Franse jagers tegen een gepasteuriseerd Europa

Op 22 maart worden in Frankrijk regionale verkiezingen gehouden. In de regio Aquitaine, vijf departementen in het zuidwesten van Frankrijk, rekent een nieuwe politieke groepering op ongeveer 15 procent van de stemmen. "Chasse, Pêche, Nature et Traditions' (CPNT) is de politieke formatie van de 200.000 jagers die Aquitaine officieel telt. Nergens zijn de traditionele politieke partijen zo bang voor de jagers als in het departement Gironde. Daar speelt zich jaarlijks een slachtpartij af onder tortelduiven - een in Frankrijk en elders heftig omstreden en illegale praktijk, die elk jaar tot botsingen en demonstraties leidt.

De jacht passioneert in het zuidwesten van Frankrijk voor- en tegenstanders in gelijke mate, zoals overal elders. Maar de Gironde heeft iets eigenaardigs dat geen enkel ander departement in Frankrijk kent en dat de politieke strijd hier interessant maakt: de "Vrijstaat Médoc' waar elk voorjaar vele tienduizenden tourterelles de bois (tortelduiven) worden afgeschoten. De Franse staat ziet deze slachting, die in strijd is met de Europese richtlijnen, machteloos aan. De gendarmes worden alleen ingezet ter bescherming van vogelbeschermers, media-sterren uit Parijs en andere demonstranten die elk voorjaar ter plaatse komen protesteren tegen de slachting.

""Wij zullen nooit accepteren dat de Brusselse technocratie ons met betrekking tot natuurbescherming een Angelsaksisch Diktat oplegt'', zegt Jean Seinlary, lijsttrekker in de Gironde van Chasse, Pêche, Nature et Traditions (Jacht, visserij, natuur en tradities). Seinlary, een vriendelijke gepensioneerde industrieel, is president van de 71.000 leden tellende federatie van jagers in de Gironde. Hij is echter nauwelijks een politicus en is zich niet bewust van het komische effect van de combinatie van de termen Angelsaksisch en Diktat. In zijn kamer in het federatiebureau zegt hij: ""De Europese richtlijn uit 1979 over vogelbescherming, die de jacht op trekvogels in het broedseizoen verbiedt, voegt niets toe aan het beheer van de soorten. Ziet u, in het zuiden van Europa hebben wij een andere opvatting over de natuur en de natuurbescherming. Wij kennen het stierengevecht, de foie gras en de jacht op trekvogels. Dat is de cultuur van het platteland, die we nooit zullen opgeven. Wat wij afwijzen is de jacht die is voorbehouden aan gefortuneerden, zoals in Noord-Europa. De jacht is hier, in de Gironde en Aquitaine, een zaak van gewone mensen.''

Jean Seinlary erkent dat het woord "Angelsaksisch' misschien wel verkeerd gekozen is. Bij nader inzien vindt hij het woord "ayatollahs' beter voor die Brusselse bureaucraten. Het typeert ook de Franse Groenen, die volgens hem een idyllische wereld beloven, maar in feite alleen mooie woorden te bieden hebben. ""Wij jagers'', zegt Seinlary, ""voelen ons ook verantwoordelijk voor het beheer van de wildstand. Zo zorgen wij ervoor dat tweeduizend hectare vochtige gronden in de Aquitaine als natuurgebied behouden blijft.''

Voor Michel Duchêne, een "Groene' wethouder van de stad Bordeaux en daarmee tevens een bijna natuurlijke politieke tegenstander van de CPNT, raakt deze hoge morele opvatting van natuurbeheer ""aan de grens van het verstandelijke''. Duchêne: ""De jagers verdedigen die vochtige gebieden alleen maar omdat ze wilde eenden willen schieten.''

