"Verbod bespuitingsmiddelen absolute ramp voor aardappel'

DEN HAAG, 24 JAN. De voorzitter van de vaste commissie voor landbouw en natuurbeheer in de Tweede Kamer, P.M. Blauw (VVD) zegt dat een verbod op het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen Maneb en Mancozeb "een absolute ramp' betekent voor de teelt van aardappelen en bloembollen. “Het staat als een paal boven water dat deze produkten in de grond verrotten als niet met deze middelen kan worden gewerkt. Als er geen alternatieven zijn en niet op grond van objectief onderzoek vaststaat dat deze produkten schadelijk zijn voor de volksgezondheid mag zo'n maatregel nooit worden genomen”, aldus Blauw.

Maneb en mancoceb worden in wisselende doseringen gebruikt in combinatie-middelen.

Secretaris B.L. Hoppenbrouwer van de Nederlandse stichting voor fytofamacie (Nefyto) wijst er op dat van alternatieve middelen die op termijn op de markt zullen worden gebracht vooralsnog geen volledige oplossing mag worden verwacht. Voor zover nieuwe produkten zullen worden toegelaten is daarmee absoluut onvoldoende praktijkervaring opgedaan. In het verleden hebben vervangende middelen veelal de eigenschap getoond dat gewassen binnen enkele jaren resistentie opbouwden, zodat de schimmel niet langer gevoelig was voor het bestrijdingsmiddel. Om resistentie zoveel mogelijk te voorkomen is er behoefte aan een breed scala van middelen.

Zij moeten - afhankelijk van het weer en het aardappelras - om de één tot twee weken op het gewas worden gespoten. Er wordt gemiddeld tweeënhalve kilo per hectare in combinatie met andere stoffen gebruikt. Volgens het Meerjarenplan Gewasbescherming van het ministerie van landbouw moet in 1995 een reductie van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen zijn bereikt van 35 procent in elke agrarische sector. In het jaar 2000 moet het gebruik van bestrijdingsmiddelen met de helft zijn teruggebracht.

Die maatregelen worden ingegeven door milieu-eisen. Zo stelt een Europese richtlijn voor drinkwater dat niet meer dan 0,1 microgram - één tien miljoenste van een gram - van een bepaald bestrijdingsmiddel per liter in het drinkwater mag voorkomen. Afwijkend van de EG is in Nederland die richtlijn ook van toepassing verklaard op het grondwater.

Maneb en mancozeb vallen volgend jaar onder de verboden middelen omdat ze zorgen voor het afbraakprodukt (metaboliet) ETU, dat het grondwater bereikt. De schadelijkheid van dat produkt is nooit aangetoond, maar op grond van Amerikaanse onderzoeken wordt bij sterk verhoogde concentraties een kankerverwekkende eigenschap verondersteld, die wel bij muizen, maar nooit bij de mens is vastgesteld.

Blauw wijst er op, dat in de wijnbouw Maneb en Mancozeb "meer dan masaal' worden gebruikt. “In Amerika hebben deze middelen een tijdje ter discussie gestaan, maar daar is men er intussen van overtuigd dat dat nogal onverstandig was. We moeten er in Nederland wel voor oppassen dat we niet geheel en al op een eiland komen te wonen”, aldus Blauw.

Volgens het Kamerlid zitten er meer dan dertig alternatieven "in de pijplijn' , waarvan de effectiviteit op langere termijn nog moet worden bewezen, maar hij verwacht niet dat ze op tijd tot de markt worden toegelaten. “Dat komt door het meer dan wanstaltige mismanagement van de CTB. Om een voorbeeld te geven: in Frankrijk zijn vorig jaar veertien nieuwe middelen tot de markt toegelaten, in Nederland één. Als die commissie niet snel wordt gereorganiseerd valt er met de VVD-fractie in het geheel niet over de reductie van bestrijdingsmiddelen te praten”, aldus Blauw.

In Nederland worden op 77.000 hectare consumptie-aardappelen geteeld. De helft daarvan wordt industrieel verwerkt (zoals in frites en chips). Tachtig procent van die industriële produktie is voor de export bestemd. In met name Drente en Groningen worden op 62.000 hectare fabrieksaardappelen geteeld die bestemd zijn voor de zetmeelindustrie. Voorts wordt op 38.000 hectare pootgoed verbouwd, dat voor negentig procent wordt geëxporteerd. Nederland is mondiaal veruit de belangrijkste leverancier van pootaardappellen. In 1990 bedroeg de omzet van aardappalen in Nederland bijna twee miljard gulden.