Captain Zwitsers zweert bij bilateraal (tweehandig) tennis; Het evangelie van Roland Stadler

Volgende week vrijdag, zaterdag en zondag speelt het Nederlands tennisteam voor de wereldgroep van de Davis Cup in het Haagse Houtrust Sport tegen Zwitserland. Non playing captain van de Zwitsers is Roland Stadler (31) uit Dübendorf, de zesvoudige ex-nationale kampioen en dertien jaar speler van het Davis-Cupteam van zijn land. Hij ziet in zijn ploeg met Jakob Hlasek, Marc Rosset, Claudio Mezzadri en reserve Ignace Rotman het team van de toekomst, maar realiseert zich dat het treffen tegen de Nederlanders lastig wordt.

“Na het optreden van Richard Krajicek in Australië moet er in Nederland een euforie zijn.” Het enthousiasme zal door de onzekerheid over Krajiceks meespelen weliswaar wat getemperd zijn, maar de belangstelling voor het tennis is de laatste twee weken sterk toegenomen. Om het thuisvoordeel van Nederland althans iets te neutraliseren heeft de Zwitserse tennisbond een supportersreis georganiseerd, zodat er in elk geval dertig toeschouwers zijn om wat te steun te geven. De kracht van de Zwitsers, die in de huidige samenstelling tweemaal thuis speelden en wonnen van de Sovjet-Unie en Nieuw-Zeeland, zit 'm volgens Stadler in de goede sfeer. Zelf heeft hij bewust zijn plaats aan een jongere beschikbaar gesteld.

“Ik wilde laten zien dat ik geen concurrent van ze ben en dat ik wat wil bereiken. Dat is wel overgekomen. Dat blijkt uit de goede stemming. Het was als uitgedroogde aarde waar ik water over gooide, waardoor de plant is gaan groeien.” Wie hij en bondstrainer Georges Deniau kiezen om het dubbelspel te spelen laat hij in het midden. In Melbourne sprak de trainer van Rosset er zijn verwondering over uit dat Hlasek daar niet met zijn pupil wilde dubbelen. Een probleem dat al lang en breed was uitgesproken, waardoor de animositeit zo kort voor de Davis-Cupwedstrijd voor Stadler onverwacht en onaangenaam kwam.

Zelf was Stadler niet bij de Australian Open. In Zwitserland heeft hij het te druk met zijn eigen activiteiten. Eén van de belangrijkste daarvan is het promoten van het bilateraal tennis.

DÜBENDORF, 25 JAN. Monica Seles is zijn opvallendste, gratis uithangbord. Telkens als hij haar kreunend op de televisie een bal ziet retourneren beschouwt Roland Stadler dat als een bevestiging van het tennisevangelie dat hij nu al zo'n tien jaar verkondigt. Bilateraal tennis, tweezijdig en/of tweehandig, biedt een veelvoud aan mogelijkheden en dat vergroot de kans op succes. “Ik ben niet tegen tennissers die puur links- of rechtshandig zijn, maar ik vind dat iedereen moet weten welke andere mogelijkheden er nog zijn.”

In 1984 bracht Stadler bij zijn debuut op Wimbledon tegenstander Brian Teacher in verwarring. Na de vier sets durende partij riep de Amerikaan uit: “Is ie nou links of rechtshandig”. Die ontzetting was begrijpelijk. Stadler is rechtshandig, maar serveert links. Ontstaan door louter toeval. “Mijn vader was links en als kind heb je de neiging om je vader in alles na te doen. Dus nam ik op de baan het racket in mijn linkerhand. Toen ik gaandeweg merkte dat ik zo te weinig kracht had begon ik automatisch tweehandig te spelen, waarbij zowel de linker- als rechterhand kan leiden.”

Tweezijdigheid was in de geschiedenis van het tennis al eerder vertoond. In 1955 speelde Beverly Baker de vrouwenfinale op Wimbledon. Ze beheerste de backhand niet en wisselde daardoor haar racket steeds van links naar rechts. Een jaar later had ze met die opmerkelijke techniek op het heilige gras de titel kunnen veroveren, maar in de kwartfinale trok ze zich terug toen vastgesteld werd dat ze zwanger was. In Zwitserland was zo'n twintig jaar geleden Michel Burgener actief. Zijn conditie was zo slecht dat hij nog geen blokje om het huis kon hollen, maar door net als Baker het racket telkens van de ene hand in de andere te pakken had hij een geweldige reikwijdte.