Traditie

De tortelduivenjacht in de Médoc berust op een oude traditie. In 1844 werd deze jacht bij wet toegestaan. De toenmalige minister van justitie Martin meende dat het ""onpolitiek en onrechtvaardig'' zou zijn om geen rekening te houden met bestaande gewoontes en gebruiken. De tortelduiven keren na de overwintering in de Sahel en Marokko in mei terug naar hun broedplaatsen in het noorden van Europa. Ze volgen de Atlantische kustlijn van Aquitaine en maken de oversteek over het estuarium van de Gironde vanaf de "pointe de Grave', de noordelijkste punt van de Médoc, de beroemde wijnbouwstreek westelijk van de Gironde.

Twee- tot drieduizend jagers uit de Médoc, en duizenden anderen uit nabijgelegen landstreken, wachten de magere dieren op die nauwelijks meer dan een ons wegen. De EG-vogelrichtlijn verbiedt uitdrukkelijk de jacht op trekvogels in het broedseizoen, maar voor Seinlary is dat een voorbeeld van "intolerante ecologie'. Hij spreekt van ""een streven naar hegemonie dat de culturele tradities van het platteland negeert''.

Destijds werden de vogels gevangen met grote netten ("pantes'), waarna ze in kooien werden gehouden om wat aan te dikken (de tortels waren een geliefd gerecht, die naar men zegt een beetje naar ortolaan smaken). Die traditie ging verloren door de uitvinding van het geweer, of liever de lage prijs daarvan, en door de mobiliteit die de auto verschaft - heel de Médoc jaagt nu op de tortels tijdens hun reis naar de nestplaatsen in het noorden van Europa.

Op de Pointe de Grave en langs de kust, in 44 gemeenten, staan nu zo'n kleine tweeduizend pylones - schietplatforms van waaraf de jagers de vogels bij tienduizenden neerhalen. De platforms zijn soms enkele meters, soms wel twintig meter hoog en staan vaak listig tussen de bomen verborgen.

""De tortelduiven worden nog wel gegeten'', erkent Michel Duchêne, wethouder van Bordeaux, ""maar veel vet zit er niet aan.'' Vaak laten de jagers de dode dieren maar op de grond liggen. Voor hen is dit vogelschieten in de eerste plaats een gezellig feest - ohne Weib, en uiteraard ook ohne Gesang, maar wel met wijn en lekker eten. De jacht is volgens de regels van de jagersfederatie Gironde alleen toegestaan tussen zeven uur 's morgens en lunchtijd, één uur 's middags - een beperking die de federatie met weinig moeite invoerde.

Strijd

De guerrilla tussen de jagers in de Médoc en de autoriteiten duurt nu ruim twintig jaar. Deze strijd begon in 1969 nadat de toenmalige minister van landbouw, Robert Boulin, zelf afkomstig uit het departement Gironde, de torteljacht in het broedseizoen verbood. Met dit verbod ging het zoals met alle andere verboden die zouden volgen - onder dreiging van een plaatselijk oproer keken de autoriteiten, zich beroepend op de raison d'état, de kant op waar niets te zien was. Nadat in 1982 de Franse nationale wetgeving was aangepast aan de Europese vogelrichtlijn, kwam milieu-minister Michel Crepeau met een elastische oplossing: beperking van de jacht tot de periode van 1 tot 23 mei, een regeling die ook nu nog van kracht is.

De strijd begon pas goed nadat de Franse Raad van State het juridische geknutsel van achtereenvolgende ministers in 1985 verwierp en de tortelduivenjacht definitief onwettig verklaarde. De jagersfederatie Gironde verklaarde prompt zich aan de regels uit 1982 te zullen houden onder het motto: ""We hebben altijd gejaagd, we blijven jagen en niemand moet ons lastig vallen.'' De lokale autoriteiten, gendarmes incluis, begrepen dit parool maar al te goed, maar elders in Frankrijk groeide het verzet. Brigitte Bardot, beschermster van alle dieren, ging sindsdien elk jaar op 1 mei naar de Pointe de Grave om te demonstreren, net als allerlei tv-sterren, biologen en vogelbeschermers.

