"INTEGRATIE VAN GEKLEURDE IMMIGRANTEN BLIJFT EEN VROME WENS'; Dilip Hiro over het demasqué van de liberale samenleving

Black British, White British. A History of Race Relations in Britain door Dilip Hiro 355 blz., geïll., Grafton 1991, f 75,80 ISBN 0 246 13618 9

Zelden is een boek over een groot maatschappelijk probleem zo ingehaald door de tijd, terwijl er bij de heruitgave twintig jaar na verschijnen zo weinig in veranderd hoefde te worden. Twee decennia geleden baarde de Brits-Pakistaanse schrijver en journalist Dilip Hiro veel opzien met zijn Black British, White British, een studie over de verhoudingen tussen blank, bruin en zwart in Groot-Brittannië. Nu ligt de nieuwe editie voor hem op tafel, met precies dezelfde sombere uitspraken over de rassenrelaties en precies dezelfde sombere waarschuwingen voor de beleidsmakers. Toegevoegd is alleen een hoofdstuk over de Salman Rushdie-affaire. Want die kwestie maakte volgens Hiro scherp duidelijk welke fundamentele en gevaarlijke kloof er bestaat tussen de gemeenschappen op het Britse eiland.

Sterker nog: als er geen Rushdie-affaire was geweest, zou Hiro misschien helemaal geen nieuwe editie van zijn boek hebben gemaakt. Nu is het des te pregnanter dat Black British, White British in de boekhandel zij aan zij ligt met de paperback-editie van The Satanic Verses, die na veel aarzeling toch onlangs verscheen. Des te pregnanter ook dat op de dag dat ik Hiro ontmoet de Britse "Anti-Nazi League' opnieuw wordt opgericht, een beweging die aan het eind van de jaren zeventig tienduizenden sympathisanten de straat op bracht uit protest tegen extreem-rechtse en racistische bewegingen.

De heroprichting is volgens de initiatiefnemers van toen en nu, een gevolg van ongerustheid over het feit dat ""volgelingen van Hitler opnieuw niet te verwaarlozen vorderingen maken in Europa'. Groot-Brittannië heeft weliswaar geen Le Pen en extreem-rechts is voor een gedeelte geïncorporeerd in de Conservatieve Partij. Maar de British National Party maakt een opleving door en is van plan met meer dan vijftig kandidaten aan de komende verkiezingen mee te doen.

Aan de andere kant is er de oprichting, twee weken geleden, van het "Moslim-parlement', een uitvinding van Dr. Kalim Sidiqqui, een persoonlijke vriend van wijlen ayatollah Khomeini. Hij belooft impliciet martelaarschap voor elke gelovige die zich uit naam van de islam tegen de Britse onderdrukker keert, in de eerste plaats door te ijveren voor staatssubsidie aan moslim-scholen. De Britse overheid draagt wel bij aan de kosten van joodse, rooms-katholieke en anglicaanse scholen, maar onthoudt die bijdrage tot op heden op niet geheel overtuigende gronden aan moslim-onderwijs.

En ten slotte kijkt ook Groot-Brittannië met ingehouden adem naar de gebeurtenissen in Algerijë, waar islamitisch fundamentalisme met kracht van tanks en uit naam van de democratie onder druk gehouden moet worden.

GODSLASTERLIJK

De zesenveertig-jarige Dilip Hiro zelf wordt niet gehinderd door het feit dat hij dezer dagen over BLack British, White British moet praten temidden van interviews over zijn deze week te verschijnen, nieuwste boek, dat handelt over de implicaties van de Golf-oorlog: Desert Shield to Desert Storm. The Second Gulf War (Harper Collins). Hij heeft zijn leven lang geschreven over het Midden-Oosten, vooral over Iran en over de Iran-Irakoorlog en hij heeft ondermeer een boek over islamitisch fundamentalisme op zijn naam staan. Zijn belangstelling op dit gebied is grenzeloos en dus glijdt hij al pratend moeiteloos van het ene onderwerp in het andere, zo vlug dat zijn ondervrager soms moeite heeft hem bij te houden.

