De deelraad-coup

Amsterdam was in rep en roer. In een week tijd waren Burgemeester en Wethouders zeker zes keer in de nucleaire bunker onder het stadhuis in geheime zitting bijeengekomen. Volgens goed ingelichte bronnen hadden politie en ME rondom de hoofdstad strategische posities ingenomen.

Wat was er aan de hand? Het enfant terrible van de Partij van de Arbeid, Jan Schaefer, had besloten mee te doen aan de deelraadverkiezingen voor de Amsterdamse binnenstad. Dat was nog tot daar aan toe, want B en W hadden de afgelopen jaren juist geprobeerd de hoofdstedelijke democratie te verbeteren en de invloed van de burger te vergroten. Zestien deelraden waren er al. En deze laatste, in het centrum, zou de kroon op het werk zijn.

Maar het probleem was dat Schaefer maar één programmapunt had: opheffing van diezelfde deelraad. Kortom: met democratische middelen aan de macht komen om de democratie vervolgens om zeep te helpen!

En wie garandeerde dat Schaefer niet na een mogelijk eclatante verkiezingsoverwinning zou besluiten de deelraad op te heffen om vervolgens als alleenheerser die prachtige binnenstad te bestieren? “Wat moeten we met die ... die ... die imam van rebelse socialisten?” had burgemeester Ed van Thijn op een van die geheime vergaderingen vertwijfeld uitgeroepen.

De inwoners van het centrum waren, in tegenstelling tot de gevestigde partijen, zeer tevreden. Eindelijk iemand die het volk serieus nam en de bestuurlijke chaos aan het Waterlooplein ter discussie durfde te stellen.

Door alle consternatie was het geen grote verrassing toen Van Thijn, vijf dagen voor de verkiezing, op de lokale televisie een toespraak hield en zijn ontslag bekendmaakte.

In de media barstte de discussie los: wie zat hier achter? Had de hoofdstedelijke afdeling van de Partij van de Arbeid hier de hand in? Of had, gezien de onmiddellijk verhoogde politie-concentraties bij stadhuis en De Rode Hoed, het ambitieuze gereformeerd-progressieve duo Klaas Wilting-Erik Nordholt zijn kans schoon gezien?

Amsterdam verkeerde een dag lang in een machtsvacuüm. Op straat bleef het rustig. De bevolking ging naar het werk en deed boodschappen.

Toen werd bekend dat de macht formeel was overgenomen door een Hoge Veiligheidsraad, waarin politie en enkele bestuurders waren vertegenwoordigd. De verkiezingen werden formeel opgeschort.

De noodtoestand werd vooralsnog niet uitgeroepen. Waarnemers hadden aanvankelijk verwacht dat dit vóór vrijdag zou gebeuren, want dan stond een grote bijeenkomst van de Rebelse Socialisten in de Rode Hoed op stapel. Het was niet uitgesloten dat voorganger Van der Louw daar op zou roepen tot verzet tegen de nieuwe machthebbers.

Dagen passeerden en eigenlijk gebeurde er niet veel. De nieuwe machthebbers hadden inmiddels besloten dat er een leider moest komen die geen banden had met de corrupte socialistische kliek die Amsterdam de afgelopen jaren had bestuurd. Een soort onafhankelijke messias.

Het was een paar dagen later dat Hij kwam. Om precies te zijn, zij kwamen: Felix Rottenberg en Ruud Vreeman. Het tweekoppige leiderschap vormde een netwerk van mensen om zich heen die bereid waren zich in te zetten voor 's hoofdstads heil.

Voor veel Amsterdammers waren Felix & Ruud echter onbekenden. De hoofdzakelijk jonge bevolking had zelfs nog nooit van De Balie of de Vervoersbond gehoord. Laat staan dat zij wisten dat het duo ooit in een dolle bui had geprobeerd het landelijk voorzitterschap van de Partij van de Arbeid op zich te nemen.

De stemming was dan ook gedempt, toen het nieuwe bewind z'n werk opvatte. Maar Rottenberg en Vreeman waren er voorlopig in geslaagd "de rust in de tent' te herstellen, zoals een oude, in ballingschap levende, socialist het noemde. Wie de kranten uit die tijd er echter op naleest ziet dat journalisten en commentatoren minder tevreden waren. “Amsterdam terug bij af”, luidde een kop in de ene krant. “Democratisch proces gesmoord”, schreef de ander. En als hoogtepunt natuurlijk die streamer op de voorpagina van een landelijk dagblad met veel historisch besef: "Algiers aan de Amstel'. De tijd heeft uitgewezen wie er gelijk had.