Bonden blij met verbeterde bescherming contractanten; "Draaideur-relatie' meest gewraakte praktijk

ROTTERDAM, 25 JAN. Vakbonden en rechtshulpverleners zijn blij met de voorgenomen aanscherping van het ontslagrecht, waartoe de Tweede Kamer deze week besloot. Eindelijk bestaat er uitzicht op het dichten van een kwalijke leemte in de regelgeving, zo is hun eerste indruk.

Die leemte betreft de ontslagbescherming van werknemers met een tijdelijk arbeidscontract. “Om de haverklap krijgen we klachten over werkgevers die het niet zo nauw nemen met tijdelijke contractanten”, zegt mr. J. Hoens van het Bureau voor rechtshulp in Utrecht. Hij noemt de zogenoemde draaideur-relatie, ook wel aangeduid als "wisseltruc met het uitzendbureau', als meest gewraakte praktijk.

Voor ontslag van werknemers in vaste dienst is toestemming nodig van de werknemer zelf, of van het arbeidsbureau danwel van de kantonrechter. Bovendien heeft de wetgever bepaald dat twee opeenvolgende tijdelijke contracten moeten worden beschouwd als een vaste verbintenis (mits de tussenliggende periode niet langer is dan 30 dagen). Dat valt dus ook onder de ontslagbescherming.

In sommige bedrijfstakken, zoals horeca, schoonmaakbranche en automatisering, komt het volgens Hoens regelmatig voor dat werkgevers deze regels ontduiken, door werknemers voor exact hetzelfde werk eerst tijdelijk te contracteren, vervolgens 31 dagen via een uitzendbureau in te huren, daarna wederom tijdelijk te contracteren, opnieuw 31 dagen in te huren, enzovoorts. Dat kan voor de werkgever financieel voordeel opleveren, omdat contractanten en uitzendkrachten doorgaans slechter af zijn als het gaat om aanspraken op periodieken, reiskostenvergoedingen, winstdeling, pensioenvoorziening en andere arbeidsvoorwaarden.

Strikt genomen is zo'n draaideur-relatie mogelijk, nochtans meestal in strijd met de bedoeling van de regelgever. Dat is althans het oordeel van de Hoge Raad in een arrest van 27 november vorig jaar. Daarbij ging het om zeven werknemers die enkele jaren achtereen hetzelfde werk deden bij de ijscofabriek van Campina in Den Bosch, afwisselend op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en als uitzendkrachten. Begin 1989 werden ze definitief de laan uitgestuurd, waartegen ze in geweer kwamen. De rechtbank en het gerechtshof, beide in Den Bosch, stelden de werknemers in het ongelijk, maar de Hoge Raad oordeelde anders en merkte de gekozen constructie aan “een voortgezette dienstbetrekking”, waarvoor bij beëindiging toestemming nodig is van betrokkene, arbeidsbureau danwel kantonrechter.

Een ruime Kamermeerderheid drong er deze week op initiatief van Groen Links met succes bij het kabinet op aan de draaideur-relatie ook formeel onder de ontslagbescherming te brengen. Daardoor wordt volgens Hoens een belangrijke omissie in de nieuwe Wet op het ontslagrecht gecorrigeerd.

Deze aanscherping past in het beleid dat erop gericht is de rechtsbescherming bij zogenoemde flexibele arbeidsrelaties (oproepkrachten, thuiswerkers, free lancers, uitzendkrachten) te verbeteren. Arbeidsrelaties die afwijken van het traditionele arbeidspatroon zijn het afgelopen decennium in zwang geraakt. Uit onderzoek is gebleken dat er eind jaren tachtig ongeveer 250.000 werknemers bij betrokken zijn. Het kabinet vindt dat aantal te hoog, maar acht het vinden van “een goed evenwicht” tussen enerzijds de flexibiliseringsbehoeften bij bedrijven en anderzijds de gevarieerde wensen van werkenden en een adequate bescherming van hun rechtspositie in de eerste plaats een zaak van sociale partners. Daarnaast bereidt het kabinet wettelijke maatregelen voor om het gebruik van die flexibele relaties waartegen uit maatschappelijk oogpunt bedenkingen bestaan, terug te dringen. Maar de ideeën die het kabinet daaromtrent heeft gaan de georganiseerde werkgevers te ver en de vakbeweging niet ver genoeg.