Graceland

In zijn commentaar op Paul Simons bezoek aan Zuid-Afrika (NRC Handelsblad, 10 januari) merkt Peter ter Horst op: “Alleen onbekende Oosteuropese artiesten van het tweede garnituur traden tegen hoge vergoedingen in het land op”.

Het tegendeel is waar. Sinds het ogenblik waarop de VN de culturele boycot aanvaardde (1981) hebben vele Westerse sterren er geschitterd onder wie Shirley Bassey, Julio Iglesias, Elton John, Queen, Frank Sinatra en Rod Stewart. Zelfs nadat Queen september 1984 twee weken aaneen in Sun City had opgetreden mocht de band nog geen jaar later aan Band Aid deelnemen. Daarom is het des te opmerkelijker, dat juist Paul Simon tot symbool van de boycotschenners kon uitgroeien. Diens plaatopnames in Zuid-Afrika voor het Graceland-album betekenden een relatief klein "vergrijp' in verhouding tot de megaconcerten die vele collega's er gaven. Simon had echter het "ongeluk', dat de internationale popgemeenschap zich inmiddels bij het verschijnen van de LP (1986) als moreel scherprechter had geprofileerd. Naast honger in Ethiopië (Band Aid) en politieke gevangenen (Amnesty Aid) stond Apartheid opeens hoog op de agenda (Stevie van Zandt's Sun City-project). Simon werd het zwarte schaap en kreeg tijdens zijn wereldtournee van vele zijden heftige kritiek te verduren. Dat hij nu als eerste "the sounds of silence' mag verbreken heeft alles met deze voorgeschiedenis van doen.

Een belangrijk aspect blijft echter altijd onderbelicht. De titel "Graceland' verwijst naar de villa (en vandaag het tastbare symbool) van Elvis Presley, de eerste blanke zanger die met rock 'n roll de tot dan toe gescheiden werelden van zwarte rhythm & blues en blanke country & western samenvoegde. En dat in een Amerika van de jaren vijftig waar Apartheid tot de alledaagse werkelijkheid behoorde. Met de LP Graceland vervult Paul Simon eenzelfde rol als trait d'union: niet op nationale, maar op mondiale schaal als een brug over geheel ander troebel water dan hij zich ooit had kunnen denken.