Anibal Cavaco Silva: voorzitterschap EG moet einde maken aan onjuiste informatie over ons; Portugal zenuwachtig maar vastbesloten

LISSABON, 25 JAN. Sinds 1 januari wordt het voorzitterschap van de Raad van Ministers van de EG vervuld door Portugal, het meest westelijke en het op één na armste land van de Gemeenschap. Het is voor het eerst dat Lissabon leiding mag geven aan Europa en zelfs nu de eerste drie weken zonder calamiteiten zijn gepasseerd, is men er nog steeds een beetje zenuwachtig. Maar tegelijkertijd ook vastbesloten het allemaal heel goed te gaan doen.

Het Portugese diplomatencorps, dat zijn beste krachten tot dusver op Afrika had gericht, is voor het vervullen van deze taak ingrijpend gereorganiseerd; de man die een paar maanden geleden nog ambassadeur was op de Kaapverdische eilanden, bemiddelt nu in Joegoslavië en de staatsecretaris die het vredesproces in Angola begeleidde, heeft tegenwoordig de resten van de Sovjet-Unie onder zijn hoede. Het vliegveld van de hoofdstad is met het oog op de vele buitenlandse gasten ingrijpend verbouwd en er wordt in ploegendienst gewerkt aan de voltooiing van een wegens zijn enorme omvang hevig bekritiseerd Cultureel Centrum, waar binnenkort de Europese leiders stijlvol kunnen worden ontvangen.

In Lissabon twijfelt men er niet aan, dat dat centrum over een paar jaar de naam zal krijgen van de huidige premier, Anibal Cavaco Silva. De 52-jarige econoom die in oktober vorig jaar voor de tweede keer met een absolute meerderheid werd herkozen, heeft immers hoogstpersoonlijk zijn land de EG en een tijdperk van economische groei en politieke stabiliteit binnengeleid. Die twee zaken hebben nauw met elkaar te maken, meent de premier, die zelden nalaat te vertellen dat het land vóór zijn aantreden in 1985 zestien kabinetten in elf jaar had versleten.

Cavaco Silva resideert nu dus zeven jaar met vrouw en twee kinderen in de statige ambtswoning Sao Bento. Via de achtertuin staat het huis in verbinding met het parlement, waar de premier slechts zelden en dan nog enigszins nurks pleegt te verschijnen. Cavaco is meer manager dan politicus en zelfs onder zijn naaste medewerkers eerder gerespecteerd dan populair. Hij staat bekend als een perfectionist, aan wiens strenge oog geen detail ontsnapt. Wie het voortouw neemt in Europese kwesties, de minister van buitenlandse zaken of de voorzitter van de ministerraad, is in Portugal dan ook geen punt van discussie. Cavaco heerst. En daarbij komt, dat deze bewonderaar van Margaret Thatcher zich heeft ontwikkeld tot enhousiast Europeaan.

Alvorens we de salon betreden waar de eerste minister ruim de tijd zal nemen om op voorkomende wijze onze vragen te beantwoorden, duwt zijn persoonlijk assistent ons een persoverzicht onder de neus waaruit moet blijken dat het buitenland buitengewoon tevreden over het begin van het Portugese voorzitterschap is. Pièce de resistance blijkt een citaat uit NRC Handelsblad, waarin wordt geoordeeld dat Portugal “voor het eerste examen EG-voorzitterschap al is geslaagd”. In hetzelfde stuk werd er echter op gewezen dat Lissabon in het belang van de Gemeenschap een loodzware agenda moet afwerken, waarin de perfectionering van de Economische en Monetaire Unie om de voorrang strijdt met de ontwikkeling van een gezamenlijk buitenlands beleid, het slot van de GATT-onderhandelingen, een herziening van de landbouwpolitiek en het opstellen van de Europese begroting voor de jaren 1993-1997.

Anibal Cavaco Silva spreekt het niet tegen. Hij heeft een moeilijk halfjaar voor de boeg.

