Fight for Life door onderlinge twisten verscheurd; Geschorste directeur aids-kliniek zet strijd tegen personeel voort

AMSTERDAM, 25 JAN. Het afsluiten van een telefoonlijn, het achterhouden van geneesmiddelen en een vertraging in een onderzoeksproject tegen de ziekte aids vormen het decor waartegen de afgelopen twee maanden een ruzie escaleerde binnen de Stichting Fight for Live (FFL). Eerder deze week bepaalde een Amsterdamse rechter dat W. Kamp als voorzitter van de stichting de komende maanden geschorst is. In maart zal de rechtbank zich opnieuw buigen over de bestuurscrisis binnen FFL, de organisatie die aidspatiënten behandelt met experimentele medicijnen.

Over de hoofden van de 200 patiënten wordt sinds vorig jaar november een verbeten macht strijd gevoerd om de vorig jaar opgerichte kliniek. Oprichter/ voorzitter Kamp kreeg het daarbij niet alleen aan de stok met alle overige medewerkers van FFL. Ook de HIV-vereniging (een belangenorganisatie van seropositieven), de regionaal geneeskundig inspecteur en het aids-onderzoekscentrum van het Academisch Medisch Centrum (AMC) menen dat Kamp verantwoordelijk is voor de onwerkbare situatie die bij de aidskliniek van FFL dreigde te ontstaan. Kamp op zijn beurt beschuldigt de bij de FFL-kliniek aangesloten artsen van gebrekkige onderzoeksresultaten en van een poging hem beentje te lichten.

FFL werd in oktober 1990 op initiatief van Kamp opgericht uit onvrede met de bestaande therapieën voor aids-patiënten en de terughoudendheid waarmee nieuwe middelen worden geïntroduceerd. De stichting stelt zich tot doel onder toezicht van een aantal artsen de werking van alternatieve therapieën te onderzoeken waarvan een mogelijke werking tegen het aids-virus uitgaat.

Op deze manier zijn onder meer de middelen Compound Q, Kemron, Levamisol en ddC beproefd. Met de voorziening van deze niet geregistreerde medicijnen, die niet zelden op spectaculaire wijze Nederland werden binnengesmokkeld, balanceerde FFL op de grenzen van wat wettelijk en medisch toelaatbaar is. Een aanpak die aansloeg: de in maart vorig jaar ingerichte kliniek wist in korte tijd uit te groeien tot de grootste aids-praktijk in Nederland buiten de ziekenhuizen.

Behalve grote belangstelling van patiënten oogstte de militante aanpak van FFL kritiek aan het front van de gevestigde medici, maar ook bij de HIV-vereniging waar men bezwaar maakte tegen de verwachtingen die van sommige middelen werden gewekt. Zo is de werking van de middelen Kemron en Compound Q inmiddels zeer twijfelachtig gebleken, terwijl ook van het met enige tamtam aangekondigde Levamisol weinig meer is vernomen.

Afgezien van de aanvaringen met de reguliere geneeskunde liepen ook binnen de kliniek aan de Amsterdamse Vijzelstraat de spanningen op. Daarbij ging het vooral om de bemoeienissen van stichtingsvoorzitter Kamp, voormalig eigenaar van een uitzendbureau en naar eigen zeggen sinds tien “full time activist” in de homobeweging.

De energieke, maar eigenzinnige Kamp - “de Pietje Bel van het aidsfront” - kwam in toenemende mate in aanvaring met de artsen die vrijwillig in de FFL-kliniek werkten. De bestuursvoorzitter gedroeg zich als “een ongericht projectiel”, zo menen zijn critici. “Kamp runde de stichting als een eenmanszaak”, stelt mede-bestuurslid J. van Dorp. Volgens de twee artsen die aan de kliniek zijn verbonden veroorzaakte het gebrekkig overleg met Kamp in de loop van het afgelopen jaar steeds grotere spanningen. De bestuursvoorzitter zou ondermeer op eigen houtje naar buiten zijn getreden met nieuwe, naar zijn mening veelbelovende therapieën. Kamp meent echter dat zijn bemoeienissen met de dagelijkse gang van zaken geheel in overeenstemming waren met de omvang van FFL. “Ik was kapitein op een roeiboot”, aldus de geschorste bestuursvoorzitter, die op zijn beurt kritiek heeft op de manier waarop de part-time artsen de onderzoeksresultaten vastlegden.