De jagers, het geweer in de hand, reageerden met geweld. In 1985 ontsnapte Brigitte Bardot aan een bomaanslag, drie jaar later ging een gebouwtje van ornithologen in vlammen op.

De "Parisiens', voor wie Médoc vooral iets is wat je drinkt, zijn ter plaatse niet geliefd. ""Ze willen hun eigen Vietnam. Ze komen hier om gewond te worden en om hun wonden mee naar Parijs te kunnen nemen'', luidt een veel geciteerde uitspraak van burgemeester Jacques Noël van de gemeente Saint-Vivien. Voor wethouder Jean Duchêne van Bordeaux vormen de jagers vooral een sociaal probleem: ""Ze verdedigen een wereld die verdwijnt. Ze verzetten zich tegen verstedelijking en de uittocht van de jeugd die het platteland ontvlucht. Maar ze zijn agressief en gevaarlijk, vooral als alcohol in het spel is. Menige familieruzie wordt hier met het geweer beslecht.''

De Médoc en de Haute-Médoc, waar beroemde wijnen als Chateau Margaux vandaan komen, is een soort hillbilly-land: rommelige tuinen tussen de wijngaarden, stapels brandhout, groentetuinen, oude auto's en het geweer in een hoek van de keuken. De werkloosheid is er hoog, toerisme is naast wijnbouw de belangrijkste bron van inkomsten. Maar voor de bevolking blijven ""de wortels van het verleden ook die van de toekomst'', zoals het motto luidt van het "witboek' dat de CPNT het licht deed zien.

In 1989 nam de CPNT voor het eerst als politieke formatie deel aan de verkiezingen, die voor het Europese Parlement. De kersverse partij behaalde in Aquitaine ruim 14 procent van de stemmen. In sommige gemeenten van de Médoc stemde zelfs 75 procent van de kiezers voor de politieke jagersclub, een uniek verschijnsel in Frankrijk.

Om politieke redenen deinzen de ministers in Parijs, prefecten en andere lokale autoriteiten in de Franse zuidwesthoek terug voor maatregelen om een einde te maken aan de jacht op tortelduiven. De traditionele politieke partijen, links èn rechts, zijn bang voor de CPNT die bij de eerstvolgende verkiezingen, op 22 maart, vijftien procent van de stemmen hoopt te krijgen. ""Dat zou een ramp zijn'', zegt wethouder Duchêne, wiens "Groenen' rekenen op zes procent van de stemmen. Nog eens zes procent gaat waarschijnlijk naar de concurrerende "Génération Écologie' van minister van milieubeheer Brice Lalonde, die de "groene' beweging Génération Écologie vertegenwoordigt in de socialistische regering van premier Edith Cresson. Wethouder Duchêne typeert deze partij als ""de door Mitterrand opgerichte bezemwagen voor mensen die de traditionele partijen verlaten''.

Jagersgroen

Gemiddeld zal in de Aquitaine één op de vier stemmen dus "groen' uitvallen: ecologisch groen of jagersgroen. Gegeven dit vooruitzicht meent menig politicus uit de gewone "classe politique' er goed aan te doen bij de jagers aan te schuiven. De CPNT reageerde daarop gevat met een "rechtse' lijst in het rechtse Gironde en met een meer "linkse' lijst in het wat linkser georiënteerde aangrenzende departement Lot-et-Garonne - met 200.000 leden vormen de jagersfederaties in de Aquitaine nu eenmaal een rijk reservoir.

De socialist Philippe Madrelle, president van de "Conseil-général' van de regio en tevens senator, behoort tot de lokale politieke grootheden die weten hoe ze met de jagers om moeten gaan. Op de in april vorig jaar gehouden jaarvergadering van de jagersfederatie-Gironde van Jean Seinlary, hield Madrelle zijn gehoor voor dat hij zich verzet tegen een ""gepasteuriseerd, kleurloos, reukloos en smakeloos Europa''. De oproep tot verantwoordelijkheid ""bij het gevecht voor het behoud van uw tradities'', deed de socialistische leidsman vergezeld gaan van een waarschuwing: ""U riskeert te worden geconfronteerd met de provocaties van enkele Parijse schone geesten die onder het oog van de camera's hun maagdelijke borst komen presenteren tegenover uw veronderstelde "sauvagerie' om voor zichzelf hun eigen Koeweit te scheppen. Geef niet toe. De waardigheid eindigt altijd met zelfbevestiging.''

