Doe-het-zelf

Soms moet je er even uit, maar dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Een buitenlander die in Indonesië woont en - bijvoorbeeld - even op en neer wil naar Singapore, heeft een in- en uitreisvisum nodig. Verblijfsvergunningen zijn doorgaans een jaar geldig, in- en uitreisvisa maar zes maanden. Als uw uitreisvisum is verstreken, wordt u op het vliegveld tegengehouden door onverbiddellijke immigratieambtenaren. U mag dan voor de duur van uw verblijfsvergunning binnen blijven, maar u mag er niet uit.

Ik moest even weg en ontdekte nogal laat dat de vervaldatum van mijn uitreisvisum was verstreken. In het verleden liet ik het papier- en stempelwerk bij gebrek aan ervaring over aan een agen, een klusjesman van een persbureau. Hij kreeg daarvoor ruim de tijd en een al even ruim bemiddelingsloon. Maar de tijd drong en ik trok zelf de stoute schoenen aan. De Nederlandse vice-consul schreef een briefje aan het hoofd van de Immigratiedienst en daarmee toog ik naar diens hoofdkwartier.

De ervaring leert dat ambtelijke molens 's morgens sneller draaien dan na elven, dus ik verscheen bijtijds. Indonesische overheidsgebouwen zijn van buiten helder en van binnen vaal. Het kaki van het ambtelijke diensttenue is een perfecte schutkleur. Het harmonieert wonderwel met het ouwehands meubilair: tafels en kasten met bruin fineer dat loslaat als gevolg van de vochtige tropenwarmte. Hoofden van dienst zetelen in airconditioned kamertjes, lagere goden moeten het stellen met jengelende ventilators.

Wachtend voor de lift en wandelend door de gangen, word ik aangesproken door vriendelijke overheidsdienaren die informeren of ze "misschien kunnen helpen'. Hulp is er alom. Op bankjes doen burgers op gedempte toon zaken met bevriende ambtenaren. Door een deuropening zie ik een commies een schouderklopje geven aan een buitenlander. Ik vang op: ""Als het bedrag voor u geen probleem is, kan ik u aanstaande maandag helpen.''

Het hoofd van de Immigratiedienst is een charmante Soendanees, die me een kopje thee aanbiedt, de brief aandachtig doorleest en me vervolgens geduldig uitlegt dat ik aan het verkeerde adres ben: ""In- en uitreisvisa worden verstrekt door de districtskantoren van Immigratie die ook de verblijfsvergunningen uitschrijven. In uw geval is dat Jakarta-Centrum.''

Er gaat mij een licht op. Dat moet dezelfde gribus zijn waar ik me destijds - toen de agen mijn eerste verblijfsvergunning regelde - moest vervoegen om mijn vingerafdrukken te zetten. Wat heet. Toen de afdrukken van alle tien vingers en van beide handen eindelijk op papier stonden, zat ik onder de inkt. De aangereikte rol WC-papier kon daar weinig meer aan doen. Voor verlenging van mijn in- en uitreisvisum moet ik dus terug naar het immigratiekantoor Jakarta-Centrum. ""Weest u daar een beetje voorzichtig'', waarschuwt mijn gastheer bij de deur, ""meldt u zich rechtstreeks bij het hoofd van dienst''.

Het gebouw staat in hartje Menteng, ooit vanwege zijn rust en lommer de favoriete woonwijk van hooggeplaatste Hollanders. Inmiddels zijn de lanen er geasfalteerd en is de rust rond de oude villa's vergaan. Voor de ingang krioelt het van de calo (bemiddelaars), die staatsvrezende burgers hun diensten aanbieden. Maar ik ben gewaarschuwd en ik steven rechtstreeks af op de donkerbruine deur met opschrift "diensthoofd'.

Het tweede briefje van de vice-consul doet wonderen, ik klim onder begeleiding van een man-in-kaki naar de eerste verdieping, waar ik een uurtje moet wachten. Opnieuw bankjes met discrete transacties. Ik bestudeer de vele bordjes in de hal: "Het apparaat van immigratie accepteert geen vergoedingen voor bewezen diensten', "Regelt u vooral zelf uw documenten'.

Als ik enkele dagen later mijn uitreisvisum aan de immigratie-ambtenaar van de luchthaven laat zien, vraagt hij indringend: ""Waar is uw verblijfsvergunning?'' Ik overhandig hem een kopie; het origineel bewaar ik als een schat in mijn bureaulade. ""Dat kan zo niet, dit is maar een kopie.'' Ik informeer belangstellend of er sinds hedenmorgen soms een nieuw voorschrift van kracht is. De beambte kijkt me onderzoekend aan en zegt dan op vertrouwelijke toon: ""Ik zal u helpen.'' Hij zet een laatste stempel en gebaart in de richting van de vertrekhal.