Voedselhulp, bureaucratie en corruptie gaan hand in hand; "The products supplied can not be re-exported', meldt de EG nu aan de hulpontvangende landen

BRUSSEL, 24 JAN. Voedselhulp, bureaucratie en corruptie gaan hand in . Vorige week beschreef het Belgische weekblad Knack hoe in Kairo zakken melkpoeder te koop zijn met het opschrift "Aide de la CEE á la Bulgarie, réglement 2321/91'. Gratis voedsel van de Europese Gemeenschap voor Bulgarije verdwijnt via een omweg naar Egypte.

In Brussel heeft men al geleerd enigszins laconiek te reageren op dit soort berichten. “Daar kun je als EG niets aan doen. Als de Bulgaarse autoriteiten besluiten het voedsel niet uit te delen onder de eigen bevolking, maar om deviezen te vangen door het te exporteren, kunnen we als Gemeenschap slechts gefrustreerd toekijken”, zegt een diplomaat in de hoofdstad van Europa.

Maar kennelijk voelt de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, er niets voor om nog eens met zo'n ervaring te worden geconfronteerd. In ieder geval is in de overeenkomst die afgelopen maand werd ondertekend met de autoriteiten van Moskou en St. Petersburg over de voedselhulp expliciet opgenomen: “The products supplied can not be re-exported”. De Commissie en haar ambtenaren doen er alles aan om misbruik tegen te gaan en publieke schandalen te voorkomen.

Die beoogde zorgvuldigheid heeft er, paradoxaal genoeg, aan bijgedragen dat voorgaande hulpinspanningen van de EG om voedselnood in de voormalige Sovjet-Unie te lenigen slechts gedeeltelijk zijn geslaagd.

Op hun laatste Europese Raad, afgelopen december in Maastricht, besloten de Europese regeringsleiders om 200 miljoen ecu (460 miljoen gulden) uit te trekken voor humanitaire hulp aan Moskou en St. Petersburg. Het was niet de eerste keer dat de Raad een dergelijke geste deed. Een jaar eerder, op de topconferentie in Rome, werd 250 miljoen ecu (575 miljoen gulden) uitgetrokken voor humanitaire hulp aan wat toen nog de hele Sovjet-Unie was.

Maar op dit moment, anderhalf jaar later en terwijl de nieuwe hulpoperatie al is begonnen, is nog nauwelijks de helft van het oude programma uitgevoerd. Het programma had als motto "Help de Russen de winter door', maar de sneeuw was al bijna aan het smelten, toen de eerste voedselpakketten arriveerden.

Dat lijkt een bewijs van onvermogen van de Europese Commissie. Maar het kan ook pleiten voor de integriteit van de Commissie. Wat zou immers gemakkelijker zijn geweest dan voor 250 miljoen ecu aan boter, melkpoeder en vlees uit de steeds voller rakende voorraadschuren van de EG te halen en de pakketten vervolgens her en der te droppen?

“De Commissie wilde bij het samenstellen van de hulp absoluut uitgaan van de behoefte bij de bevolking. Om daar achter te komen en om er zeker van te zijn dat de hulp terechtkomt bij de mensen voor wie ze is bedoeld, dat kost tijd”, verdedigt de eerder aangehaalde diplomaat het beleid van de Commissie. “Bij de Raad bestaat al gauw een natuurlijke neiging om te zeggen: we sturen wat ons het beste uitkomt uit oogpunt van bezuiniging. We nemen die voorraden waarvan de opslag ons het meest kost. Aan die druk heeft de Commissie niet toegegeven.”

Toch heeft die behoedzame aanpak niet kunnen voorkomen dat in de Sovjet-Unie fraude werd gepleegd met de hulp, zoals Europarlementariër en voormalig EG-Commissaris Willy de Clerq onlangs nog constateerde. “Bij voorgaande acties zijn problemen in verband met misbruik van de hulp opgetreden en werden levensmiddelen die afkomstig waren van de door de Gemeenschap verleende noodhulp op de zwarte markt verkocht.”

Belangrijkste reden voor het moeizaam verlopen van de voedselhulp - en ook van de vertraging die is opgelopen bij de afgelopen jaar toegezegde kredieten en kredietgaranties voor de aankoop van voedsel - is ongetwijfeld het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de groeiende chaos als gevolg daarvan. Oude bureaucratische contacten vielen weg, bestuurlijke kanalen raakten verstopt en niemand weet meer wie voor wat verantwoordelijk is.

Die onzekere situatie is vervelend voor EG-ambtenaren en de bij het hulpprogramma betrokken particuliere hulporganisaties, die (soms tevergeefs) afspraken proberen te maken met bevoegde autoriteiten in de nieuwe republieken over voortzetting van de hulpverlening. Maar het is ook vervelend voor de transportondernemer die in opdracht van de EG voedsel vervoert en die voor een heel praktisch probleem komt te staan. Om een order te krijgen moet een vervoerder een waarborgsom storten. Die krijgt hij terug als hij met een gestempeld papiertje kan aantonen dat zijn lading op de juiste plek is aangekomen. Maar sinds het onduidelijk is wie aan Russische zijde zo'n stempeltje mag zetten, tonen transporteurs zich terughoudend om op Rusland of de andere republieken te rijden.

De hulp voor Moskou en St. Petersburg, waartoe in Maastricht werd besloten, valt uiteen in verschillende tranches. Het eerste deel, humanitaire hulp in de vorm van levering van medicijnen en levensmiddelen, is nagenoeg afgerond. Het omvat een bedrag van 5 miljoen ecu (11,5 miljoen gulden) waarvan 0,3 miljoen ecu (690.000 gulden) opgaat aan transportkosten.