Heeft Portugal eigenlijk zelf ook nog iets aan het voorzitterschap?

Jazeker. Ik hoop allereerst dat het ons de kans geeft het beeld te corrigeren dat de rest van de wereld van ons heeft. Er bestaat veel onjuiste informatie over Portugal. Men beschouwt ons als een onderontwikkeld gebied. Men associeert ons nog maar al te vaak met de revolutionaire ideeën die het politieke leven kort na 1974 bepaalden. Maar het land is sindsdien zeer veranderd.

Onze geschiedenis heeft ons verder bij uitstek geschikt gemaakt om op te treden als vertegenwoordiger in de dialoog tussen Europa en andere delen van de wereld. Wij hebben een multiraciale traditie. Ondanks de koloniale oorlogen die we in Afrika hebben gevoerd, hebben we nu uitstekende politieke relaties met de voormalige Portugese gebiedsdelen. We zijn zelfs in staat er als vredestichter op te treden. In Angola en Mozambique wil men niets liever dan dat we weer terugkomen, de banden weer aanhalen. Men ziet ons niet als een traditionele koloniale mogendheid. Misschien kunnen we als voorzitter in de komende maanden de aandacht van Europa wat meer op Afrika en Latijns-Amerika richten. En tenslotte geeft het voorzitterschap de kans om ons enthousiasme voor de Europese eenwording te tonen. Ons volk is zéér voor de EG, dat blijkt uit alle enquêtes.

Is het voorzitterschap voor u ook een persoonlijk hoogtepunt? U staat nu per slot van rekening op één lijn met wereldleiders als de heer Lubbers.

De premier giechelt even, denkt na, en zegt dan: “Ik ben de premier van Portugal, dus ik kan me niet aan het voorzitterschap van de Europese Raad onttrekken. Het gaat er niet om of ik het leuk vind. Het is een karwei dat geklaard moet worden.”

In Brussel en in hoofdsteden als Bonn en Parijs twijfelt men er weleens aan of kleine landen zoals Portugal, Nederland en Luxemburg in staat zijn de EG met voldoende gezag naar buiten toe te vertegenwoordigen. Er is gesuggereerd dat alleen de vijf grote landen bij toerbeurt voorzitter zouden moeten zijn, en dan steeds voor een jaar. Anderen pleiten voor een "regionaal voorzitterschap', waarbij bijvoorbeeld de drie Benelux-landen samen één beurt vervullen en Portugal samen met Spanje de "Iberische voorzitter' zou zijn.

Dat zou bijzonder slecht zijn voor de Gemeenschap. We hebben in het verenigd Europa behoefte aan een harmonische ontwikkeling op ieder gebied: economisch, monetair, sociaal en ook politiek. Dan moeten we geen onderscheid gaan maken naar grootte, geografische ligging of rijkdom. Op die manier werk je blokvorming binnen de Gemeenschap in de hand en dat is nu juist wat we al jaren proberen te voorkomen. Wie zegt dat sommige landen de EG niet kunnen vertegenwoordigen omdat ze te klein zijn, ondermijnt de politieke cohesie. Dat is mijn eerste reactie. Maar ik wil u eerlijk zeggen, dat ik niet zeker weet of mijn standpunt hetzelfde zou zijn als de EG uit twintig of vijfentwintig in plaats van uit twaalf landen zou bestaan. Als het er straks vijftien of zestien zijn, en dat moment is niet ver meer, moeten we alle instellingen van de Gemeenschap eens opnieuw gaan bekijken. Niet alleen het voorzitterschap.

Portugal heeft al voorgesteld het aantal ambtenaren dat zich in Brussel bezighoudt met internationale politieke samenwerking uit te breiden van zeven naar honderdvijftig. Is dat omdat uw eigen diplomatieke staf het werk nauwelijks aankan?