Het meest deprimerende aan Black British, White British is dat Hiro daarin, twintig jaar na dato, zo weinig heeft hoeven veranderen. Het nieuwe hoofdstuk over de Rushdie-affaire sluit naadloos aan op het eerdere materiaal. En Hiro's in 1971 nog godslasterlijke voorspelling dat ""integratie' of ""assimilatie' van gekleurde immigranten een vrome wens zou blijven en dat de Britten in plaats daarvan ""sociaal pluralisme' zouden moeten leren accepteren, wordt nu, net als toen, afgesloten met de voorspelling dat racisme en onaangepaste minderheden nog lang deel zullen blijven uitmaken van het Britse sociale landschap, met alle te verwachten conflicten van dien.

""De uiteindelijke vraag,' zegt Hiro, ""is: moeten we gevangenen blijven van ons verleden en vast blijven houden aan één enkel beeld van de Brit als een persoon die blank is, de christelijke godsdienst aanhangt, gladgeschoren is en een broek of een rok draagt? Of moeten we misschien gaan denken aan een pluralistisch beeld van wat een Brit is, zwart of bruin misschien, hindoe of moslim en gekleed in een turban, een kanga of een sari?'

Hiro zelf is geboren in Pakistan. Opgroeien en naar school gaan deed hij in achtereenvolgens India, Engeland en de Verenigde Staten. Hij heeft, naar eigen zeggen, een hindoe-achtergrond en moest uit Pakistan vluchten ""met alleen mijn hemd aan mijn lijf. Ik ben dus geen moslim en niemand kan mij met mijn achter-grond beschuldigen van vooringenomenheid ten gunste van moslims.'

Maar zoals hij zijn hemd aflegde, zo tracht hij ook elke keer opnieuw vooroordelen en gevestigde meningen af te leggen. En uit die optiek verbijstert hem ""de diep gewortelde vooringenomenheid van het christelijke westen jegens de islam en de moslims', zoals die in Engeland tijdens de Rushdie-affaire is gebleken en gedurende de Golf-oorlog in het hele westen is versterkt. Vraagtekens zet Hiro vooral bij de houding van liberale geesten, die volgens hem in hun vrijheidsdenken geen beperking willen opleggen aan een grondrecht als de vrijheid van meningsuiting, maar de militaire beperking van een democratisch gekozen fundamentalistisch islamitische partij in Algerijë met opluchting begroeten. ""Dat is niet meer dan liberalisme zolang-wij-winnen.'

AZIATEN

In zijn boek toont Hiro overtuigend aan dat de Afro-Caribische en Aziatische minderheden in Engeland geassimileerd hebben wat ze kunnen, maar desondanks niet ""beloond' zijn met sociale acceptatie door het ontvangende land. Daardoor is er een minderheid van Britten (sinds 1970 toegenomen van minder dan 1 miljoen tot bijna 2,5 miljoen, dat wil zeggen van 2 procent tot 4,5 procent van de bevolking) semi-permanent in een positie van minderwaardigheid gedrukt, niet alleen op grond van hun niet-blanke uiterlijk, maar ook op grond van hun cultuur.

Het gaat hier vooral om Aziaten. De aanwas van die gemeenschap is in twintig jaar tijd meer dan twee keer zo groot als die van de Afro-Caribeanen. Bijna de helft van hen is moslim. Alleen al die wetenschap, betoogt Hiro vol vuur, leidt tot geestelijke blokvorming bij de ""superieure' blanke Christenen.