Nieuw was het dus allerminst toen Roland Stadler, wiens hoogste ATP-ranking een 61ste plaats in 1984 was, zijn veelzijdigheid demonstreerde. Al was de combinatie van dubbelhandig en tweezijdig wel erg extreem. “Ik werd in die tijd uitgelachen, nagewezen, bijna gestenigd. Zo negatief werd er op gereageerd. Vroeger zeiden ze gewoon: "zo kan je niet spelen', maar het tegenwoordige tennis heeft het tegendeel bewezen. Monica Seles is onze beste propaganda.”

Roland en zijn broer Roger, een voormalige handballer, richtten in 1981 Tennis Bilateral Stadler (TBS) op, de “eerste tennisschool ter wereld voor symmetrisch, gezonder twee- en eenhandig tennis”. Die specifieke techniek berustte toen nog op louter toeval. Zoals in het geval van Beverly Baker en Brugener, maar ook bij Frew McMillan en Gene Mayer. Begin er, zo bedachten de twee, zo vroeg mogelijk mee. Laat kinderen, los van de vraag of ze qua aanleg links- of rechtshandig zijn, tweehandig en of tweezijdig spelen. “Het is logisch dat het assortiment slagen waaruit je kunt kiezen op die manier vele malen groter wordt. Het grote misverstand is alleen dat wij dubbelhandig tennis zouden verplichten. Het moet niet, het mag en om iedereen de vrije keus te laten moet je ze eerst de kennis aanbieden.”

Wie zich eenzijdig ontwikkelt doet zichzelf te kort, vindt Stadler. “Het is misschien een gek voorbeeld, maar kijk eens naar de apen, onze voorouders. Die waren en zijn verder dan wij. Die gebruiken zowel hun linker- als hun rechterhand. Wij zijn in onze beschaving op dat punt gedegeneerd. Het bilaterale tennis is er op gebaseerd te laten zien dat je twee kanten hebt. Het is ook gezonder. Als je vroeger Vilas goed bekeek zag je dat hij een heel dikke linkerarm had en rechts zo'n dunnetje. Door tweehandigheid wordt de belasting van de rug verminderd, waardoor de kans op rugpijn verminderd wordt.”

Tot de technische nadelen van dubbelhandig spel behoort de kleinere reikwijdte, maar het antwoord daarop is het speciaal ontwikkelde langere racket. Eerst in produktie genomen door Donnay, nu door Adidas. Afhankelijk van de favoriete slag zijn er rackets te koop die vier, zes of acht centimeter langer zijn dan de traditionele lengte van 68,5 cm. Het maximum dat het reglement toestaat is 81,28 centimeter.

Als zendelingen met een blijde boodschap houden de broers Stadler lezingen, organiseren ze symposia en om de technische kennis bereikbaarder te maken is er sinds 1986 een boek (“Erfolg mit beiden Seiten - die Tennistechnik mit Zukunft”) en een bijbehorende videoband in omloop gebracht. Een medewerker van de Nederlandse tennisbond weet dat het materiaal “ergens in een kast” moet liggen. “Een paar jaar geleden was er ineens veel belangstelling voor het bilaterale tennis. Maar dat is voorbij”, zegt hij.

Maar Stadler denkt dat de echte grote doorbraak er binnenkort aankomt. Bij de junioren speelt, volgens hem, tachtig tot negentig procent ten minste één slag tweehandig, bilateraal tennis dus. Vooral bij de meisjes, de navolgsters van Seles, is dat percentage erg hoog. Maar er zit nog te weinig een echt leerprogramma achter. Een basisopleiding waarbij consequent links, rechts en dubbelhandig wordt geslagen is nog uitzonderlijk. “Tweezijdigheid leidt tot veelzijdigheid” en “Hoe veelzijdiger een speler is, hoe beter hij situaties kan beoordelen” zijn de kreten waarmee de Stadlers volgelingen proberen te lokken.

“Ik beweer dat je sneller vorderingen maakt als je je tweezijdig ontwikkelt. Daar zijn voorbeelden van”. Het is voor elke categorie mogelijk om het te leren, maar als je veertig jaar met één hand hebt gespeeld of met een bepaalde techniek aan de top bent gekomen moet je het niet meer gaan veranderen natuurlijk.” Zolang Boris Becker en Stefan Edberg puur eenhandig spelen zal de ambitie om hun raadgevingen te volgen niet al te snel om zich heen grijpen.