De zaak kwam eind vorig jaar tot een uitbarsting met de komst van de Haagse zakenman M. van Zanten. Van Zanten, een kennis van Kamp, had zijn diensten aangeboden aan FFL. Als bemiddelaar met een adviserende rol, zo meent Kamp stellig. Als interim-manager die de zakelijke leiding van de kliniek op zich zou nemen, stellen de overige FFL-medewerkers en bestuurslid Van Dorp.

Van Zanten trof naar eigen zeggen een bestuurlijke chaos aan. De vereiste financiële verslaglegging ontbrak en er bleek een onverklaarbaar tekort van 1,5 ton. Vereiste afdracht van premies en loonbelasting bleek niet te hebben plaatsgehad, een huisregelement ontbrak, evenals een duidelijk organisatie-schema en een adequaat beheersingssysteem voor de voorraden geneesmiddelen.

Het conflict kreeg een steeds grimmiger karakter. In een kort geding eind november werd Kamp op straffe van een dwangsom bevolen zich niet meer met de dagelijkse gang van zaken in de kliniek te bemoeien. Niettemin trad de bestuursvoorzitter in overleg met de Belgische leverancier van ddC, de aidsremmer die via FFL wordt verstrekt. “Mijn advocaat heeft de leverancier verzocht niet meer te leveren dan op basis van de wekelijkse omzet aan ddC nodig was”, erkent Kamp.

Een actie die volgens hem vooral voortkwam uit de zorg over de zakelijke betrouwbaarheid van de nieuwe interim-manager. Niet alleen is Van Zantens adviesbureau voor grondverwerving niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, volgens Kamp zit Van Zanten “tot over zijn oren” in de belasting schulden.

Van Zanten ontkent een dergelijke belastingschuld. Hij wijst er op dat na het kort geding op onverklaarbare wijze enkele potten met ddC uit de kliniek waren verdwenen. Kamp ontkent er mee vandoor te zijn gegaan. Wel wist de bestuursvoorzitter beslag te leggen op een harde schijf uit de belangrijkste computer van de kliniek, waardoor volgens zijn tegenstanders de privacy van de patiënten-gegevens niet langer gewaarborgd was. Ook liet Kamp een telefoonlijn van de kliniek afsluiten die nog op zijn naam stond.

Hoewel de zorg voor de patiënten niet direct in gevaar kwam, misten de strubbelingen hun uitwerking niet op de projecten die FFL op stapel had staan. Daartoe behoorde een onderzoek dat gezamenlijk zou worden uitgevoerd met het aan het AMC verbonden onderzoekscentrum Natec naar een gecombineerde therapie met de aids-remmers AZT en ddC. Onder druk van de gebeurtenissen besloot het Natec het onderzoek, waarover onder meer bij de HIV-vereniging hoge verwachtingen bestaan, enige tijd uit te stellen.

Een nog te starten onderzoek met het nieuwe middel Compound R, dat overigens door de betrokkenen wisselend wordt beoordeeld, is eveneens vertraagd. Bestuursvoorzitter Kamp beschikt als enige over een voorraad van circa 100 ampullen en weigert het middel aan de kliniek te verstrekken. Kamp: “Dit is een veelbelovend middel. Ik wil niet dat het onder de huidige omstandigheden in de handen komt van de kliniek. Bovendien hebben ze mij er niet om gevraagd.”

Geneeskundig inspecteur dr. P. Lens heeft de ontwikkelingen rond de aids-kliniek in de afgelopen maanden met lede ogen aangezien. De bestuurscrisis komt op een moment dat de inspectie - die weinig wettelijke instrumenten heeft om de kliniek aan te pakken - FFL tracht om te vormen tot een meer reguliere organisatie.

Hij heeft, evenals het onderzoekscentrum Natec, aangedrongen op een professionelere aanpak, het doorvoeren van een hechtere organisatie van FFL en het op non-aktief zetten van Kamp. “Het is een onfrisse zaak. Kamp heeft een uitstekende rol gespeeld bij het stichten van de kliniek. Ik wou dat hij de wijsheid had zichzelf nu uit de organisatie terug te trekken.”

Alle weerstand ten spijt denkt de geschorste bestuursvoorzitter er echter niet aan de strijd op te geven. “Tot op de dag van vandaag is het altijd vechten voor Fight for Live geweest. Helaas nauwelijks voor de zaak zelf, maar meer voor de eigen organisatie”, concludeert Kamp.