Die uitbreiding is geheel in de geest van wat er besloten is in Maastricht. De EG streeft naar een gemeenschappelijk buitenlands beleid en daar hoort een gemeenschappelijke staf bij èn een betere coördinatie tussen de diplomatieke diensten van de lidstaten. Het lijkt me belangrijk om op korte termijn ook de mogelijkheid te bespreken van gemeenschappelijke vertegenwoordigingen, EG-ambassades dus. Bijvoorbeeld in de nieuwe republieken die zijn ontstaan na de opheffing van de Sovjet-Unie. We hebben dit idee op ministersniveau al voorgelegd aan de andere lidstaten. Het zou één van de eerste tastbare resultaten kunnen zijn van de historische doorbraak die in Maastricht is bereikt.

U heeft het over een doorbraak, maar u steunde in Maastricht de Britten in hun afwijzing van alles wat naar "federalisme' zweemde en zou kunnen leiden tot uitbreiding van de Brusselse bureaucratie. Zit daar geen tegenspraak in?

Het is in ons aller belang om het ambtenarenapparaat in Brussel zo klein mogelijk te houden. Niet alleen de Engelsen en de Portugezen zouden bang moeten zijn voor bureaucratie. Bureaucratie kost geld en dat geld zullen de belastingbetalers moeten opbrengen. Maar er zijn nu eenmaal nieuwe bevoegdheden naar Europees niveau overgeheveld. Gezondheidszorg, onderwijs, consumentenbescherming èn buitenlands beleid. Er moet gecoördinerd worden met de lidstaten, met de Commissie, er moet informatie gegeven worden aan het Europees parlement. De huidige structuur is niet meer toereikend voor de ambities die in Maastricht zijn geformuleerd. Dus er moet iets nieuws komen.

Mijn oppositie tegen het gebruik van de term federalisme had meer met het woord te maken dan met de inhoud. Dat woord schept verwarring en dreigde de discussie te vergiftigen omdat het verschillende dingen betekent in verschillende landen. De Europese Gemeenschap is bezig een geheel eigen model te ontwikkelen. We weten nog niet eens hoe het er uiteindelijk uit zal zien. Laten we het dan geen naam geven die bij bestaande systemen hoort. Wij zijn vóór gemeenschappelijk beleid op bepaalde terreinen, wij zijn er ook vóór om het aantal terreinen van gemeenschappelijk beleid uit te breiden. Maar geleidelijk, met respect voor ieders eigenheid en op basis van consensus.

In het buitenlands beleid is er één kwestie die voor Portugal en Nederland van meer belang is dan voor de overige lidstaten, namelijk Oost-Timor. Portugal heeft enige maanden geleden een handelsembargo tegen Indonesië voorgesteld. Wilt u daar EG-beleid van maken?

De EG heeft altijd de mensenrechten hoog in het vaandel gehad. Net als de Verenigde Staten hebben we daar steeds op gewezen als het ging over de staten die tot voor kort communistisch waren. We moeten nu consequent zijn en ons druk maken over èdere schending van de mensenrechten. Of het nu gaat om Indonesië of Birma - wat daar gebeurt is precies zo belangrijk als wat er gebeurde in de voormalige Sovjet-Unie. De afschuwelijke massamamoord die onlangs in Oost-Timor plaatshad werd door videobeelden gedocumenteerd en daarom kon de internationale publieke opinie er niet omheen. Volgens onze informatie hebben de Indonesiërs echter in de afgelopen jaren tweehonderdduizend mensen vermoord, dat is een derde van de totale bevolking. We hebben de Europese Commissie gevraagd om de samenwerking met Indonesië opnieuw te bezien in het licht van deze gebeurtenissen en we wachten nu op een concreet voorstel daaromtrent.

