"Is het leven in de Peel even zoet?'; Patriot-eenheden in Duitsland moeten terug naar Nederland

STOLZENAU, 25 JAN. Op de met ijzel bedekte akkers schrikken de reeën op als de helikopterformatie een lage bocht maakt om te landen. Zo'n tachtig kilometer van de voormalige Oostduitse grens is hun vijandsbeeld niet veranderd. In de vrieskou staat een kleine militaire kapel, die met luid geroffel minister Ter Beek verwelkomt op deze basis van Patriot- en Hawk-raketten.

Hij heeft iets uit te leggen, zo menen de mannen en vrouwen van de Koninklijke Luchtmacht. “De vijand die voor de deur lag is weg maar we hebben er een nieuwe bijgekregen. Die heet onzekerheid”, zegt de woordvoerder van het personeel in de kantine met een gevoel voor drama dat hem niet eigen is. “Welke garanties kunt u ons eigenlijk geven?”

Ter Beek is naar de twee Nederlandse eenheden in Duitsland, Stolzenau en Blomberg, afgereisd om de stemming te peilen over de overplaatsing naar de vliegbasis De Peel, die volgend jaar gaat beginnen. Het is niet zo maar een overplaatsing. Nu het militaire nut van Patriots en Hawks midden in Duitsland niet meer duidelijk is zullen de eenheden worden samengevoegd. Voor de 1.500 mannen en vrouwen gaan 600 arbeidsplaatsen verloren. De groep geleide wapens heeft in de toekomst niet langer de taakomschrijving: "klaar om te schieten', maar "klaar om af te reizen' en wel binnen 36 uur. Eind 1990 en januari 1991 is daarmee al ervaring opgedaan in Turkije en Israel tijdens de Golfoorlog. Het wapen heeft zich bewezen. Of zoals de commandant zegt: “Kleine Jantje uit Zwolle weet nu tenminste wat een Patriot is.”

Ter Beek erkent de moeilijkheden. Sommige families hebben hier twintig jaar lang gewoond en gewerkt. De buitenlandtoelage was aantrekkelijk. In de landerige sfeer van Nedersaksen viel goed te leven. Belastingvrije aankopen (snelle auto's met radarverklikkers) droegen daartoe bij. Een aantal Nederlanders is met Duitse vrouwen getrouwd. Kinderen gingen soms naar Duitse scholen en wonen in de buurt. Wie geeft de garantie dat het leven in de Peel even zoet is?

Ter Beek niet. Hij wijst erop dat ook in Nederland niemand bij Defensie ontkomt aan het feit dat het leger afgeslankt en aangepast wordt. “Krimp zonder kramp”, noemt hij het slagvaardig. Tot nu toe gaat de afslanking gepaard met een grotere vrijwillige uittocht dan was voorzien. Maar de mannen en vrouwen van het Onderdeels Overleg Orgaan geven zich niet zo snel gewonnen.

Waarom kan Defensie hun geen betere voorlichting geven over wat ze daar op die nieuwe basis te wachten staat? Wanneer vertrekken ze eigenlijk? Welke eenheid gaat het eerste en wordt die dan niet bevoordeeld? Hoe is de woningsituatie? Wat zijn de bevorderingskansen? Welke mogelijkheden zijn er om elders geplaatst te worden? Krijgen militairen geen betere kansen dan het Nederlandse burgerpersoneel op de twee Duitse bases? Dat zijn hun vragen op een toon die enigszins doet denken aan verongelijkte kolonialen.

Generaal Louwerse, de topbaas van de luchtmacht, belooft nog vóór het eind van dit jaar met een definitief plan te komen. Het personeel krijgt daarna een jaar de tijd zich voor te bereiden op de nieuwe taak. Is er geen plaats op de Peel, in Leeuwarden of Den Haag dan zal gezocht worden naar werk elders of komt er een afvloeiingsregeling. Maar hij en minister Ter Beek vragen de 1500 mannen en vrouwen die nu in Duitsland werken om eigen initiatief. “Het is niet zo dat wie lange tijd in een gespreid bedje heeft gelegen het niet een beetje kouder zal krijgen”, zegt Ter Beek, die zelf nog moet wennen aan zijn liberale beeldspraak. Louwerse: “Het personeel zal het zich eigen moeten maken zelf slagvaardig in te schrijven op omscholingscursussen en bijscholing. Zelf te zorgen dat ze kwalificeren. Vroeger werd dat vaak voor ze gedaan. De carrière lag in zekere zin vast. Dat kan nu niet meer. De mogelijkheden zijn minder.”

Maar de inspraakcommissie in Stolzenau, en ook die in Blomberg een paar uur later, houdt vol. “Defensie heeft ons naar Duitsland gestuurd. Dat was toen een hoge prioriteit. We hebben hier aan de Oostduitse grens al die jaren ons mannetje gestaan. We waren in korte tijd volledig paraat in Turkije niet ver van de grens met Irak. We verdedigden de heilige stad Jeruzalem al was het wat aan de late kant. We krijgen straks nieuwe computerprogramma's en nieuwe raketten om beter in staat te zijn naast vijandige vliegtuigen inkomende raketten uit de lucht te plukken. Defensie heeft de plicht om voor ons te zorgen.”

Ter Beek erkent die plicht maar voelt niets voor een uitzonderingspositie. “Terug naar de wieg betekent niet dat de drastische reorganisatie bij Defensie, waar in 1995 zestien procent van de arbeidsplaatsen is opgegeven, aan jullie geheel en al voorbij zal kunnen gaan.” In de kantine wordt het vierde rondje koffie geschonken. Buiten staan de drie helikopters klaar om naar één van de opstellingen buiten Blomberg te vliegen. Boven op een heuvel wordt minister Ter Beek uitgenodigd om een zware vrachtwagen voor het vervoer van de raketten te besturen. Met gespeelde spijt stelt hij vast dat hij geen rijbewijs heeft.

De commandant wijst de voormalige grens met Oost-Duitsland aan. Een lichte nevel hangt over de heuvels. “Jarenlang was het een eenvoudige zaak. De vijand kwam uit het Oosten en wij wachtten hem op. Dat was ordentelijk. Zo'n mooi uitzicht. Dat zullen we ook missen op de Peel.”