Chef inlichtingendienst ontkent beschuldiging

DEN HAAG, 25 JAN. Het hoofd van de Inlichtingendienst Buitenland (IDB), drs. K.M. Meulmeester, ontkent beschuldigingen van fraude en afluisterpraktijken, die personeelsleden van de IDB tegen hem hebben geuit.

Meulmeester voelt zich “in naam en eer aangetast” en beraadt zich op juridische stappen. De dienstcommissie van de IDB heeft gisteren in een brief aan de secretaris-generaal van het ministerie van algemene zaken, mr. R.J. Hoekstra, waaronder de IDB ressorteert, het vertrouwen in hem uitgesproken.

Het Financieele Dagblad berichtte gisteren over een brief van "achttien personeelsleden' van de IDB van 27 november vorig jaar, waarin zij het aftreden van Meulmeester bepleitten en hem betichtten van het verduisteren van fondsen van de IDB. Tevens suggereerden zij daarin dat een IDB-ambtenaar collega's heeft afgeluisterd. Premier Lubbers liet gisteren weten de vaste Kamercommissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten te zullen informeren over deze kwestie.

Volgens Meulmeester is er een "hetze' tegen hem gaande van "niet meer dan twee personen', die voortvloeit uit een reorganisatie. De IDB wordt van circa zeventig naar ongeveer dertig man teruggebracht. “Die afslanking heeft de rust niet bevorderd, en ik ben kennelijk de zondebok. De aantijgingen zijn pure leugens.” Volgens hem is er van fraude en afluisterpraktijken geen sprake. “Door een verkeerde schakeling heeft iemand van ons drie jaar geleden per ongeluk opname-apparatuur op de telefoon van een collega aangesloten. Dat wordt nu misbruikt.” Naar zijn zeggen voelen zich velen van de achttien ondertekenenaars van de brief "misleid', omdat zij dachten dat het geschrift zou gaan over een opheffing van de IDB, waarvan Meulmeester de bedenker zou zijn. Meulmeester: “Dat is totale onzin, de IDB blijft bestaan.” Secretaris-generaal Hoekstra heeft zijn vertrouwen in Meulmeester onderstreept.