""De Aziatische gemeenschap in Groot-Brittannië is in twintig jaar veel meer sociaal gelaagd geworden: van ongeschoold en arbeider tot self-made en extreem rijk. Van de 200 rijkste mensen in Groot-Brittannië waren er volgens het laatste Sunday Times-onderzoek zeven Aziaten. Zoals bij de joden in dit land van sociale stratificatie sprake is, zo is daarvan ook sprake bij de moslimgemeenschap. Er zijn 330.000 joden in dit land en 1 miljoen moslims. De joodse gemeenschap heeft sinds 1760 een joods parlement, de Board of Deputies of British Jews, 460 leden, gekozen via de synagogen en voor 70 procent orthodox.

""In 1967 ging zelfs een aantal in Engeland woonachtige joden naar Israël om te vechten voor het eigen land. Maar niemand spreekt hier over joodse "fundamentalisten'. Op de oprichting van het Moslimparlement, met die belachelijke en vervelende Kalim Sidiqqui, zou ook niet gereageerd moeten worden met de beschuldiging van moslim-fundamentalisme. Tweehonderddertig jaar Board of Deputies for British Jews heeft geen enkele invloed gehad op de mate van integratie. Het bestaan van het Moslim-parlement maakt daarom evenmin iets uit.'

RELLEN

In Groot-Brittannië wordt het sprookje van een harmonieuze, multi-raciale samenleving inderdaad met evengrote regelmaat beleden als er volksoproeren zijn in sociaal gedepriveerde en overwegend niet-blanke wijken. In 1989 liet het stadsbestuur van Liverpool, toneel van explosieve rellen in de wijk Toxteth, de raciale verhoudingen in die stad onderzoeken door Lord Gifford, een algemeen geacht rechter. Slaak de ketenen was de veelzeggende titel van Giffords rapport. De situatie in de wijk, waar 70 procent van de 30.000 zwarte Liverpudlians, soms al twee generaties lang, woont, omschreef hij als regelrecht bedreigend.

In zijn conclusies legde Lord Gifford impliciet ook verwijten op de drempel van andere overheden en particulieren. ""Nergens in Groot-Brittannië,' schreef hij, ""worden zwarten zo blootgesteld aan bedreigingen, getreiter en scheldpartijen als ze een bepaald gebied van de stad verlaten. Rechtstreekse raciale vijandigheid jegens zwarten neemt een omvang aan die elders in het land niet geaccepteerd zou worden. Zwarten komen niet aan een baan, zelfs niet aan een laag-betaalde, en worden systematischer en radicaler weggehouden van de arbeidsmarkt dan in welke andere grote stad met zwarte inwoners ook.' De opdrachtgever van het rapport, het gemeentebestuur van Liverpool, kreeg bovendien het verwijt voorgelegd dat het niets deed aan gelijke kansen voor blanken en niet-blanken in het eigen ambtenarenbestand.

Tegen die achtergrond betoogt Hiro dat de zwarte moslims in Engeland een aantal terechte grieven hadden, waarop jarenlang geen acht was geslagen. Hun verlangen naar staatssubsidie voor moslim-scholen, analoog aan die voor andere religieuze scholengemeenschappen, werd vijftien jaar lang met allerlei verschillende excuses afgedaan. Rushdie's Satanic Verses en de weigering van de Britse autoriteiten om gehoor te geven aan ten minste het verlangen tot vervolging wegens godslastering werden het ""kristallisatiepunt', waaromheen de gegriefdheid van de moslimgemeenschap, in alle schakeringen van werelds tot orthodox, samenklonterde.

Hiro: ""In het vacuüm dat was ontstaan, kon Khomeini zijn kans grijpen. En dat terwijl zijn Shia's in dit land maar met 5 à 10 procent vertegenwoordigd zijn. Hij had immers niets te verliezen. Als de Saoedi's openlijk stelling hadden genomen, zou de Britse regering zich misschien anders hebben opgesteld. Maar de Saoedi's drinken regelmatig thee met de Home Secretary, begrijp je wel?'