In Aquitaine zijn de gemoederen over de vogeljacht niet alleen aan de vooravond van de komst van de Parijse "schone geesten' snel verhit. Afgelopen herfst zetten de vrienden van de tortels in Bordeaux en omgeving opnieuw menig gemoed in vlam toen ze een boycot tegen Bordeaux-wijnen afkondigden. De actie "Boycot Gironde' was opgezet door de Europese federatie voor de natuur en de dieren (zetelend in Genève), de Koninklijke Belgische liga voor vogelbescherming, een Hamburgs "Comité tegen de moord op vogels' en twee Franse natuur- en dierenbeschermingsorganisaties. Na enkele rechtszaken trokken de Fransen zich terug en stierf de boycot een onopgemerkte dood. ""Terecht'', zegt wethouder Duchêne, ""want wat heeft wijn nu met de jacht te maken?''

Senator Madrelle rekende meteen gespierd af met de "Vereniging van tegenstanders van de jacht' (het ROC), afdeling Gironde. De uitnodiging aan de ROC om zitting te nemen in het "Departementale comité voor het milieu' trok hij in, nadat gebleken was dat ook de ROC zich met de wijnboycot had geassocieerd. Madrelle stelde in een brief aan de ROC vast dat er sprake was van ""excessief, om niet te zeggen extremistisch gedrag van een manicheïstische organisatie die vreemd is aan de hoogste belangen van de Girondijnse collectiviteit''.

Deze en andere ""bespottelijke reacties'' (Duchêne) verhinderen niet dat CPNT-president Seinlary meent dat de traditionele partijen hun kiezers teleurstellen: ""Zodra onze afgevaardigden in Parijs zijn, zijn ze ons vergeten'', een klacht die men zeer vaak hoort in ruraal Frankrijk.

Tellingen

Ook de jagers vergeten wat hun niet goed uitkomt. In het geschrift Waarheden en contra-waarheden over de tortelduivenjacht beroept de jagersfederatie Gironde zich op tellingen van neergehaalde tortels die jagers vanaf hun schietplatforms in de Médoc "vrijwillig' hebben uitgevoerd. Dit ten bewijze van hun goede wil als natuurbeheerders. Het overzicht is echter niet volledig: het tellen begon in 1984 (36.500 vogels) en eindigt in 1986 (25.900). De reden voor het ontbreken van recente gegevens is eenvoudig: de jagers staakten het tellen omdat het aantal duiven op doortocht naar Europa, van jaar tot jaar dramatisch afnam.

De Franse vogelbeschermers beschikken trouwens evenmin over betrouwbare cijfers over het lot van de migrerende tortels die de Médoc passeren. Zij telden ooit, in de ochtend van 6 mei 1989, "tienduizend geweersalvo's', maar dat getal is ook te mooi om waar te zijn. Maar statistieken over dode vogels hebben nooit een oplossing voor de torteljacht naderbij gebracht waarmee de Médoc kan leven, net zo min als politieke debatten of demonstraties. Wethouder Duchêne heeft maar één ander cijfer dat troost biedt: ""Elk jaar worden vijf à tien procent minder jachtvergunningen gegeven. Over zeven of acht jaar is het met de jacht op de tortelduiven afgelopen.''

In zijn bureau in het Hôtel de Ville van Bordeaux is de toekomst al begonnen: een affiche aan de muur waarschuwt tegen de gevaren van drijfgassen in spuitbussen.

Foto: "Schietplatform' bij Pointe de Grave