“Claim Goldreyer is absurd en buiten proportie'

AMSTERDAM, 25 JAN. “Absurd en buiten alle proporties”, noemde de Amsterdamse kunsthistoricus prof.dr. E. van de Wetering gisteravond de schadevergoeding van 25 miljoen dollar die de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer van hem eist.

“Het is typisch Amerikaans. In Nederland krijg je zo'n claim er nooit door. Geen Nederlandse advocaat leent zich voor zoiets. Maar ik heb al maanden het vermoeden dat dit aan zat te komen en dat hij die waanzinnige Amerikaanse machinerie van schadeclaims in werking zou zetten. Ik maak me geen al te grote zorgen en zal eerst eens te rade gaan bij juristen. Maar een vervelende consequentie kan zijn dat ik straks niet meer naar Amerika kan zonder door de douane in mijn kraag te worden gegrepen”.

Het is nog niet duidelijk hoe Goldreyer tot de keuze van zijn slachtoffers is gekomen. Hij noch zijn advocaat wilde commentaar leveren. Van de Wetering was een van de eersten die de restauratiemethode van Goldreyer publiekelijk aan de kaak stelde. Hij constateerde, toen hij vorig jaar augustus het gerestaureerde schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III van de Amerikaanse kunstenaar Barnett Newman van dichtbij mocht bekijken, dat het met een verfroller was overgeschilderd. Goldreyer heeft dat steeds ontkend. Van de Wetering noemde Goldreyer “een oplichter” en “een leugenaar”. In december bleek uit onderzoek van het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk dat Goldreyer het schilderij wel degelijk had overgeschilderd, en wel met een sneldrogende, agressieve verfsoort, waardoor het kunstwerk waarschijnlijk onherstelbaar is beschadigd. Goldreyer noemde de uitslag van het onderzoek “een leugen”.

E. Bracht, de hoofdrestaurateur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die evenals Van de Wetering en directeur dr. W.A.L. Beeren van het museum met een schadeclaim van vermoedelijk 25 miljoen dollar werd geconfronteerd, waarschuwde al in maart vorig jaar, toen het schilderij nog in het Newyorkse atelier van de restaurateur stond, dat het was overgeschilderd. Goldreyer heeft mevrouw Bracht verscheidene malen beticht van “jaloezie”. Beeren heeft steeds verklaard tevreden te zijn met het artistieke eindresultaat van de restauratie. Na de commotie die ontstond toen de resultaten van het onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium bekend werden, stelde Beeren de restaurateur voor op eigen kosten een contra-expertise te laten uitvoeren. Dat heeft Goldreyer tot nu toe niet laten doen.

De Amerikaanse kunstexpert Suzanne Schnitzer zou een vordering van 5 miljoen dollar hebben ontvangen. Zij heeft ooit in reactie op de uitspraak van Beeren dat hij het schilderij “als een geliefde invalide” in de collectie wilde houden, gezegd, dat er in dat geval wel een waarschuwingsbordje bij moest komen met de tekst: "Newman volgens Goldreyer'.

Advocaat Bob Marshall van het Amerikaanse tijdschrift Time Magazine bevestigt een schadeclaim tegen zijn blad, maar wil geen uitspraak doen over de hoogte van het bedrag. Volgens hem zitten er nog veel juridische haken en ogen aan de zaak en zal het niet onmiddellijk tot een rechtszaak komen. Richard Tofel, advocaat van de Wall Street Journal in New York, bevestigt wel een vordering van 15 miljoen dollar. Hij vermoedt dat een publikatie onder de kop “Waarom laten wij voor die prijs het hele museum niet opnieuw schilderen” de aanleiding is. Time publiceerde onder andere in december een artikel over deze kwestie van de Nederlandse journalist Wibo van der Linde onder de kop “Werd er een meesterwerk vermoord?” Daarin stond dat Nederlandse kunstexperts groen en geel zien over de restauratie en wordt ook de bovengenoemde uitspraak van Suzanne Schnitzer gemeld. De hoofdredactie van De Telegraaf, goed voor tien miljoen dollar volgens Goldreyer, meldt “hogelijk verbaasd” te zijn over de claim.

Ook het gemeenteraadslid E.C. Bakker (D66), die zorgde dat de zaak door de commissie kunst en cultuur van de gemeente in behandeling werd genomen, zegt “vreemd op te kijken” van de claims. “Wij hebben de zaak naar eer en geweten behandeld en hebben hem nog steeds in behandeling. Goldreyer heeft nog steeds de mogelijkheid een contra-expertise te laten uitvoeren”. Vanwege het gewicht van de zaak verwees de commissie de behandeling in december door naar de voltallige gemeenteraad. In deze raadsvergadering zou ook de gemeenteadvocaat met een advies moeten komen over eventuele juridische stappen van de gemeeente tegen Goldreyer. De vergadering, die voor deze week was gepland, is inmiddels een maand opgeschoven, omdat de stadsadvocaat nog niet uit deze ingewikkelde juridische kwestie was.

Mr. Th.M. de Boer, hoogleraar internationaal privaatrecht, acht het vooralsnog onzeker of Goldreyer succes zal hebben voor de rechter. “Om te beginnen hangt dat af van wat de gedaagden in de bus hebben gekregen, een brief of een dagvaarding.” Volgens een woordvoerder van het Stedelijk Museum ging het niet om een dagvaarding, maar om een geldvordering. In het hypothetische geval echter dat de advocaat van Goldreyer wel dagvaardingen heeft doen uitgaan, meent prof. De Boer dat de gevolgen van een eventuele rechtszaak voor de Nederlandse gedaagden minimaal zouden zijn.

De Boer: “Gesteld dat de Amerikaanse rechter gronden vindt hen te veroordelen, dan zouden de vonnissen nog altijd in Nederland geëxecuteerd moeten worden, want in de VS valt er bij hen niets te halen. Ik neem tenminste niet aan dat de Nederlandse gedaagden bankrekeningen in New York hebben lopen waaruit schadebedragen geput zouden kunnen worden.” Vanuit proces-economisch oogpunt zou Goldreyer in Amsterdam tegen de Nederlandse partijen moeten procederen, aldus De Boer. “Maar daar ziet hij natuurlijk geen heil in, omdat een Nederlandse rechter nooit dergelijke bedragen toewijst.”

De Boer heeft nog geen idee op welke gronden de schadevergoedingen van de Nederlandse personen en instanties zouden kunnen zijn geëist. “Als Goldreyer zich in goede naam en eer voelt aangetast, dan treft de Nederlandsers toch geen blaam? Men heeft zich uitgelaten over de inspanningen van Goldreyer, waarbij men zich nota bene baseerde op een rapport van het Gerechtelijk Laboratorium”.