Squashkampioene ziet succes niet in sponsorgeld vertaald

EINDHOVEN, 24 JAN. Een "Olympic Car' prijkt voor de deur. Hugoline van Hoorn zegt die waarschijnlijk overgehouden te hebben aan haar Nederlandse squash-titel van vorig jaar. “De squashbond kreeg er zes van de tweehonderd die het Nederlands Olympisch Comité onder de olympische, maar ook niet-olympische sportbonden had verdeeld. Drie voor de mannen en drie voor de vrouwen. Twee waren er al aan anderen vergeven, maar toen ik de nationale titel greep kon de bond niet meer om me heen.”

De witte Audi is één van de weinige tastbare dingen die de 22-jarige Hugoline van Hoorn tot op heden aan de squashsport heeft overgehouden. Veel prijzengeld heeft ze op toernooien in het buitenland nog niet kunnen verdienen. De voornaamste reden daarvan is dat de Eindhovense slechts sporadisch buiten de landsgrenzen op de squashbaan verschijnt. “Het is een soort vicieuze cirkel. Je hebt financiële middelen nodig om naar die toernooien te kunnen afreizen, maar je moet er aan meedoen om geld te kunnen verdienen. Je hebt dus een paar goede sponsors nodig.”

Met de twee geldschieters die Van Hoorn op dit moment heeft, kan ze maar nauwelijks rondkomen. Er moet nog veel uit eigen portemonnee bij. Van haar sponsors krijgt ze kleding en rackets. Alleen bij goede prestaties ontvangt de squashkampioene nog wel eens een geldelijke bonus. Na haar examens aan de avond-HEAO in mei wil de Eindhovense zich een paar jaar volledig op het squashen storten. Om dat te kunnen bekostigen heeft ze de afgelopen vier maanden ruim zestig bedrijven aangeschreven, met het verzoek haar te sponsoren. Tot nu toe heeft er nog niemand gereageerd.

Hugoline van Hoorn weigert de strijd op te geven. “Misschien gaat het gemakkelijker als ik mijn Nederlandse titel het aanstaande weekeinde in Zoetermeer prolongeer.” De problemen die de Nederlandse Squash en Racket Bond en andere vrouwelijke toppers als Babette Hoogendoorn en Nicole Beumer met het vinden van financiers hebben, stemmen haar niet echt vrolijk getuige de uitspraak "Het is me wel een beetje tegengevallen.'

Het is voor Hugoline van Hoorn echter niet allemaal kommer en kwel. Sportief ziet ze nog steeds vooruitgang in haar spel. Tijdens de Open Nederlandse kampioenschappen in december werd haar de afgelopen vier jaar opgevoerde trainingsarbeid beloond. De nummer veertien van de wereldranglijst, de Engelse Lucy Soutter, werd in drie sets op zij gezet, voordat ze bij de laatste zestien sneuvelde tegen ex-wereldkampioene Martine Le Moignan. Het leverde de Einhovense een 42ste plaats op de wereldranglijst op (“Ik ben vijfde Nederlandse, maar die meiden spelen allemaal tien toernooien in het buitenland”) en het besef dat ze wel degelijke goede mogelijkheden heeft. “Ik denk dat een plaats bij de beste vijfien van de wereld een mooi, eerste doel is.” Ze beseft als geen ander dat haar spel nog op veel onderdelen moet verbeteren. “Ik kan het hoge tempo nog geen hele wedstrijd volhouden, zoals de echte toppers. Bovendien ontbreekt het me nog aan wedstrijdervaring.”

De 22-jarige Eindhovense brak vorig jaar pas goed door bij de senioren toen ze na een jarenlange hegemonie Babette Hoogendoorn als nationale kampioene onttroonde. Het voormalige jeugdtalent maakte al enkele jaren deel uit van de top, maar pakte nooit een echte hoofdprijs. Ook dit jaar geeft ze zich een goede kans. De concurrentie bestaat evenals voorgaande edities weer voornamelijk uit Babette Hoogendoorn, Nicole Beumer, Marjolein Houtsma en Denise Sommers. “De top is ontzettend smal. Vooral vanuit de jeugd breekt maar heel weinig talent door,” drukt ze zich eufemistisch uit. Van Hoorn verwacht niet dat de voorbereiding op het voor haar zo belangrijke toernooi haar zullen opbreken bij het verdedigen van de titel. “Door tentamens heb ik iets minder getraind dan normaal, maar ik ben nu wel goed uitgerust. De combinatie van studie en squash bevalt me trouwens uitstekend. Je moet als je er op je dertigste mee ophoudt toch wat achter de hand hebben. Ik verwacht echt niet dat ik rijk wordt met squashen, al denk ik wel eens dat ik waarschijnlijk aardig wat centjes op mijn rekening zou hebben gehad als ik voor tennis had gekozen.”