Grove beledigingen en molest overal in Haarlem "normaal'

HAARLEM, 25 JAN. De elftallen gingen met elkaar op de vuist en toen de scheidsrechter zich er mee bemoeide, werd hij neergeslagen. Dat was volgens bestuurslid Jonkman van de KNVB afdeling Haarlem het zwaarste incident van het vorig weekeinde bij een voetbalwedstrijd in zijn regio.

Het aantal misdragingen in en rond Haarlem neemt zorgwekkend toe. Acht recente gevallen van molest van scheidsrechters noemt Jonkman. In de twee weekeinden van 1992 dat er door de amateurs werd gevoetbald, was er beide keren sprake van twee grove incidenten.

“Maar los van die gevallen, gaan we ook verbaal naar een dieptepunt”, zegt Jonkman. “Beledigingen en grove scheldpartijen zijn een algemeen verschijnsel dat zich ook voordoet bij clubs waar je dat niet zou verwachten.”

Op aandringen van de scheidsrechterscommissie en de tuchtcommissie besloot de KNVB in Haarlem de senioren voetbalcompetitie dit weekeinde stil te leggen. Die maatregel lijkt het doel voorbij te schieten omdat het hele voetbalprogramma in verband met de vorst is afgelast.

Jonkman deelt die mening niet. De afgekondigde maatregel heeft landelijk zoveel aandacht getrokken dat er nu al sprake is van een positieve invloed. Als bewijs refereert hij aan een brief van een aantal clubs (ondermeer: ADO '20, DEM, Kennemers) die aankondigen mee te willen denken over preventieve maatregelen. “Maar ook andere reacties duiden erop dat ons signaal is begrepen”, weet Jonkman. “We zijn er gelukkig mee dat we een discussie op gang hebben gebracht.”

Hij doelt erop dat de zaak nu ook landelijke aandacht krijgt binnen de KNVB. Komende donderdag organiseert de amateursectie een bijeenkomst over dit onderwerp met alle afdelingen. Volgens bestuurslid Schotting zijn daarvoor ook de belangenverenigingen van de scheidsrechters en de trainers uitgenodigd. “Bekeken zal worden of de tuchtrechtspraak moet worden aangescherpt, maar belangrijker is nog te kijken naar preventiemogelijkheden”, zegt Schotting.

De landelijke bijeenkomst was voor de afdeling Haarlem een reden de aanvankelijk bedoelde maatregelen te verzachten. In eerste instantie was het de bedoeling het volledige voetbalprogramma twee weekeinden stil te leggen. Dat werd verzacht tot één weekeinde, terwijl de zaalcompetitie en het jeugdvoetbal volledige dispensatie kregen.

Schotting noemt het beeld van incidenten in het amateurvoetbal “sterk wisselend”. Dat maakt het geven van een landelijk beeld nagenoeg onmogelijk. Zo is Haarlem tot voor kort nooit een probleemgebied geweest. In het seizoen 1990/'91 werden in Haarlem 579 tuchtzaken geregistreerd. Dat getal zal aan het eind van het lopende seizoen volgens de verwachtingen ongeveer uitkomen op duizend.

Gerelateerd aan het aantal teams in de regio is dit cijfer minder verontrustend dan in menige andere afdeling. In Haarlem doen er 1200 teams mee aan de voetbalcompetitie. De Leidse bond heeft er bijvoorbeeld 1500, maar kwam in het seizoen 1990/'91 tot 2500 tuchtzaken. En de Amsterdamse voetbalbond kende 1800 zaken op een totaal aantal teams van 2124.

Terug naar het incident in de afdeling Haarlem. Vice-voorzitter Thoolen van de Haarlemse tuchtcommissie noemt het een duidelijke "oproepzaak'. “Je hebt rapporten van de scheidsrechter en beide partijen en als daaruit geen duidelijk beeld van het incident naar voren komt, worden de betrokkenen uitgenodigd voor een mondelinge zitting. In dit geval bleven we zitten met de nodige vragen: Wat was dat voor vechtpartij? Is die scheidsrechter echt neergeslagen? En zo ja, waarom?”

Zestien leden telt de tuchtcommissie van de afdeling Haarlem, die elke woensdagavond bijeenkomt. In "kamers' van drie man, per zaak ingedeeld door de voorzitter, buigen de commissieleden zich over de vergrijpen van het laatste weekeinde. Het aantal varieert per week van 25 tot 40.

Bij eenvoudige zaken wordt de boosdoener uitgenodigd zich schriftelijk te verweren. De eventuele straf wordt vervolgens bepaald aan de hand van landelijke normen. Voor natrappen bijvoorbeeld, staat een schorsing van drie wedstrijden. Thoolen: “Maar we laten wel meewegen of de dader in een reflex heeft gehandeld of zijn tegenstander over het halve veld achterna heeft gezeten.”