Uitstel eigen bijdrage gehandicapte

DEN HAAG, 24 JAN. Gehandicapten hoeven dit jaar nog geen eigen bijdrage te betalen voor voorzieningen als rolstoelen, verhoogde WC-potten of extra hulp in het huishouden. Het kabinet heeft besloten deze maatregel een jaar uit te stellen. Hetzelfde geldt voor de aangekondigde halvering van de vergoeding van het gebruik van de (rolstoel-)taxi en de eigen auto. Ook deze maatregel zal pas ingaan op 1 januari 1993. Wel zal de vergoeding op 1 oktober met 10 procent worden verlaagd.

Staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) kondigt dit aan in een brief aan de Tweede Kamer. Het kabinet besloot deze zomer tot forse bezuiniging op de voorzieningen voor gehandicapten. Volgens Ter Veld waren de halvering van de vergoeding van vervoerkosten en de eigen bijdrage op de voorzieningen nodig om tegemoet te komen aan de wens van het parlement ook ouderen aanspraak op voorzieningen te geven. Tot nu toe moeten 65-plussers de voorzieningen zelf betalen of zijn ze aangewezen op de bijstand. Het kabinet besloot de uitbreiding van de voorzieningen naar ouderen te bekostigen met bezuiningen op de jongere gehandicapten. Tegen de maatregelen werd heftig geprotesteerd door gehandicapten- en ouderenorganisaties.

Onder druk van dit protest heeft Ter Veld besloten de maatregelen uit te stellen. Volgens de gehandicaptenraad is het “slechts uitstel van executie”. “Er zal uiteindelijk nog meer worden bezuinigd”. In plaats van de bezuinigingen landelijk vast te stellen heeft Ter Veld besloten om de uitvoering van een groot aantal voorzieningen over te hevelen naar de gemeenten. Zaken als woningaanpassing en vervoer zullen vanaf 1 januari 1993 door de gemeenten worden geregeld. Omdat de middelen beperkt zijn en de gemeenten voor een jaarlijks bedrag van 755 miljoen gulden zowel 65-plussers als jongere gehandicapten moet bedienen, krijgen de gemeenten de "vrijheid' om zelf te bepalen hoe hoog de eigen bijdrage is die ze vragen. Ze mogen van Ter Veld kijken naar het inkomen van de aanvrager, lagere vervoervergoedingen vaststellen en zelf bepalen of ze liever collectieve of individuele vervoervoorzieningen treffen.