GODS KOSMOS

The Mind of God. The Scientific Basis for a Rational World door Paul Davies 252 blz., Simon and Schuster 1992, f 50,15 ISBN 0 671 68787 5

Heelal, mens en God. Vragen en gedachten door Willem B. Drees 152 blz., Kok 1991, f 29,50 ISBN 90 242 3138 8

Al duizenden jaren staren mensen op onbewolkte nachten omhoog naar de sterrenhemel, terwijl ze zich afvragen waarom het heelal bestaat. Een wetenschappelijk bevredigend antwoord is nog niet gevonden. De Britse fysicus Stephen Hawking voorspelde echter in 1988 dat het raadsel van de kosmos nog voor de eeuwwisseling zal zijn opgelost. In zijn boek A Brief History of Time schreef hij dat de wetten van de kosmos dan zullen zijn ondergebracht in één alomvattende formule. Met veel bravoure wees hij op de theologische gevolgen van zo'n formule: ””Als we het antwoord (...) vinden, is dat de grootste triomf van het menselijk verstand, want dan zouden we werkelijk de geest van God kennen.''

De Britse fysicus Paul Davies heeft Hawkings uitspraak gebruikt als motto voor zijn nieuwe boek. Ook de titel The Mind of God. The Scientific Basis for a Rational World is eraan ontleend. Davies heeft al talloze boeken over wetenschap en geloof geschreven, waarvan God and the New Physics uit 1984 het bekendste is. Het nieuwste boek, zijn negentiende, was volgens Davies noodzakelijk, omdat zich het afgelopen decennium talloze ontwikkelingen hebben voorgedaan in de wetenschappen, die nieuw licht zouden werpen op het ”waarom' van het universum.

Davies springt met groot gemak via de chaostheorie naar quantumkosmologie, superstrings en computersimulaties van het universum. En passant leidt hij de lezer ook door de geschiedenis van de filosofie en langs de wereldreligies. Verspreiding van wetenschappelijke kennis is echter niet zijn drijfveer. Hij is een gelovige die via de wetenschap antwoorden wil vinden op de ”laatste vragen'.

””Ik behoor,'' schrijft Davies, ””tot een groep van wetenschappers die geen conventioneel geloof onderschrijven, maar toch ontkennen dat het heelal een doelloze toevalligheid is. (...) Dat wil niet zeggen dat wij het doel zijn waarvoor het heelal bestaat. Ik geloof echter dat wij menselijke wezens op een hele fundamentele manier in het schema der dingen zijn ingebouwd.''

Het blijft evenwel bij ”geloven', want de moderne opvattingen uit natuurkunde en kosmologie blijken geen antwoord te kunnen geven op de laatste vragen, zoals Davies nota bene zelf aantoont.

De theoloog en fysicus Willem B. Drees is een gelovige van een heel ander kaliber. De titel van zijn boek Heelal, mens en God. Vragen en gedachten doet al vermoeden dat hij het antwoord op het kosmisch raadsel niet heeft. In zijn voorwoord zegt hij vooral te hebben gezocht ””naar mogelijke betekenissen van het woord God. De vraag naar het bestaan van God kan pas duidelijk gesteld worden als we duidelijk maken wat bedoeld wordt.'' Evenals Davies baant Drees zich daartoe een weg door de laatste wetenschappelijke theorieën, waarbij hij menig fysicus die al te boude uitspraken doet zijn plaats wijst.

Drees (een kleinzoon van ”Vader' Drees) wil zich verre houden van iedere speculatie. Hij ziet niets in pogingen heilige teksten te verbinden met moderne fysica, om zo via de achterdeur een bijbelse ”waarheid' binnen te halen. Hij probeert geen moment, zoals Davies, een speciaal plekje voor de mens in te ruimen.

Deze visie is uiteraard mijlenver verwijderd van het traditionele theologische mensbeeld. En naarmate Drees' betoog vordert, raakt ook zijn godsbegrip steeds meer onttakeld. God is in zijn ogen geen ””man met een lange baard boven op een wolk'' maar een ethisch richtsnoer dat hij alleen maar kan aangeven met een metafoor. ””Misschien is de godsgedachte wel als een punt op de horizon. Zo'n punt op de horizon, zeg een kerktoren, is van grote waarde als oriëntatie. Maar als je er bent, blijkt daar niet de grens te zijn; God is ons altijd weer vooruit.''

Drees wil zichzelf overigens niet buiten de christelijke traditie plaatsen. De theologische worsteling met de wetenschap beschrijft Drees in een aantal eigenaardige hoofdstukken, die op niet-theologen af en toe een komische indruk zullen maken. Een voorbeeld hiervan is een recente poging van de theoloog Theissen om de komst van Jezus Christus te beschrijven aan de hand van begrippen uit de evolutietheorie. Jezus is bij Thijssen niet langer het resultaat van goddelijke openbaring, maar een ””mutatie'' in de cultuurgeschiedenis.

De boeken van Davies en Drees maken duidelijk dat de (astro-)fysici niet dichter bij het antwoord op het kosmisch raadsel zijn gekomen. Ze hebben dat raadsel alleen teruggeplaatst naar 10 miljard jaar geleden, toen de oerknal zou hebben plaatsgevonden. De oerknal-theorie gaat echter alleen over de periode ná de oerknal. Wat er gebeurde op het moment van de oerknal zelf valt buiten haar bereik.