Het is voor ons echter niet genoeg wanneer Indonesië van nu af aan de mensenrechten gaat respecteren, het zou ook rekening met de VN-resoluties moeten gaan houden. De bezetting van Oost-Timor is volgens internationaal recht illegaal. Er zijn twee resoluties van de Veiligheidsraad waarin dat wordt uitgesproken. Onze minister van buitenlandse zaken heeft deze week in New York aan de nieuwe secretaris-generaal van de VN gevraagd, om gebruik te maken van het mandaat dat hem door de Algemene Vergadering is verleend voor het vinden van een definitieve oplossing. Portugal zou vandaag nog onderhandelingen met Indonesië willen beginnen onder auspiciën van de VN, mits alle partijen bereid zijn het VN-handvest als uitgangspunt te aanvaarden en het volk van Oost-Timor ook vertegenwoordigd is aan de onderhandelingstafel.

Intussen heeft u de diplomatieke banden met Indonesië al geruime tijd geleden verbroken, terwijl Nederland hartelijke betrekkingen met dit land onderhoudt.

Nederland behartigt onze belangen in Indonesië en daar zijn we dankbaar voor. Maar Nederland, de EG, de kerk, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de hele beschaafde wereld zijn op dit moment zeer eensgezind over de noodzaak een oplossing te vinden voor dit probleem. U dacht toch niet dat de EG bezwaar had tegen de uitvoering van VN-resoluties? Wij willen niets van Timor. Geen geld, geen olie. Maar als voormalige bestuurder van het gebied hebben we de morele plicht om voor de bevolking op te komen. Oost-Timor staat daarom hoog op onze agenda in de komende maanden.

U heeft aangekondigd dat de EG-leiders op 7 februari opnieuw in Maastricht zullen bijeenkomen om de Unie-verdragen te tekenen. Zijn er geen obstakels meer op te ruimen voor die tijd?

Volgens mijn informatie niet. Ik heb tegen Lubbers gezegd dat het me rechtvaardig lijkt wanneer de naam van Maastricht niet alleen aan de top maar ook aan de verdragen zelf gehecht wordt. Daarom worden ze niet in Lissabon getekend. Nederland heeft als voorzitter een enorme prestatie verricht en verdient daarvoor alle eer.

Er is ook ongewoon veel kritiek geweest op Den Haag in de afgelopen zes maanden. U was zelf bijvoorbeeld niet bepaald gelukkig met de denkbeelden over een Europa met twee snelheden die opdoken in de discussie over de Economische en Monetaire Unie.

(Gnuivend) Het is ook erg, erg moeilijk, zo'n voorzitterschap. Maar het eindresultaat was uitstekend. Een mislukking in Maastricht was een ramp geweest, vooral nu om ons heen zoveel staatkundige verbanden en coalities desintegreren. Een Europa met twee snelheden zou ook een vorm van desintegratie zijn geweest en daarom waren we er tegen. Er zijn nu duidelijke voorwaarden afgesproken voor de economische integratie en daar ben ik blij om.

U vertrouwt er vast op dat Portugal zich in de "eerste groep' bevindt wanneer in 1997 de schapen van de bokken worden gescheiden?

We werken daar hard aan en ik denk dat het goed mogelijk is. Een paar jaar geleden lag ons begrotingstekort nog boven de tien procent, deze week hebben we een begroting gepresenteerd waarin het deficiet nog maar 4,5 procent bedraagt. Onze inflatie was toen ik aantrad als minister-president meer dan twintig procent maar in december jongstleden nog maar 9,6 procent en voor het komende jaar mikken we op zeven procent. We willen onze economie langzaam laten afkoelen en geen shock-therapie toepassen. Wanneer onze belangrijkste handelspartners, West-Duitsland en Spanje, niet al te hard door een recessie worden geraakt, zullen wij er ook niet in terecht komen. We hopen de groei van ons Bruto Nationaal Produkt voorlopig iets boven het EG-gemiddelde te kunnen houden, dus op meer dan drie procent. Dan lopen we langzaam onze achterstand in.

U kunt daarbij geholpen worden door een grotere bijdrage uit Brussel. De Spaanse vertegenwoordiging in Maastricht heeft de aanvaarding van het principe van "sociale cohesie' gevierd als een grote overwinning voor het zuiden. Maar er staan nog geen bedragen vast. Denkt u echt dat u in de komende maanden Nederland kunt overhalen meer geld in de gemeenschappelijke kas te storten ten behoeve van de wegenaanleg tussen Spanje en Portugal?