De verdeling van de medicijnen en de levensmiddelen onder de meest behoeftigen (ouderen, gezinnen met jonge kinderen en gehandicapten) en in ziekenhuizen en inrichtingen heeft de Europese Commissie overgelaten aan particuliere hulpinstellingen, zogenoemde non-gouvermentele organisaties als het Rode Kruis, Care en Artsen Zonder Grenzen. Die weten doorgaans beter de weg naar de mensen voor wie de hulp is bestemd dan officiële instanties.

Inmiddels is begonnen met de aanvoer per trein, vliegtuig en vrachtauto van grote partijen boter, melkpoeder en vlees uit de koelhuizen en silo's waarin de landbouwoverschotten van de EG liggen opgeslagen. In totaal zal een voorraad ter waarde van 95 miljoen ecu (218,5 miljoen gulden) worden geschonken. In een later stadium volgt dan nog een gift ter waarde van 100 miljoen ecu (230 miljoen gulden), maar daarbij gaat het ook om produkten die niet uit de zogenoemde interventievoorraden van de EG komen. Kindervoeding en plantaardige olie bijvoorbeeld zal Brussel eerst zelf op de markt moeten kopen.

Bij het uitvoeren van de voedselhulp werkt de Commissie nauw samen met de lidstaten en de interventiebureaus in die lidstaten, de administratieve beheerders van de overschotten. Die moeten er voor zorgen dat het voedsel deugdelijk is verpakt en zij moeten het vervoer regelen. Zo heeft het Nederlandse interventiebureau in Heerlen eerder deze maand gezorgd voor de levering aan Moskou van 2000 ton boter die in ons land was opgeslagen.

Anders dan bij "gewone' humanitaire hulp wordt het voedsel in de voormalige Sovjet-Unie niet rechtstreeks verdeeld onder de bevolking, maar tegen vastgestelde prijzen (boter voor 56 roebel) verkocht aan winkelbedrijven of per opbod aan groothandelaren. Welke systeem het beste functioneert, moet nog blijken. Essentieel is in ieder geval dat de opbrengst van de verkopen in een zogenoemd "tegenwaardefonds' vloeit. De bedoeling is dat dat fonds ten goede komt van de minstbedeelden in Moskou en St. Petersburg, door het uitdelen van voedselbonnen of door directe financiële ondersteuning.

Door deze nieuwe aanpak hoopt de EG dat de kans op mislukkingen tot een minimum beperkt blijft. “Administratief en logistiek zou het ondoenlijk zijn om zulke grote hoeveelheden precies te laten terechtkomen bij de mensen die de hulp het hardste nodig hebben. Om die mensen te bereiken, is het veel gemakkelijker om te werken met zo'n tegenwaardefonds. Met het geld kun je hun koopkracht enigszins op peil houden”, legt een EG-ambtenaar uit die nauw is betrokken bij het organiseren van de hulp.

Maar behoud van koopkracht in Moskou en St. Petersburg is niet het enige doel van de hulpinspanningen van de EG. “De hulp moet aanhaken bij de economische hervormingen die daar gaande zijn”, zegt de ambtenaar. Enerzijds heeft het voedselaanbod van de EG een matigend effect op de prijzen die twee weken geleden zijn vrijgelaten. Anderzijds duwt de verkoop van de hulpgoederen de Russen het pad op van vrije handel. “We zullen natuurlijk met veel belangstelling nagaan wat er precies gaat gebeuren en hoe de prijzen zich zullen ontwikkelen. We zullen ervan moeten leren.”

Woordvoerders van de Europese Commissie laten zich tot dusver opvallend positief uit over het verloop van de huidige hulpoperatie. Eind december weigerden de autoriteiten van Moskou en St. Petersburg rundvlees uit Groot-Brittannië, dat besmet zou zijn. Het vlees werd uiteindelijk per vliegtuig afgeleverd in Moermansk waar het onder dankzegging werd ingeblikt. In Brussel wordt dat “incident” afgedaan als “een misverstand”.

“Er is nog niet één kilo vlees verloren gegaan”, weerspreekt een zegsman berichten over diefstal die vooral in Duitsland de ronde doen. Die berichten lijken vooral betrekking te hebben op de hulpacties van vorig jaar. Duidelijke aanwijzingen dat er op dit moment wordt gefraudeerd, zijn er niet. “Als een vrouw die dringend schoenen nodig heeft, haar voedselpakket verkoopt, heb ik daar wel begrip voor”, relativeert een Belgische hulpverleenster in Moskou het begrip fraude.

Wel geeft een intern rapport van de EG, dat dateert van begin deze maand, inzicht in de moeilijkheden waarmee de hulpverleners worden geconfronteerd. Russische vrachtwagens zijn, ondanks gemaakte afspraken, vaak niet aanwezig om hulpgoederen te vervoeren. En als ze er al zijn, blijken de voertuigen hoogst onbetrouwbaar. Vervoer door de lucht kan beter worden vermeden, tenminste als Moskou de bestemming is. Omdat verschillende instanties elkaar tegenwerken, levert de ontvangst en afhandeling van hulpgoederen problemen op.

Ook blijken de Russische autoriteiten niet altijd de gemaakte afspraken te respecteren en wordt het waarnemers van de EG soms moeilijk gemaakt te achterhalen waar gearriveerde goederen zijn opgeslagen.

Reactie van de betrokken ambtenaar: “Ik denk dat de conclusie moet luiden: we komen natuurlijk wel moeilijkheden tegen, maar dat zijn geen moeilijkheden die onoverkomelijk zijn.”