Hoe Miss Trinidad vertegenwoordiger werd van berglucht in de lage landen; De uitdagingen van Amelia George

Het gebeurt niet iedere dag, maar soms brengt het reizen per spoor een ontmoeting met zich mee die uit het oogpunt van journalistiek plichtsbesef onmiddellijk noopt tot het trekken van de agenda's en het arrangeren van een rendez-vous.

Zulks was het geval toen in Leiden een zorgvuldig gekapte en perfect - volgens de laatste Dynasty look - geklede zwarte dame de eerste-klascoupé binnenstapte. Haar kleurrijke verschijning contrasteerde danig met de grijze wolken boven het winterlandschap. Er ontwikkelde zich een boeiend gesprek, waarvan het niveau al gauw uittorende boven universele thema's zoals de guurte van het jaargetijde of de zin van het leven.

Amelia George, zoals mijn gesprekspartner zich voorstelde, vertelde dat ze elf jaar geleden werd uitgeroepen tot Miss Trinidad. Het verwerven van die titel had haar roem in de Caraïben en betrekkelijke rijkdom gebracht. Van het een kwam het ander. Ze had haar partijtje meegeblazen in het luidruchtige gezelschap van de internationale jet set. Jarenlang was ze als veelgevraagd fotomodel en mannequin voortdurend onderweg tussen bijvoorbeeld Barbados en New York of tussen Los Angeles en Trinidad. Ze schitterde in televisiespots en maakte reclame voor het wonderzalfje Cleopatra, ze acteerde op de planken van het Banion-theater in Trinidad en danste in een off Broadwayproduktie in New York, ze vertolkte een hoofdrol in de Amerikaanse speelfilm Man from Africa en liep - het leven is hard - een carrière in Hollywood jammerlijk mis wegens haar weigering om op aanwijzing van de regisseur uit de bloes te gaan.

Deze ontgoocheling kwam ze snel teboven doordat ze zich energiek op een nieuw specialisme stortte: ze ging exclusieve mode ontwerpen ten behoeve van de kapitaalkrachtige bovenlaag. Via de Rodeo Boulevard Boutique in Hollywood en de zonnige artiestenenclave op Antigua vond haar peperdure couture (“drieduizend dollar voor een shirtje is in die kringen heel gewoon”) gretig aftrek. Diana Ross, Mick Jagger, Gladys Knight en Rod Steward bevonden zich onder de cliëntèle.

In 1986 vestigde Amelia George zich in Nederland, om precies te zijn: in Werkendam. Juist toen ze over deze verrassende wending in haar leven zou gaan uitweiden, reed de trein het station van Rotterdam binnen. Haastig maakten we een afspraak in Amsterdam, die mevrouw George - voor de gelegenheid vergezeld door een uitermate zwijgzame heer, die werd voorgesteld als haar business partner - punctueel nakwam.

Inmiddels had zich een nieuwe grote verandering in haar bestaan voltrokken. Tegenwoordig heeft ze de handen vol aan het ontwerpen en vervaardigen van kleding voor de popzangeres Huang Xuo, die al maanden nummer drie staat op de hitparade in de Chinese volksrepubliek. Huang Xuo verkeert op het punt van een mogelijk mondiale doorbraak; alles wijst erop dat ze in dit jaar de Amerikaanse markt zal veroveren.

Daarbij heeft Amelia George diverse andere zaken aan het hoofd. Haar werkdagen nemen om acht uur 's ochtends een aanvang en eindigen zelden vòòr twee uur 's nachts (“en dat zeven dagen per week”), aangezien ze zich tot taak stelt de verkoop van de zogeheten "ionisator' in Nederland te bevorderen. Geloof het of niet, maar dit elektrische apparaat, dat in het Brabantse Hapert in elkaar wordt gezet, tovert de atmosfeer in zelfs het meest bedompte vertrek om tot frisse, gezonde berglucht. Amelia George vindt dat deze grootse uitvinding vooralsnog onvoldoende op haar juiste waarde wordt geschat. Het opsporen van een breed publiek voor de "ionisator' is, kortom, een uitdaging van de eerste orde - en het zal duidelijk zijn dat de vroegere Miss Trinidad dol is op alles wat onder deze noemer kan worden gebracht.

Ze is, zegt ze, pas zevenëntwintig jaar en heeft nu al meer meegemaakt dan menigeen die terugblikt op een werkzaam mensenleven. Ze weet, zegt ze, hoe eenzaam het aan de top kan zijn en hoe diep het dal is waar iemand plotseling in terecht kan komen als alles volkomen op rolletjes lijkt te lopen. Het leven is als een ongepolijste edelsteen: een en al schitterende pracht, maar met onverhoedse harde en scherpe kanten.

