sovjet-versie, waarin beweerd wordt dat contact was gezocht en lichtspoormunitie was afgevuurd. Voor het eerste had Ossipowitsch geen tijd, voor het tweede ontbrak het hem aan de juiste munitie. En dus werd na grove nalatigheid een als zodanig herkend passagiersvliegtuig vernietigd.

Toch zijn Ossipowitschs onthullingen niet alleen schadelijk voor de positie van de Sovjets. Hij verklaart dat de Boeing plots afremde, waardoor zijn onderscheppingsjager het toestel voorbijschoot - een klassieke ontwijkingsmanoeuvre - en toont daarmee aan dat aan de onschuld van de Koreaanse Boeing getwijfeld moet worden. De Amerikaanse en Koreaanse versie van de gebeurtenissen - de Boeing is ""per ongeluk'' van zijn koers afgeweken - wordt verder ondermijnd als Ossipowitsch een Amerikaanse band beluistert, met de gesprekken van de Russische piloten, waaronder hijzelf. Zijn reactie: ""Zo heb ik niet gesproken... Dat was totaal anders.'' De vermoedens dat met de band is geknoeid, worden zo door hem ondersteund.

Het lijkt er sterk op dat zowel de Sovjets als het Amerikaans-Koreaanse kamp iets te verbergen had, en dat de werkelijke toedracht van de gebeurtenissen door beide zijden (gezamenlijk?) in de doofpot is gestopt. Net zoals Amerikaanse journalisten in Washington bot hebben gevangen, stuitten ook de Izvestiya-medewerkers in Moskou op veel gesloten deuren en zwijgende generaals. Bij officieren in lagere rangen had men echter meer succes. Hun verklaringen bevatten zeer interessante gegevens en samen met de uitlatingen van de bergers vormen ze de basis voor de reconstructie van wat zich in 1983 heeft afgespeeld.

Na opzettelijk van haar koers te zijn afgeweken - een recentelijk door enkele Amerikaanse luchtvaartexperts gepubliceerd rapport bevestigt dit - is KAL 007 in een situatie van paniek en verwarring boven Sakhalin neergeschoten, waarschijnlijk zelfs op een moment dat het zich alweer in het internationale luchtruim bevond. Het toestel kwam terecht in de zee bij het eiland Moneron, waar het begin oktober werd gevonden.

Russische duikers hebben een maand lang zoveel mogelijk wrakstukken en bagage geborgen. Wat op de zeebodem werd aangetroffen, wordt in dit boek door hen met veel woorden, en zelfs enkele foto's uit de doeken gedaan. Naast golfballen, pelzen en Vietnamese balsem, stuitte men ook op lugubere menselijke overblijfselen.

Toch vonden de duikers niet het massale kerkhof dat ze verwacht hadden. Een verklaring hiervoor is waarschijnlijk de hoge valsnelheid van het vliegtuig, waardoor het volledig en over een groot oppervlak uiteenviel. Anderen suggereren echter dat het vliegtuig leeg was, of dat het wellicht een wrak van een ander toestel betrof. Wel is duidelijk dat de duikers de "zwarte doos" - in werkelijkheid verscheidene felgekleurde ballen - met de vluchtgegevens wel degelijk hebben gevonden en dat die naar Moskou is vervoerd.

En daar loopt het spoor voorlopig dood. Wat de Sovjets in de "zwarte doos' hebben aangetroffen is - zelfs na het openbreken van de bestaande staats- en beleidsstructuren in Moskou - nog steeds een zorgvuldig bewaard geheim. Andrej en Jelena Illesch zijn er niet in geslaagd deze muur van stilzwijgen te slechten, maar het is hen wel gelukt een onmisbare bijdrage te leveren aan de oplossing van het raadsel dat Korean Airlines vlucht 007 nog steeds is.