Bratan hoogtepunt op eerste festivaldagen; Reis door een liefdevol vastgelegd landschap

ROTTERDAM, 25 jan. Bratan heet wat mij betreft de meest bijzondere film waarop het 21ste Filmfestival Rotterdam in zijn eerste weekend zijn publiek tracteert. "Broer' betekent die titel en de 26-jarige maker heet Bakhtiyar Choedojnazarov. In warm grijs-wit vertelt hij een simpel verhaal: twee broers, een van zeventien en een van zeven, reizen samen op de locomotief die wordt bestuurd door een kennis, door Kazachstan. Hun reis gaat van land naar de stad, hij duurt een dag en een nacht, en hun doel is de woning van hun vader waar, zo zullen ze uitvinden, inmiddels een nieuwe echtgenote woont. De jongste broer denkt dat het een tijdelijk bezoek betreft; de oudste, het moederen moe, is van zins zijn broertje achter te laten. Het grootste gedeelte van Bratan bestaat uit de treinreis door een ongerept, liefdevol vastgelegd landschap en er gebeurt niets opzienbarends. Tenminste, voor een ander dan Choedojnazarov. Want hij weet juist van alles iets meeslepends te maken: de rails die in een diepe plas verdwijnt, de wielen van de trein die er doorheen spetteren in stralend zonlicht, het wordt even glorieus gebruikt als een extra halt bij de echtgenote van de machinist voor een schoon hemd, een komieke race tegen een tractor op de parallel-weg of het komen en gaan van een tijdelijke, wat snel geïrriteerde passagier. Alle, kleine, incidenten zijn materiaal voor filmpoëzie, nu eens voor pure lyriek, dan weer voor een nonsensdicht, om via geweld-in-proza bij een puur liefdesrijm uit te komen. Hoofdzaak is de relatie tussen de broers. Tusen hen schiep Choedojnazarov een groeiende intimiteit, niet zoet maar krachtig en des te sterker dankzij het volslagen pretentieloze spel van twee acteurs op hun volle gemak. Wie Bratan wil zien, zal vanavond, morgen of woensdag het Filmfestival Rotterdam moeten bezoeken - tot nu toe is hij niet aangekocht voor Nederlandse distributie.

In principe even knap van sfeer maar lijdend aan ongecontroleerde hysterie is Noga van de Moskouse Nikita Tjagoenov. Die hysterie zal samen hangen met het onderwerp: een jonge soldaat verloor een voet in Afghanistan. Hij wordt geteisterd door nachtmerries en angstvisioenen die de cineast afzet tegen de idylle van zijn opleidingstijd als soldaat, in Tadzjikistan. Noga poogt zijn publiek mee te sleuren in een maalstroom maar slaagt daar niet in doordat de filmstijl de werkelijkheid te veraf houdt van de waan. Soms zijn ze niet te scheiden - dan voelen we wat de verminkte soldaat doormaakt.

In de sectie "Cinema Narcissus', met films waarin filmmakers zelf voor de camera staan, viel vooral een documentaire op: Thank You and Good Night is het roerende verslag dat Jan Oxenberg maakte naar aanleiding van het sterven van haar grootmoeder. Ze komt er zelf in voor, en in feite is deze film meer dan wat ook een zelfportret. Oxenberg zoekt uit waarom zij is zoals ze is, waarom ze denkt wat ze denkt. Ze brengt daarbij niet alleen zich zelf in het geding ("Ik was een rotkind'), maar ook haar, stuurse, familie en ze balanceert op het scherpst van de snede door haar op een gegeven moment doodzieke grootmoeder te blijven filmen. Wanneer ze iets over vroeger wil duidelijk maken, bedient ze zich van mensgrote, naar foto's getekende poppen en te grote gevoelens reduceert ze tot kijkdoosjes en kitschtekeningen. Die zeggen minstens zoveel als larmoyante beelden en zijn inderdaad een stuk effectiever. Het werd een bittere film, een droevige film, maar merkwaardig genoeg door de eerlijkheid van de maakster ook een vrolijke, soms humoristische film.

I Love Vienna heet een wat al te jolige film die Wenen voorstelt als een plaats waar migranten en vluchtelingen min of meer met open armen worden ontvangen door nuchtere Weners. 't Is grappig wat Houchang Allahyari (geboren in Teheran, wonend in Wenen) laat zien, en het meeste gaat vast en zeker terug op autobiografische ervaringen. Vermoedelijk vond hij het nodig dat er ook eens een luchtige film over dit onderwerp gemaakt werd. Maar om nu de spot te drijven met een streng gelovige Islamiet tegenover vrijwel onveranderlijk welwillende Oostenrijkers heeft een wranger effect dan de bedoeling geweest zal zijn.

Wat wel uit deze film spreekt is enthousiasme voor filmmaken en voor gretig verhalen vertellen. En daarom misstaat hij toch niet in Rotterdam.