De sociale en economische cohesie is als principe in het Unie-verdag aanvaard. Dus daar kan niemand meer onderuit. Er zijn ook indicaties voor de verhoging van bepaalde begrotingsposten gegeven en er is afgesproken dat er nieuwe fondsen zullen worden gecreëerd op het gebied van milieu en transport. Daarbij komen de financiële consequenties van de nieuwe bevoegdheden die Brussel krijgt. Als we niet bereid zijn het totale niveau van de begroting te verhogen, betekent dat een ingrijpende verlaging van andere posten, bijvoorbeeld op het gebied van de landbouw. Dat zie ik niet zo snel gebeuren. Er zal dus meer betaald moeten worden door de rijke lidstaten - 1,1 of 1,2 procent van BNP past niet meer bij de ambities die in Maastricht zijn geformuleerd. We wachten kortom met spanning op het pakket dat Jacques Delors ons gaat voorstellen en we hopen van harte dat we die voorstellen onder ons voorzitterschap kunnnen bespreken en goedkeuren. Anders krijgt de EG straks te maken met een bevroren budget en een beperking van haar handelen. Dat zou erg vervelend zijn.

Vooral voor Spanje en Portugal.

Niet alléén voor Spanje en Portugal, ook voor sommige andere landen. Het bewaren van de community spirit is van belang voor iedereen. Portugal heeft de eisen van een nieuwe landbouwpolitiek, van de interne markt en van de monetaire unie geaccepteerd en iedereen weet dat dit een grote uitdaging voor ons vormt. We zullen het daar niet gemakkelijk mee hebben, maar we doen ons best. Maar we mogen er dan ook van uit gaan dat de landen die minder moeite met deze aanpassing hebben, zich op hun beurt zullen houden aan de afspraken die nu over sociale cohesie zijn gemaakt. Wij zien af van protectionisme en een uitgebreide publieke sector. Wij vragen niet om geld om onze fouten te betalen. Maar wij verwachten compensatie in de vorm van hulp voor onze infrastructuur.

Uw minister van buitenlandse zaken, Joao de Deus Pinheiro, heeft gesuggereerd dat u in de komende tijd nauw met Spanje gaat samenwerken. Madrid geeft de voorzetten, u als voorzitter tracht ze aanvaard te krijgen. Al direct na Maastricht heeft u met uw collega Gonzalez besloten een gezamenlijk wegenplan op te stellen. Hoe ver gaat die samenwerking?

Spanje en Portugal hebben nu eenmaal gezamenlijk belangen. Portugal kan niet anders dan via Spanje aansluiting krijgen op het Europese wegennet, om maar eens iets heel eenvoudigs te noemen. We coördineren dus bepaalde zaken, maar we complotteren niet. Er is geen systematische consultatie, wij vormen geen front tegenover de rest van Europa. Ik prijs me gelukkig, dat de eeuwenlange animositeit voorbij is. Mijn generatie en die van Felipe Gonzalez heeft afgerekend met de psychologische barrières die tussen onze landen bestonden. In de laatste vijf, zes jaar is de handel tussen Spanje en Portugal ieder jaar met meer dan dertig procent toegenomen.

Wist u vantevoren dat Spanje vorige week een bedrag van ongeveer vijf miljard dollar voor de nieuwe fondsen zou vragen en daar voor zichzelf 62 procent van claimt?

Ik dacht dat het méér was... Maar daarover is geen overleg geweest, wij wachten op wat de Commissie naar buiten brengt. U moet onderscheid maken tussen de verhoging van bestaande fondsen, de schepping van nieuwe fondsen en de nieuwe regels voor de bijdrage van nationale overheden in projecten waarin ook de EG participeert. Dat zijn allemaal onderdelen van het nieuwe begrotingsplan. Het is heel belangrijk voor ons, en voor de Gemeenschap, om dat pakket voor de zomer goedgekeurd te krijgen.