Ze leidde destijds in Trinidad het glamourbestaan van succesvol fotomodel, succesvolle mode-ontwerpster en succesvolle aankomende filmster toen ze kennis kreeg aan een alleraardigste Nederlander. Hij stond aan het hoofd van de lokale vestiging van een Nederlandse multinational en ontpopte zich ook in de vrije tijd tot een gewiekste koopman. Het geld stroomde binnen. Hij handelde waar maar in te handelen viel. Zijn importbedrijfje voorzag in alle produkten die Trinidad nodig had. De ondernemende zakenman trad met Amelia George in het huwelijk en het echtpaar betrok een riante villa waar de tropenzon dagelijks naar binnen scheen. Een staf aan huishoudelijk personeel nam banale beslommeringen weg, zoals stofzuigen, afwassen, koken en het onderhoud van de tuin. Twee Amerikaanse sleeën glommen in de garage.

Gedurende een paar jaar leek het leven een sprookje, totdat het prille geluk werd vergald door een onoverwinbaar probleem. De Nederlandse entrepreneur raakte verwikkeld in een slepend gevecht met Koning Alcohol - en verloor. Hij werd ontslagen, raakte ernstig in de versukkeling en uiteindelijk zat er niets anders voor hem op dan de boedel te verkopen en terug te keren naar Nederland. Zijn echtgenote ging natuurlijk mee, maar erg lang hield het huwelijk geen stand. De echtscheiding werd uitgesproken en daar zat Amelia George, op een flatje in de polder. Even overwoog ze zich in de Verenigde Staten te vestigen, maar inmiddels was ze moeder van drie kleine kinderen en ze zag op tegen een tweede "landverhuizing" binnen korte tijd.

Ze besloot in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen. Terug naar Trinidad en New York kon ze tussentijds altijd nog voor een paar weken - en dat bleef ze doen, hoewel het haar na terugkeer in Werkendam steeds duizelt van de vele champagneparty's die ze in korte tijd beroepshalve moest aflopen. Aan gene zijde van de oceaan zijn de bewoners van Glamourland haar nog steeds niet vergeten, maar in Alblasserwaard was ze Miss Nobody.

Twee jaar lang verkeerde ze in een soort midlife-crisis. Er kwam niets uit haar vingers en ze wilde zo graag aan de slag. Als kind van acht jaar al ontplooide ze commerciële activiteiten: ze vulde lege flesjes met reukwater, die ze voor de maximumprijs verkocht. Zaken doen heeft haar altijd in het bloed gezeten en die eigenschap zou ze hier verder ontwikkelen. Zodra ze haar privéleven weer enigszins op orde had (hoewel: ook een tussentijds tweede huwelijk liep al snel op scheiding uit), liet ze zich als mode-ontwerpster registreren bij de Kamer van Koophandel. Ze zocht en vond winkels en particulieren die haar jurken, mantelpakjes en overige kledingstukken wilden afnemen. In Werkendam ontstond een netwerk van dames die belangstelling toonden voor de vruchten van haar huisnijverheid.

Fameus werden de lingerieshows die ze tussen de schuifdeuren in haar woonplaats organiseerde. Aan het einde van de avond werd steeds veel verkocht. Het was leuk, maar vergeleken met de royale transacties die ze enkele jaren eerder met wereldberoemde artiesten had afgesloten, bleef het natuurlijk kruimelwerk. Nederlanders zijn zuinig als het om kleding gaat, ontdekte ze. Mannen gaan in een spijkerbroek en een morsige trui naar kantoor en vrouwen verschijnen in tuinbroek aan het diner. Van exclusieve mode kan een Nederlandse schoorsteen ternauwernood roken - dus begon ze t-shirts uit de Chinese volksrepubliek te importeren. Van haar eerste echtgenoot had ze geleerd hoe je zoiets aanpakt.

Via een ander contact nam ze het ontwerpen van in massa-produktie te vervaardigen vrijetijdskleding en washandjes ter hand. Het spul werd in een textielfabriek in Egypte gemaakt en kwam met containerladingen tegelijk ons land binnen. Maar met de firma die bij de exploitatie van deze goudmijn bemiddelde kreeg ze ruzie over verdeling van de winst, zodat er na een paar maanden een einde kwam aan de samenwerking. En nu zit ze dus in de "ionisator-business', als een van de schaarse vrouwen die dagelijks met een koffer vol elektronica op het vertegenwoordigerspad gaat. Stekker in het stopcontact, druk op de knop en daarna stroomt het vertrek geruisloos vol frisse berglucht.

Misschien schrijft Amelia George over vijfentwintig jaar nog eens een boek over haar afwisselende leven. Een oom van haar was president van Trinidad, maar het ontbrak hem aan voldoende stof om zijn memoires te vullen.