Akkoord over asielprocedure lost Duitse problemen niet op

BONN, 25 JAN. Als door een onzichtbare hand zijn vele obstakels en complicaties weer eens bijeengebracht in Duitsland. Onderwerp: het asielrecht, hét thema tussen kantoor, kansel en kapper. Op de agenda, naast elkaar: ongemakkelijke feiten, botsende politieke eisen en Europese verplichtingen. Het stemmingsbeeld wordt mede bepaald door meer dan 300 rechts-radicale aanslagen, vorig jaar, juist op de verhoudingsgewijs kleine groep asielzoekers in Duitsland, waar op een bevolking van 80 miljoen een kleine zes miljoen geïntegreerde buitenlanders leven.

De schrik zit erin. Is het “lelijke Duitsland” weer opgestaan of gaat het hier om de voorbode van wat West-Europa, nu nog in de schaduw achter een grote Duitse rug, straks uit het Oosten en Zuiden, en op veel grotere schaal, te wachten staat? Het laatste vermoedelijk, en dat maakt het langdurige debat in de Bondsrepubliek óók interessant.

Gaan straks niet meer 60 procent (1991: 256.000), maar alle asielzoekers in West-Europa naar Duitsland? Ook als ze, over een paar jaar in véél grotere aantallen, in een ander land al afgewezen zijn? Asielbeleid als campagnethema? Schande, zegt de SPD. Logisch, dat thema houdt de mensen immers zeer bezig, in de steden met hun woningnood en werkloosheid en op het conservatieve platteland, waar veel opvangcentra staan. Dat zegt de CDU/CSU, die daarbij een warme electorale wind in de neus voelt.

Moet de grondwet worden veranderd om de Bondsrepubliek niet uit de EG-pas te laten raken én in eigen land de afgesproken snellere afhandeling van aanvragen te realiseren? Nee, dat hoeft (nog) niet, zeggen de oppositionele SPD en de FDP, regeringspartij. Ja, zegt de CDU/CSU al lang, aan grondwetswijziging is niet te ontkomen. Snellere procedures zijn nodig, slechts 6,9 procent van de asielaanvragen wordt uiteindelijk gehonoreerd, maar dat duurt vaak jaren. Er is een schreeuwend gebrek aan personeel, rechters en opvangcentra, de achterstand beloopt 250.000 onbehandelde gevallen. In München bij voorbeeld huizen nu al asielzoekers bij min 15 graden in containers op de Theresienwiese, waar drie maanden geleden het uitbundige jaarlijkse Oktoberfest werd gevierd.

Op 5 april wachten verkiezingen in Baden-Württemberg, waar de CDU vreest haar meerderheid te verspelen, en in Sleeswijk-Holstein, waar premier Björn Engholm, de kersverse SPD-kanselierskandidaat, zijn meerderheid moet verdedigen tegenover de kiezers (en zijn concurrenten in de SPD-top). Het moest niet mogen, maar die verkiezingen zullen waarschijnlijk zeer in het teken van de asiel-problematiek staan. En dat trekt zijn sporen door het politieke debat in Bonn.

Komende zomer moeten het verdrag van Schengen en zijn aanvullende bepalingen over één asiel-praktijk door de Bondsdag worden geratificeerd. Dat kan eigenlijk alleen als Duitsland dan ook zijn grondwet, de ruimste in de EG, aanpast, zegt de CDU/CSU. Want anders wordt het “een hinkende partner” tussen de Benelux, Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal, zoals Rudolf Seiters (CDU, sinds tien weken minister van binnenlandse zaken) gisteren nog eens heeft gewaarschuwd.

Seiters gaf voorbeelden: 1) volgens Schengen wordt een Libanese asielzoeker die met een Italiaans visum Frankrijk binnen wil direct door- of teruggezonden naar Italië; 2) volgens Schengen geldt de afwijzing van een asielaanvraag in enig partnerland direct voor alle verdragslanden. Maar zolang artikel 16 van de Duitse grondwet onveranderd blijft zou Duitsland, al is het partij bij het Schengen-verdrag, niettemin verplicht zijn om elke asielvraag - ook van hen die in andere landen afgewezen zijn - in behandeling te nemen.

