"Twintig jaar geleden was er nog maar één, nu zijn er al zo'n drieduizend'; Brussel krijgt genoeg van lobbyïsten

BRUSSEL, 24 JAN. Een handvol top-lobbyïsten uit de EG moest de afgelopen dagen bij de commissie voor het Reglement van het Europarlement voor het behoud van hun functie pleiten. De commerciële belangen waarvoor ze zich dagelijks in de wandelgangen van Raad, Commissie en Parlement begeven, werden even vergeten. Nu ging het om het recht op toegang tot de gebouwen en het recht op informatie.

Een groeiend aantal Europarlementariërs begint genoeg te krijgen van de overvolle corridors waar ze voortdurend worden aangeklampt door belangenbehartigers, uiteenlopend van Afghaanse mujahedeen tot Britse dierenbeschermers. “Toen ik in 1972 in het parlement kwam, was er één lobbyïst - die man werd op handen gedragen. Nu zijn het er naar schatting drieduizend”, aldus commissievoorzitter F. Wijsenbeek. Soms zijn er na de - niet altijd aangekondigde - bezoekjes aan hun kantoren ook stukken verdwenen.

Het Europees parlement overweegt nu om een register in te stellen, alsmedeeen accreditatie-commissie die moet toezien op de verstrekking van toegangspasjes. Ook wordt gedacht aan een verplichting om lobbyïsten jaarlijks verslag uit te laten brengen van hun lobby-activiteiten.

Vooral de Nederlandse Europarlementariër A. Metten maakt zich druk, niet alleen over de lobbyïsten, maar ook over hun invloed op het gedrag van de parlementariërs. Volgens hem is er sprake van “zorgwekkende” nevenverschijnselen. Zoals parlementariërs die zich met exotische reisjes laten fêteren, of parlementariërs die zelf de functie van betaald consulent uitoefenen. Of die zich verenigen in zogeheten "intergroups' rondom een bepaald thema, waarna ze zich vervolgens laten sponsoren door de bijbehorende lobby. Ook komt het voor dat parlementariërs amendementen indienen die geheel zijn voorbereid door belangengroepen. Soms zelfs op het briefpapier van die organisatie.

Stilletjes zijn de parlementariërs verguld met de belangstelling van de lobbyïsten. Het is een bewijs van onze groeiend invloed, zo wordt geredeneerd. En dat is voor parlementariërs die het gevoel hebben ver weg van de burger in een Euro-vacuum te werken, een mooi compliment.

De lobbyïsten wijzen er op hun beurt op dat het Parlement serieus wordt genomen, omdat de Commissie de laatste jaren steeds vaker amendementen van het Parlement overneemt. Die amendementen zijn mede door hun invloed opgevoerd. Sinds 1987 is 55 procent van alle amendementen beland in de concept-richtlijnen van de Commissie. Omdat in de Raad van Ministers vaker beslissingen bij meederheid worden genomen, wordt het voor lobbyïsten dus belangrijker om al vroeg in het Parlement invloed uit te oefenen.

Vooral de vertegenwoordiger van de Europese suiker-industrie gaf enig inzicht in de systematische manier waarop dat gebeurt. Van ieder contact met een parlementariër wordt een apart dossier vervaardigd, waarin precies verslag wordt gedaan van het verloop van het gesprek. Bij het volgende contact wordt de draad weer opgenomen. “Lange-termijn beïnvloeding, daar gaat het ons om”, aldus de lobbyïst Gueguen.

Bovendien is de ambtelijke staf van de commissie en het Parlement zo klein, dat het nooit een totaal overzicht kan hebben over het effect van de maatregelen. De honderden Euro-federaties en consulenten te Brussel zorgen voor snelle, deskundige, feitelijke informatie, zo merken zij op. Van die service wilden de meeste leden van de parlementaire commissie voor het Reglement niet verstoken raken. Toegangsregels, accreditaties of officiële erkenningen - zolang het de “snelle toegang” van vertegenwoordigers van maatschappelijke groeperingen maar niet belet, zo was de teneur van het commentaar op de hoorzitting.