VERDACHTE ANALOGIE

Hiro heeft het gevoel dat het in Groot-Brittannië ""op moslims vrij schieten is, omdat we het woord ""ras' niet mogen noemen.' Hij signaleert dat de Britse regering niet bereid is gebleken het artikel ""godslastering' in het wetboek van strafrecht uit te breiden tot meer dan alleen het christelijke geloof en daarom de moslims de toegang tot de rechter, een mogelijke uitlaat voor frustraties, domweg heeft ontzegd.

En weer wijst hij naar de Britse joden - alweer met die opmerkelijke en misschien wel verdachte analogie. Joden, betoogt Hiro, maken 3,5 procent van de bevolking uit en ""hebben' 45 Lagerhuisleden, terwijl er bijna 5 procent ""niet-Europese' kiesgerechtigden in Groot-Brittannië zijn, die zich met precies 4 van de 650 Lagerhuisleden kunnen identificeren in hun niet-blankheid. Daaronder is slechts 1 parlementariër met een Aziatische afkomst: het Labourlid Keith Vaz, die ironisch genoeg rooms-katholiek is. ""En die doorbraak, tot 4 MP's, heeft al veertig jaar gekost - terwijl het er procentueel 34 zouden moeten zijn. Het systeem zou toch voldoende flexibel moeten zijn om die gemeenschap een stem te geven en voldoende moslims een plaats te garanderen waarop ze van hun invloed gebruik kunnen maken?'

Wie zich in eigen land een volwaardige identiteit ontstolen ziet, heeft maar één keus, zegt Hiro. Hij zoekt naar een plaats waar hij als volwaardig wordt begroet, waar hij zich thuis voelt. De 5,5 miljoen moslims die in Europa een identiteit wordt ontzegd, zullen zich deel gaan voelen van de wereldgemeenschap van moslims die (tegenover de Christenen) in de meerderheid is.

""Op de wereld zijn duizendmiljoen moslims,' rekent Hiro voor, ""en ze zijn in het bezit van 90 procent van de oliereserves. Daarom alleen al is het van belang dat het Westen zich verplaatst in de gevoelens van moslims en met hen tot een uitwisseling van gedachten komt. De perceptie die Europeanen van moslims in de toekomst zullen krijgen, is enorm belangrijk. Ik geloof niet dat bijvoorbeeld de Britse regering of de Franse regering dat begrijpt: 27 miljard dollars aan wapenexport, olieleveranties, dáár ligt het belang van het westen. Maar een blik op een iets langere termijn lijkt er niet te zijn. Het is interessant om te zien hoe in de eerste peilingen in Frankrijk er geen jonge Algerijn is, die zegt de opkomst van de fundamentalisten in Algerijë te betreuren. Wat geeft het systeem in Frankrijk hen? Zij voelen eindelijk dat ze ergens bij horen.'

Het argument dat in Algerije de uitkomst van democratische verkiezingen geen gestalte mag krijgen, omdat daarmee een intolerante, anti-democratische beweging komt bovendrijven, vindt Hiro pertinent onjuist.

""De FIS bestaat vooral uit de arbeidersklasse en de lagere middenstand, degenen die in Europa de socialisten en communisten zouden zijn. Maar de hogere klassen in Algerije zijn geëuropeaniseerd, willen zijn zoals Europeanen. Beter zou het zijn om niet op influistering van de CIA en de Franse en Britse veiligheidsdiensten de tanks de straat op te sturen, maar het proces zijn gang te laten gaan. De beperkingen blijken dan vanzelf. Mijn meest liberale vrienden hier zeggen op dat argument: ""Maar Dilip, dit is Europa!' Alsof ze willen zeggen: ""en niet dat achterlijke Midden-Oosten'. Dat is wanneer ik de teleurstelling voel opstijgen. Het ideaal van de liberaal-democratische maatschappij en hoe die zich gaat opstellen jegens een moslim-wereldgemeenschap - dat wordt heel interessant om gade te slaan.'