Spanjaard doodgevallen op zwembadrand; Roman van Dubravka Ugresic

Dubravka Ugresic: De sleutelroman ontsloten, 224 blz. Uit het Servokroatisch vertaald door Tom Eekman. Uitg. Amber. Prijs ƒ 34,50

Op doorreis naar Amerika maakt de Joegoslavische schrijfster Dubravka Ugresic een tussenstop in Amsterdam waaraan zij een regelmatig verschijnende column in deze krant heeft overgehouden (”My American Dictionary'). Daarin doet zij zich voor als iemand die een helse dans ontsprongen is en nu het beloofde land ontdekt. Het omgekeerde was mij liever geweest: een in het buitenland woonachtige Joegoslavische schrijver die - omdat hij in tijden van nood aan de zijde van zijn volk wil staan - naar zijn land van herkomst terugkeert en ons verslag doet van het hachelijke bestaan van Serven en Kroaten naast en door elkaar.

Er zijn vorig jaar twee Nederlandse vertalingen uit het literaire werk van Ugresic verschenen. Beide romans spelen in Joegoslavië. Toch ontbreekt elk spoor van etnische spanningen. Zowel in Steffie Steek in de klauwen van het leven (1984) als in De sleutelroman onsloten (1988) vinden we niet de geringste indicatie van een op handen zijnd binnenlands conflict. Er zijn redelijke verklaringen genoeg te verzinnen maar toch denk ik dat het vooral komt doordat beide boeken geen gloedvolle werkstukken van een geboren schrijver zijn maar de hardgekookte metaliteratuur van een doorgewinterde beroepslezeres. Van huis uit is Ugresic literatuurwetenschapster en dat zal ze laten weten ook. Ze schrijft niet over het leven maar over de literatuur, niet over mensen maar over schrijvers. Ze heeft voor haar werk veel studie gemaakt van allerlei literatuur (de Russen, Flaubert, enz.) en probeert haar inzichten nu tot een smakelijk bedoelde literaire spionageroman om te werken.

De sleutelroman ontsloten is een thriller over een tijdens een literatuurcongres gestolen manuscript. Ook al zal geen mens er opgewonden van raken, seks, moord en doodslag genoeg. Nadat een Spaanse dichter nog voor het congres in Hotel Intercontinental is begonnen, al op het randje van het hotelzwembad is doodgevallen, sneuvelen nog een Russische schrijver, een Tsjechische schrijver en een Joegoslavische minister van cultuur.

Centraal in het web van literaire intriges staat de mysterieuze, op het laatste moment aan de deelnemers toegevoegde Fransman Jean-Paul Flagus, een voor een duistere organisatie opererende, geheime literatuuragent. De internationale jetset van onderling voortdurend heteroseksueel bij elkaar in bed duikende literatoren wordt gecompleteerd door twee zich wat afzijdig houdende kneusjes: een Amerikaan die net zo lief een Joegoslaaf was geweest en een Joegoslaaf die veel liever Amerikaan was geweest. En dat allemaal in Zagreb, tijdens een vierdaags literatuurcongres (met als thema: ”De huidige literatuur, haar stromingen, richtingen en inspiraties in de context van de dialectiek der contemporaine ontwikkelingen in de wereld') van 5 tot en met 8 mei 1985.

Globetrotter

Het verslag van het literaire congres vormt het leeuwedeel van de roman. Het wordt voorafgegaan door 29 dagboekachtige aantekeningen, genummerd 1 tot en met 29, van een personage waarachter de schrijfster zelf schuil lijkt te gaan. Het boek wordt afgesloten met 31 dagboekachtige aantekeningen van hetzelfde personage, genummerd 999 tot en met 1029. In beide dagboekjes reist het vrouwelijke schrijverspersonage van hot naar her over de aardbol, de literatuur achterna - naar Amerika onder andere. Wat ze optekent, zijn de in- en uitvallen van een literaire globetrotter. Ze passen chronologisch om het congres heen: de eerste aantekeningen gaan ruim vooraf aan het congres, de laatste aantekeningen volgen er ruimschoots na. Al met al bestrijkt het boek de periode medio 1983 tot medio 1987. In aantekening 30 heet het: “Begin september kreeg ik een kaart van mijn vriend Cule, een schrijver uit Belgrado. Beste Dula, ik ben een roman-fleuve aan 't bedwingen, stond erop. Ik schreef lyrisch terug: Beste Cule, ik ben er niets beter aan toe. De hoed zit vol personages, maar ik weet niet wat het personage gaat uitvoeren dat ik in mijn hand houd. Heel gauw daarop kwam er een telegram. Laat hem neuken. Stop. Dat is het beste. Stop. In leven zowel als in proza. Stop.” Aantekening 1027 stelt dat ze een boek gaat schrijven “over een beweging in een cirkel, die niet zinnelozer is dan beweging in een bepaalde richting”.

In het Servokroatisch heet Ugresic' boek ”De bedwinging van een roman-fleuve'. Daar laat zich iets bij voorstellen, iets tweeledigs zelfs: enerzijds de manmoedige pogingen van een schrijver de stroom van zijn gedachten en emoties te kanaliseren, anderzijds de slinkse pogingen van de literaire multinationals greep te krijgen op het wereldwijde literatuurproces. Vertaler Tom Eekman kiest echter voor een andere titel, omdat het begrip ”roman-fleuve' bij ons geen gemeengoed zou zijn. Dat zal misschien niet, maar dat is nog geen reden om voor een krankzinnige titel te kiezen. ”De sleutelroman ontsloten'! Als het al een sleutelroman is, en ik ben eerlijk gezegd bang van wel, dan wordt deze voor de lezer in ieder geval niet ontsloten, in de roman zelf niet, en in de korte nababbel evenmin.

Al met al vind ik het een misselijkmakend ratjetoe van doemdenkerij, dikdoenerij en huichelarij. het is een soort gecultiveerde schizofrenie: enthousiast meedoen aan afschuwelijke dingen als congressen en zo en dan vervolgens smakelijk verslag doen van de afschuwelijkheid ervan. En dan ook nog te denken dat het zo hoort, dat zulks de weldenkendheid ten top is.