Industrie naar Golfstaten; Europa dreigt petrochemie kwijt te raken

DEN HAAG, 25 JAN. Vrije handel tussen de Europese Gemeenschap en de zes olielanden verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf zal geleidelijk aan een drastische inkrimping in de Westeuropese raffinage- en petrochemische industrie betekenen. Over vijftien jaar zal deze industrie voor het grootste deel door de Golfstaten zijn overgenomen.

Dit bleek gisteren op een congres van het Midden-Oosten Instituut in Den Haag, gesponsored door de Nederlandse Kamer van Handelsbevordering.

In de loop van dit jaar moeten de onderhandelingen in Brussel, tussen de Europese Commissie en de zes olielanden verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf, leiden tot overeenstemming over de uitgangspunten voor een vrijhandelsovereenkomst. Topambtenaar E. Rhein, directeur van het EG-bureau voor de betrekkingen met het Midden-Oosten, zei gisteren dat de Gemeenschap bereid is binnen twaalf jaar alle importheffingen op produkten uit de Golfregio af te schaffen, op voorwaarde dat de de zes olielanden dat ook doen.

Dat betekent volgens Rhein “een groot probleem” voor de petrochemische industrie en de raffinaderijen in de EG, omdat deze zullen moeten concurreren met de olielanden waar voor de industrie zeer lage energieprijzen gelden. “Vooral in Koeweit en Saoedi-Arabië, die enorme expansieprogramma's voor hun industrie hebben.” In de EG moeten olieverwerkende bedrijven en chemische fabrieken de wereldmarktprijs voor de ruwe olie en nafta, de grondstof voor de chemie, betalen. Nederland kent een lage aardgasprijs voor grootverbruikers, maar in de olielanden is het gas nog aanzienlijk goedkoper.

Volgens ambtenaar Rhein houden de Westeuropese oliemaatschappijen in hun investeringsbeleid nu al rekening met de concurrentie van de Golfregio. Dat komt omdat met de bouw van nieuwe fabrieken of het moderniseren van bestaande installaties miljardeninvesteringen met een zeer lange aanlooptijd zijn gemoeid. Hij verwacht op termijn een scherpe daling van investeringen omdat de grote petrochemische fabrieken binnen de EG niet meer vernieuwd zullen worden. “Nieuwe fabrieken zullen in Koeweit en Saoedi-Arabië verrijzen, niet meer in West-Europa.”

Voor "gevoelige' produkten van de petro-chemie, zoals poly-etheen, methanol en ureum worden de Europese importheffingen tijdens een overgangsperiode tot het jaar 2005 elk jaar met 5 procent verlaagd om een schokeffect te vermijden. Rhein voorziet dat de aanvoer van ruwe olie naar Rotterdam en andere Europese havens drastisch zal verminderen. “De ruwe olie wordt vervangen door brandstoffen die in het Midden-Oosten zijn geraffineerd.”

“Zeer kortzichtig” noemde Rhein de kritiek die de Saoedische ambassadeur Ma'amun Kurdi bij de EG, tevens leider van de onderhandelingsdelegatie van de Golfstaten, begin deze week heeft geuit op de Europese plannen voor een milieubelasting op brandstoffen. Op een persconferentie in Brussel dreigde Kurdi met tegenmaatregelen in de vorm van minder olie-aanvoer uit de Golf. De EG-heffing, die oploopt tot 10 dollar per vat olie in het jaar 2000, zou een forse vermindering van de vraag naar olie teweegbrengen.

De EG-onderhandelingsdelegatie heeft uitgelegd dat de milieuheffing hard nodig is om de internationale afspraken over vermindering van koolstofdioxyde-emissies na te komen en dat er geen sprake is van een discrimenirende maatregel tegen olie als brandstof. “Uiteraard is een vermindering van het verbruik de bedoeling, maar daar zullen onze kleinkinderen ons dankbaar voor zijn. Het verbruik moet omlaag. Ook de olielanden hebben er uiteindelijk voordeel van, al zien ze dat nu niet in. Ze kunnen langer olie verkopen, want eens raken de voorraden op”, aldus Rhein.