Omdat de volgende voorzitter, het Verenigd Koninkrijk, weleens aanzienlijk minder enthousiast over de contributieverhoging zou kunnen zijn?

Misschien. Dat zou kunnen. Maar het lijkt me werkelijk in ieders belang om te voorkomen dat we een budgetcrisis krijgen zoals in 1988, het jaar van de Eurosclerosis, de totale stagnatie. Er staan ons immers nog meer taken te wachten. De toelating van nieuwe leden bijvoorbeeld. We kunnen pas beginnen te praten met aspirant-lidstaten als de twaalf hun interne structuur helemaal hebben geregeld en er geen problemen meer liggen tussen, bijvoorbeeld, noord en zuid in de EG. Eerst moeten we het onderling eens zijn over de EG-financiën maar ook over zulke uiteenlopende zaken als onderlinge concurrentieverhoudingen en de herstructuring van de automobielindustrie, de textiel en de electronica.

Toen de landen van Oost-Europa zich van het communisme ontdeden, werd er door sommige analisten gezegd dat Portugal en Spanje het nu wel moeilijk zouden krijgen. Alle investeerders zouden hun blik naar het oosten richten. Ik heb daar nooit in geloofd en het is ook niet gebeurd. We krijgen natuurlijk wel te maken met de concurrentie van hun lage lonen. We zullen ons moeten aanpassen, harder moeten werken. Maar voorlopig hebben we het voordeel dat wij lid van de EG zijn en zij niet. Wij hebben aan strenge eisen moeten voldoen om tot de Gemeenschap toegelaten te worden en onze markten moeten openstellen voor handelspartners die veel sterker zijn. Het is niet meer dan normaal dat we er nu op staan, dat de eisen die aan nieuwe leden worden gesteld minstens zo streng zullen zijn.

Zoals u de zaken voorstelt, mogen zelfs Zweden en Oostenrijk van geluk spreken als in januari 1993 de eerste gesprekken over hun toelating gevoerd kunnen worden.

Ik wil niet al te pessimistisch zijn, maar ik moet u er op wijzen dat de besluitvorming in de EG dit voorjaar ook nog eens vertraagd zal worden door verkiezingen in vier landen: in Engeland, in Frankrijk, in Italië en in de Verenigde Staten.

Is de interne markt per 1 januari 1993 eigenlijk nog wel haalbaar, gezien al deze obstakels en de vijftig "dossiers' waarover nog overeenstemming moet worden bereikt voor een volledig vrij handelsverkeer mogelijk is?

Het gaat hier om de geloofwaardigheid van de Gemeenschap. 1992 is steeds als magisch jaar gepresenteerd, het is een symbool geworden. Het zijn niet de makkelijkste dossiers die zijn blijven liggen. Maar zelfs op het gebied van de sociale wetgeving denk ik dat we vooruitgang kunnen boeken. We zullen wel moeten. Misschien blijven we uiteindelijk met een dozijn onopgeloste problemen zitten. Dat zullen dan uitzonderingen in het vrije verkeer moeten worden. Zo heel erg is dat niet. De geschiedenis van de EG is er altijd één van vooruitgang met niet helemaal perfecte akkoorden geweest.

Ziet u na 1 juli nog een rol in Brussel voor u zelf weggelegd?

Voorlopig ben ik nog tot en met 1995 premier van Portugal. Dan heb ik er tien jaar opzitten. Dat is een record voor dit land. Ik verwerp de gedachte van een vierde termijn beslist niet, maar gelukkig hoef ik die beslissing nog niet te nemen. Ik denk wel dat mijn plaats altijd in Portugal zal zijn. De opvolging van president Soares? Over vier jaar mag hij zich niet meer herkiesbaar stellen. Maar ik hou ervan me met concrete problemen bezig te houden. Een ceremoniële functie ligt me niet zo.