In die situatie zou de Bondsrepubliek nog meer dan nu hét grote, ja zelfs exclusieve, Europese opvangland worden, menen Seiters en zijn CDU/CSU. De minister heeft dan ook al aangekondigd (gedreigd) dat hij volgende maand eventueel eenzijdig een Duitse verklaring aan de verdragstekst zal toevoegen over deze “niet-gelijkgerechtigdheid”. SPD en FDP hebben daarop boos respectievelijk koeltjes gereageerd.

Gisteren hebben de coalitiepartijen en de SPD na weken van harde gevechten in de kleine ruimte een akkoord op hoofdzaken bereikt over een wetsvoorstel voor versnelling van asielprocedures (tot maximaal zes weken als duidelijk is dat de aanvrager alleen “economische” motieven heeft), de aanleg van opvangcentra in kazernes en de overheveling van 500 ambtelijke specialisten/beslissers van de deelstaten naar de centrale overheid. De afspraken daarover waren, vooral op aandringen van de SPD, al op 10 oktober vorig jaar gemaakt en moesten per 1 januari ingaan. Het wetsvoorstel moet nu volgende maand naar de Bondsdag.

Maar de sceptici, toen en nu nogal ruim vertegenwoordigd in de CDU/CSU, hebben hun eerste gelijk al binnen. Want die opvangcentra in de Länder zijn er nog lang niet, zelfs de vraag hoeveel huur voor lege kazernes aan minister Waigel (financiën) moet worden betaald was gisteren nog omstreden. Het tekort aan rechters, alsook hun klacht dat een procedure van zes weken te kort is, bestaat nog steeds. Over de nieuwe afbakening van de (grotere) verantwoordelijkheid van Bonn is nog niet echt beslist, dat moeten de Bondsdagfracties de komende weken doen.

Dat de waarde van het gisteren bereikte consensus-compromis van de grote Duitse partijen voorshands nog twijfelachtig is blijkt ook uit de onverminderd harde tegenstellingen rond het vraagstuk van een eventuele grondwetswijziging. De CSU en een deel van de CDU, vooral haar electoraal geïnteresseerde politici uit Baden-Württemberg, willen namelijk nog voor april in de Bondsdag komen met een initiatief-wetsvoorstel om de grondwet te wijzigen. Niet omdat zo'n voorstel aanvaard zou worden, zeker niet met de benodigde meerderheid van twee derden, maar wel om via hoofdelijke stemming duidelijk te maken (ook aan de kiezers) wie voor en tegen is.

Kanselier Helmut Kohl, minister Seiters en fractieleider Wolfgang Schäuble zijn tegen die plannen omdat zij vrezen dat een later compromis met SPD en FDP over grondwetswijziging dan praktisch onmogelijk wordt. Of het debat nog heftiger wordt, en de stemming tussen kantoor, kansel en kapper nog slechter, hangt dus weer eens voor een belangrijk deel af van Kohl en zijn gezag in de CDU.

De vervolging van het Turkse heroïnesyndicaat verzandde. Er werden diverse sepots uitgeschreven, waaronder de zaak tegen Patty van Dijk “wegens een te gering aandeel in het feit”. In dezelfde maand - maart 1988 - ontsnapte hoofdverdachte 'Ali' samen met vijf andere gedetineerden uit de Bijlmerbajes. De zes bleken over gestolen sleutels te beschikken die toegang tot een noodtrap gaven, waarna ze via een sprong over een muur en een sloot hun vrijheid herwonnen. De ontsnapping haalde destijds vele voorpagina's, de Amsterdamse politie reageerde verontwaardigd. “Dit is de zoveelste keer. Wij stoppen ze erin en zij laten ze steeds maar gaan”, aldus een woordvoerder tegen het ANP. Een toenmalige hooggeplaatste rechercheur relativeert de woede van het korps. Hij wijst erop dat het 'risico' bestond dat een van de verdachten op de zitting “het incident met die Patty” naar buiten brachten. “Daar zat bij ons niemand op te wachten.”