Ja, dat is "de' Bronstein

Bij het Hoogovenstoernooi is er ieder jaar een speciale prijs voor de spectaculairste partij uit de grootmeestergroepen, de Leo van Kuijk-prijs. Met opzet wordt niet gesproken over een "schoonheidsprijs", want schoonheid hoort samen te gaan met waarheid en de waarheid over een schaakpartij is moeilijk te vinden.

De schoonheidsprijzen van vroeger werden meestal gegeven aan partijen waarin een koningsaanval werd bekroond met offers. De offers moesten correct zijn en ook noodzakelijk. Nauwkeurige analyse was nodig om na te gaan of een partij de schoonheidsprijs werkelijk verdiende. Soms konden de juryleden pas maanden na afloop van het toernooi tot een besluit komen. Vervolgens werd er in de schaakbladen of in het toernooiboek nog lang nagemopperd door teleurgestelde deelnemers die zelf een prachtpartij hadden gespeeld, die zeker bekroond zou zijn als de domme juryleden niet zo snel en oppervlakkig hadden geoordeeld en nog een paar maanden langer de tijd hadden genomen.

Een zo trage besluitvorming wordt niet meer aanvaardbaar geacht. De organisatoren willen hun prijs bij de slotplechtigheid geven, niet maanden later. Daarom kan de juryleden niet meer de plicht worden opgelegd om de waarheid te vinden. Of een partij spectaculair is, dat is in een oogopslag te zien en niemand zal het oordeel achteraf kunnen bestrijden. Als concessie aan de hogere normen van vroeger wordt het spektakel nog steeds in de zetten zelf gezocht, en niet in de manier waarop ze werden uitgevoerd. Eigenlijk onlogisch en weinig passend in ons dynamisch tijdsgewricht. Zo'n partij als tussen Episjin en Kortsjnoj, waarin de stukken in tijdnood in rijen tegelijk van het bord op de grond werden geslagen, hoort voor een moderne spektakelprijs toch zeker in aanmerking te komen. Straks zullen de juryleden niet meer het toernooibulletin bestuderen, maar videoregistraties van de tijdnoodfases.

Ik hoop dat het niet als ongeoorloofde beïnvloeding van de keurmeesters wordt beschouwd als ik hier mijn kandidaat voor de prijs laat zien. Spectaculair is wits spel zeker en waarschijnlijk ook schoon en waar. De Boer liet zich na aanvankelijk ongeloof in ieder geval na afloop overtuigen dat het allemaal correct was geweest.

Wit Finegold-zwart De Boer

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pb1-c3 d7-d5 4. c4xd5 Pf6xd5 5. e2-e4 Pd5xc3 6. b2xc3 Lf8-g7 7. Lf1-c4 0-0 8. Pg1-e2 b7-b6 Een bijzonder scherp en riskant systeem, dat een paar keer door Timman is gespeeld. Hij heeft er harde nederlagen mee geleden, maar de theoretische waarde van de zet bleef toch onduidelijk. 9. h2-h4 Pb8-c6 10. Lc4-d5 Dd8-d7 11. h4-h5 e7-e6 12. Ld5-b3 e6-e5 13. h5xg6 h7xg6 14. Lc1-h6 Lg7xh6 15. Th1xh6 Kg8-g7 16. Dd1-d2 Lc8-a6 17. Pe2-g3 Dd7-g4 Tot zover kende De Boer alles nog. Uit een eerder gespeelde partij of uit een analyse van Timman, dat is me niet helemaal duidelijk geworden. Finegold was waarschijnlijk slechter op de hoogte, want hij dacht lang na. 18. Lb3-d5 La6-b7

Zie diagram 1

Het is op het eerste gezicht moeilijk te zien wiens koning het onveiligst staat. Na 19. dxe5 kan zwart 19...Pxe5 20. Lxb7 Tad8 21. Ld5 c6 spelen. Na lang nadenken vond Finegold een prachtige zet. 19. Th6-h5! g6xh5 Zwart moest nemen. Behalve 20. Dh6+ dreigde ook simpel 20. Lxc6 Lxc6 21. Txe5 en 19...Th8 20. Pf5+ Kf6 21. dxe5+ zou ook goed voor wit zijn. 20. Pg3-f5+ Kg7-f6 21. Ld5xc6 Lb7xc6 22. d4xe5+ Kf6xe5 23. Dd2-d4+ Nauwkeurigheid is geboden. Na 23. f3 heeft zwart de tussenzet 23...Tad8 23...Ke5-e6 24. f2-f3 Dg4xg2 25. Dd4-c4+ Na 25. 0-0-0 kan zwart zich verdedigen met 25...Tfd8, wat een plaatsje voor de koning vrijmaakt, zodat 26. Pg7+ Ke7 27. De5+ niets meer oplevert. 25...Ke6-e5 Na 25...Kd7 wint wit met 25. 0-0-0+ Kc8 26. Dxc6 gevolgd door 27. Td7 en 28. Pd6 26. Dc4xc6 Wit had remise, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling. Als zwart nu de witte toren op a1 ophaalt, wordt hij mat gezet. Eeuwig schaak heeft hij ook niet. Achteraf kwamen de spelers tot de conclusie dat zwart verloren stond. 26...Dg2xf3 Hierna gaat het in ieder geval geforceerd. 27. Dc6xc7+ Ke5xe4 Of 27...Kf6 28. De7+ Kg6 29. Ph4+ met damewinst. Zwart dacht op dit moment dat hij gewonnen stond. 28. Pf5-g3+ Ke4-d3 29. Dc7-d6+ Wit heeft alles heel goed berekend. Na 29. Td1+ Kc2 zou zwart zich kunnen verstoppen. 29...Kd3-c4 30. Dd6-b4+ Kc4-d5 31. Ta1-d1+ Df3xd1+ 32. Ke1xd1 Wit staat gewonnen. Materieel is de situatie nog niet hopeloos voor zwart, maar zijn koning blijft opgejaagd. 32...f7-f5 33. Pg3xh5 Ta8-d8 34. Db4-b5+ Kd5-e4+ 35. Kd1-e2 f5-f4 36. Db5-c6+ Ke4-f5 37. Ph5-g7+ Kf5-g4 38. Dc6-g6+ Kg4-h3 39. Ke2-f3 Td8-d3+ 40. Dg6xd3 Zwart gaf op.

Twee keer werd me gevraagd: zeg, die Bronstein in de B-groep, dat is toch niet "de' Bronstein? Hij is het wel. Hoe graag hadden wij verslaggevers over David Bronstein geschreven dat hij, meer dan veertig jaar nadat hij op een haartje het wereldkampioenschap miste en vijftien jaar nadat hij voor het laatst in een gesloten internationaal toernooi mocht meedoen, misschien iets van zijn oude kracht verloren had, maar nog steeds briljante partijen speelde. Bij ieder rondeverslag hadden we er ruimte voor gereserveerd, maar lange tijd mocht het niet zo zijn. Drie nederlagen in de eerste zeven ronden en vier remises die niet bijzonder waren. Hij is er te lang uit geweest. Maar toen speelde hij in de achtste ronde toch een mooie partij, die ik graag laat zien, al had ik gewild dat het er meer waren geweest.

Wit Van Mil-zwart Bronstein

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-c4 Pg8-f6 4. d2-d3 Lf8-c5 5. c2-c3 d7-d6 6. 0-0 Lc5-b6 7. Tf1-e1 0-0 8. h2-h3 h7-h6 9. Pb1-d2 Pc6-e7 10. d3-d4 Pe7-g6 11. Lc4-f1 c7-c6 12. Pd2-c4 Lb6-c7 13. a2-a4 e5xd4 14. Pf3xd4 Tf8-e8 15. Lf1-d3 d6-d5 16. e4xd5 Te8xe1+ 17. Dd1xe1 Dd8xd5 18. Lc1-e3 b7-b5 19. Pc4-d2 a7-a6 20. Ld3-f1 c6-c5 21. Pd4-f3 Ta8-b8 22. a4xb5 a6xb5 23. Lf1xb5 Dd5-d6 24. c3-c4 Lc8-b7 25. De1-e2 Pf6-h5 26. Pd2-f1 Pg6-f4 27. Le3xf4 Ph5xf4 28. De2-e3 Dd6-g6 29. Pf1-g3 Pf4xh3+ 30. Kg1-h2

Zie diagram 2

30...Ph3xf2 31. De3xf2 h6-h5 32. Ta1-a3 Dg6-g4 33. Kh2-g1 Lc7xg3 34. Df2xc5 Tb8-d8 35. Ta3-a1 Lb7xf3 Wit gaf op.